We plukken graag de vruchten van een economie waarin de vrije markt een grote rol speelt. Auto, fiets, gsm: met geld en een minilening is het allemaal te koop. Maar die welvaart moet niet alleen verdeeld maar ook geproduceerd worden. En dus is het recht om te ondernemen, om welvaart te creëren dus en het recht op kapitaal van groot belang. Ik ben dan ook in geen geval tegen ondernemers of tegen bedrijven. Maar ik geloof ze wel niet blindelings.

Niet als ik de woordvoerster van de multinational Monsanto, producent van zaden, onkruidbestrijders en biotechnologie, hoor vertellen hoe goed ze het wel menen met de boeren – hun stakeholders weet u wel – en dat in een gelijkwaardige relatie. Maar van gelijkwaardigheid is helemaal geen sprake: de boeren betalen gewoon de door Monsanto vastgelegde prijs. Ik geloof het niet meteen als de woordvoerster van Suez-Ondeo op een congres over water iedereen wil doen geloven dat haar bedrijf toch in de eerste plaats een menslievende instelling is, een instelling die iedereen op deze wereld aan water wil helpen. Klinkt al te doorzichtig en het geldt hoogstens voor mensen die genoeg geld hebben om dat water te betalen.

Er is natuurlijk een reden waarom grote bedrijven zoiets vertellen. Ze merken dat de samenleving kritischer wordt. Het volstaat niet langer om goede producten of diensten aan te bieden en winst te maken. Ze moeten zich hoe langer hoe meer verantwoorden voor de manier waarop ze werken. Helpen ze het milieu niet om zeep? Behandelen ze hun werknemers zoals het hoort? En hoe zit dat bij hun onderaannemers en leveranciers?

In de bedrijfswereld en daarbuiten is een stroming gegroeid die ijvert voor ethisch ondernemen, een wat vaag begrip. Je kan beter spreken over maatschappelijk verantwoord of duurzaam ondernemen. Bedrijven moeten niet alleen winstgevend of economisch leefbaar zijn, ze moeten ook de sociale en de ecologische balans van hun activiteiten in rekening brengen. In het Engels heet dat de triple bottom line : de drie p’s – profit , people en planet – misschien best vertaald met winst, mensen en aarde.

En nu de kernvraag: is het meer dan schone schijn, dat sociaal en ecologisch verantwoord ondernemen? Hoe vermijden bedrijven dat het alleen maar een marketingverhaaltje is en dat uiteindelijk altijd die ene bottom line, de winst, primeert? Hoe kunnen Amerikaanse topmanagers dit verhaal vertellen zonder dat het naar hypocrisie ruikt? Zij verdienen nu al in één jaar hetzelfde als een gewone werknemer in vijfhonderd jaar.

Toch is er vooruitgang mogelijk in verantwoord ondernemen. Een stabiel aandeelhouderschap bijvoorbeeld, kan enorm helpen om bedrijven verder te doen kijken dan economische resultaten alleen. Minstens even belangrijk is het aantrekken van echt onafhankelijke bestuurders die de sociale en ecologische maat nemen van de onderneming en die hardnekkig ijveren om het respect voor mens, samenleving en milieu te vertalen in duidelijke ambities. Gebudgetteerd, gepland en geëvalueerd. Zij moeten garanderen dat het management niet altijd alleen op financiële winst wordt afgerekend. Vanzelf zal het niet gaan. Onze bedrijven zullen moeten leren om dergelijke ’rare snuiters’ binnen te halen.

Denk niet dat het allemaal maar ijdele hoop is. Er zijn heel wat voorbeelden te vinden van erg succesvolle bedrijven die werk maken van verantwoord ondernemen. Het is boeiend om zien dat zelfs de coöperatieve samenwerking niet langer refereert aan bijna vervlogen tijden. Nee, vandaag zien we nieuwe coöperaties. Ondernemende mensen die hun economische activiteiten ook sociaal en ecologisch verantwoord willen uitoefenen hebben de coöperatie herontdekt, van een kaasmakerij tot een reclamebureau.

Maar het gebeurt allemaal veel te weinig. We lopen niet echt voorop in verantwoord ondernemen. Jammer, want de wereld heeft nood aan ondernemers die mee aan de wereld van morgen sleutelen. Het maatschappelijk draagvlak daarvoor groeit snel. Het zijn slimme en verantwoordelijke ondernemers die er gebruik van maken.