Op donderdag 10 januari was het verzamelen geblazen aan de universiteit van Tilburg voor een conferentie over de overgang naar een ecologische economie. Het doel van de initiatiefnemers van de conferentie was om in Nederland en België de urgentie van economische beleidswijzigingen aan de orde te stellen. Meer dan 300 deelnemers hadden alvast interesse voor dat initiatief. Ze kregen allen een openingspeech van Susan George, een panel van kritische economen en een afsluitend gesprek met sociale partners en politici voorgeschoteld. In de namiddag vonden er parrallel thematische workshops plaats. Een beknopt verslag.

 

De dag kwam op gang met het pleidooi van een oudgediende van de andersglobalisten, de politicologe Susan George. Ze pleitte voor een grote door de overheid geleidde omschakeling van de economie. Die transitie zou op gang gebracht worden door massale overheidsinvesteringen in alle sectoren die deel uitmaken van een meer milieuvriendelijke economie : alternatieve energie, milieuvriendelijke materialen, publiek transport, energiebesparende bouw enzovoort. Voor de financiering van die investeringen zorgen nieuwe taksen. Onder andere de uitstoot van CO2, de winsten van multinationals of de bewegingen van beursgeld zouden zwaarder belast kunnen worden.

Susan George vergeleek de aard van de omschakeling met het op gang brengen van een oorlogseconomie in de VS, ten tijde van de tweede wereldoorlog. Die vergelijking werpt niet alleen licht op de omvang van de nodige inspanning en het belang van de reden voor de drastische ingreep. Ook maakt ze duidelijk hoe de omstandigheden als ze vertaald worden in een helder verhaal van zo een ingreep een breed gedragen maatschappelijk project kunnen maken. George noemt het zelf een ‘public relations dream’: werknemers, ondernemers en politici samen brengen rond een economisch project dat de aarde kan redden. Aan ieder kan duidelijk gemaakt worden wat er bij te winnen valt, niet enkel materieel maar ook op het vlak van maatschappelijk respect en aanzien. Actiegroepen en sociale bewegingen krijgen de rol toebedeeld om bruggen te bouwen. Ze ondersteunen de politici, ondernemers en werknemers die volluit gaan voor de ecologische economie.

Naar ze zelf zegt komt George tot deze idee omdat de maatschappelijke realiteit meer radicale pistes uitsluit. Nu de ecologische crisis op een dramatische escalatie afstevent, zullen veranderingen op gang moeten komen vanuit de geldende krachtverhoudingen in de samenleving. Ook wil Susan George met haar Keynesiaans voorstel een antwoord bieden op allerlei recente recepten die een overdreven nadruk leggen op de consument, het kleinschalige alternatief of de strijd vanuit één thema. Zulke benaderingen volstaan niet langer. Er is niet alleen een nieuw groot verhaal nodig, maar eveneens grote overheidsdaden.

De voorzet die Susan George gaf, bleef in het eerste deel van de dag wat onbeantwoord. Aan een inzichtelijke beantwoording van de vraag hoe de omschakeling van de economie tot stand zou kunnen komen, kwam het panel van economen niet toe. Wel waren alle participanten het er over eens dat het hoog tijd is om de BNP maatstaf in het economische beleid aan te vullen met andere indicatoren of zelfs te weren. De bizarre prof economie op rust Heertje hamerde daarbij op zijn subjectivistische, verruimde welvaartsbegrip. Het moest de aandacht vestigen op de onmeetbare aspecten in wat we onder economie of ‘de omgang met schaarse, alternatief aanwendbare middelen voor de behoeftebevrediging van huidige en toekomstige generaties’ verstaan. Schone lucht of een mooi landschap zijn even belangrijk als boter, kaas en eieren. Economische beslissingen mogen niet genomen worden op basis van economische indicatoren die slechts de helft meten van wat onze behoeften bevredigt. Francine Mestrum geloofde ook dat er nood was aan andere indicatoren. Die moeten niet enkel de echte welvaart van de mensen of de draagkracht van de aarde beter in beeld brengen, ze kunnen bijvoorbeeld ook de informele arbeid van vrouwen eindelijk waarderen. Professor Jeroen van de Bergh concentreerde zijn kritiek op het BNP. Niet alleen meet die iets helemaal anders dan de welvaart, hij is zelfs niet nodig voor goed economisch beleid. Van den Bergh zijn slogan luidt bijgevolg: BNP weg ermee! Volgens de Leuvense professor Vandevelde tenslotte ligt er potentieel om mensen inzicht te geven in de relativiteit van BNP door het over geluk te hebben. Zo leert geluksonderzoek dat na een bepaald niveau van behoeften bevrediging de BNP groei nog weinig invloed heeft op de toename van geluk. Voor Heertje was een concept als geluk echter een brug te ver. In economische discussies mag je het volgens hem enkel over welvaart hebben en niet over geluk. Geluk heeft immers ook te maken met behoeften bevrediging waarbij geen schaarse middelen in het spel zijn.

Na de middag deelden we onszelf op over de verschillende thematische workshops. Ik wisselde op de valreep nog van degene over groei en herverdeling, naar die van de sociale partners. Die keuze heb ik niet betreurd. Het was een kans om te zien hoe vertegenwoordigers van werkgevers en werknemersorganisaties reageren op de grootse ideeën zoals het afzweren van de BNP groei, of een nieuwe investeringsgolf vanuit de overheid. Omdat dezelfde sociale partners in het afsluitend debat ook samen zaten met politici, geef ik hier enkele indrukken van beide gesprekken:

 Het was duidelijk dat noch werkgevers noch werknemers al nagedacht hadden over alle implicaties van een transitie naar een ecologische economie. Ze hadden beiden nog geen uitgewerkt idee hoe de grenzen aan de materiële groei hun core business beïnvloeden in de energie en materiaal intensieve industrieën van het Westen. Dat andere indicatoren dan de BNP maatstaf dringend noodzakelijk zijn, vond bij de sociale partners minder weerklank.

 Toch was het duidelijk dat het klimaat denken een hoge vlucht neemt. Werknemers, werkgevers en politici schatten de urgentie van de klimaatproblematiek hoog in. Dat olie en meer algemeen energie duurder zal worden is een zekerheid. Is het niet door marktgedreven evoluties, dan is het door nieuwe maatregelen in het post Kyoto tijdperk. Een hele industrie rond alternatieve energie en energiebesparing zal zich ontwikkelen. De sociale partners leken ook bereid om hun schouders te zetten onder progressieve klimaat maatregelen.

 Opvallend was ook dat een aantal deelnemers uit de Nederlandse financiële wereld zoals Daan Dijk van Rabobank of Kejetan Hetzer van SNS asset management de uitgangspunten van de ecologische economie delen. De economie is een deel van het ecosysteem aarde, en haar werking moet afgesteld worden op de noden en evenwichten van het grotere geheel. Financiële spelers ontwikkelen in toenemende mate meetinstrumenten om te zien in hoeverre ondernemingen toekomstige duurzaamheid vereisten nu reeds incorporeren in hun strategie, er vanuit gaand dat iedereen vroeg of laat rekening zal moeten houden met de draagkracht van de aarde.

“Er ritselt van alles in het struikgewas, maar een beeld op wat er zich allemaal afspeelt, en hoe het totale plaatje eruit zal zien is er nog niet” zie een deelnemer. Bij heel wat mensen en ondernemingen groeit blijkbaar het bewustzijn dat de economie op een periode van veranderingen afstevent. Over de nood aan nieuwe economische indicatoren of maatregelen om het klimaat te vrijwaren waren veel mensen het eens op de conferentie. Maar of het totale plaatje er zal of moet uitzien zoals Susan George het schetste, daar durfden weinigen zich over uitspreken.