Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?

 

Ze kregen steeds weer hetzelfde antwoord: De Duitsers zijn veel te gezapig, veel te gemakzuchtig, niet flexibel genoeg. Ze vinden zich veel te goed om asperges te steken. Bondskanselier Gerhard Schröder zei: ‘Er bestaat geen recht op luiheid.’ Het was een vaststelling, geen verwijt. De crisis was volgens hem het directe gevolg van een oeroude zonde, die reeds door Paus Gregorius de Grote onder de Latijnse naam Acedia tot de zeven hoofdzonden gerekend werd: vadsigheid. 1500 jaren later waren de Duitsers er klaarblijkelijk opnieuw voor gezwicht.

Nu, in het jaar 2009, beleeft Duitsland opnieuw een recessie. Opnieuw stijgt de werkloosheid. Opnieuw stellen de talkshows de vraag naar het waarom. Maar deze keer spreekt niemand over luiheid, alhoewel ook dit voorjaar Oosteuropese oogsthelpers Duitse asperges zullen steken. Deze keer hebben politiek en media een andere oorzaak voor de recessie uitgekozen: ‘De financiële crisis bevestigt veel van wat met hebzucht te maken heeft,’ zei Bondskanselier Angela Merkel in oktober.

Hebzucht: ook niet beter dan luiheid, in het Latijn Avaritia, doodzonde nummer twee in de catalogus van Gregorius de Grote.

Er doet zich een kapitalistische crisis voor, en de schuld wordt niet toegeschreven aan – het kapitalisme en zaken zoals minileningen, maar aan de mens in al zijn zondigheid. Zo ging het reeds bij de beurscrash van 1857, bij de Zwarte Vrijdag van 1929, en zo gebeurt het momenteel opnieuw. Steeds wanneer de markteconomie opeens geen rijkdom meer produceert, maar werkloosheid, worden daarvoor menselijke tekortkomingen verantwoordelijk gesteld. Luiheid, hebzucht, spilzucht. In dit opzicht gelijken de mensen van de nieuwe tijd op die van de middeleeuwen, die een droogte niet als een metereologisch toeval zagen, maar als een straf voor hun zonden. Totdat de geleerden van de Verlichting hen van dit bijgeloof bevrijdden, ook doordat ze boeken schreven. Wanneer het evenwel over economie gaat, lijkt een rest van het oude denken nog in het hoofd te zitten. De straffende God is enkel maar vervangen door de straffende markt.