Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Jan-Pieter Everaerts
Met de Nieuwe media naar een beter leefmilieu ?
zaterdag 28 oktober 2006
BLADE RUNNER OF ECOPOLIS ?
Het artikel bestaat uit zes delen.
Eerst overlopen we kort de bedreigingen voor ons leefmilieu. Dan kijken we naar onze kijk op die problemen én hoe die kijk het debat bemoeilijkt. Vervolgens zoeken we uit hoe de nieuwe media ons kunnen helpen. Maar we kijken ook naar hoe ze ons extra schade kunnen berokkenen. Tot slot, gaan we de filosofische toer op - dromend over een neobiologische toekomst - én de ethische toer, ons bezinnend over wat we zelf kunnen doen. Stof genoeg voor een heel boek, maar dat is voor later. Hier alvast de eerste 11 pagina’s daarvan.
Met de nieuwe media naar een gezonder leefmilieu ?
"There are too many people, creating too many problems." (Phil Collins)
"Sleutelbloemen en landschappen, betoogde hij, hebben één ernstig gebrek: ze zijn kosteloos. Liefde voor de natuur houdt geen fabrieken gaande. Men besloot daarom de liefde voor de natuur af te schaffen." (Aldous Huxley, Heerlijke Nieuwe Wereld)
Zeldzaam is de burger die zijn slaap laat voor milieuproblemen. Toch bezorgen die ons steeds meer last. Denk aan de dagelijkse files, de ozonsmog, lawaaihinder, toename van het aantal huidkankers, problemen met dioxine her en der ... Kunnen de nieuwe media en nieuwe technologieën voor dit soort problemen een (deel van de) oplossing brengen ? Of sleuren ze ons nog verder de ecologische dieperik in ?
Deel 1. Een ’Im-mense’ kwestie
"We stonden zelf versteld over de mate waarin het milieu in ons lijf gekropen is. Vroeger dacht men dat de groenen opkwamen voor boompjes en bloemetjes. Terwijl het ons te doen was om de leefbaarheid van het geheel. Neem het verband tussen luchtvervuiling en huidaandoeningen. Daarover is al veel bekend, maar het dringt niet door. Idem dito voor de invloed van de luchtkwaliteit op kinderen met ademhalingsproblemen: niemand twijfelt nog aan dat verband." (Magda Aelvoet, Agalev-minister van Volksgezondheid, 1999)
"Als de voorwaarden voor het leven op aarde gaan ontbreken"
Op diverse milieu-terreinen zijn er al bemoedigende tekenen te bespeuren die tonen dat door politiek overleg en organisatie, door een mentaliteitsverandering bij de bevolking ook, er wel degelijk verbeteringen gerealiseerd kunnen worden.
Zo daalt bv. de snelheid van de bevolkingsaangroei. (1) Dat is nodig, want de wereldbevolking groeit nu jaarlijks nog met 81 miljoen zielen. Rond 2100 verwachten de VN dat we met 10,4 miljard zullen zijn.
In eigen land wordt er werk gemaakt van het zuiveren van afvalwater, het selectief ophalen van afval, het terug leven brengen in rivieren en beken ... Meer en meer bedrijven stellen zich milieubewust op. Enzoverder. Dat maar om duidelijk te maken, dat er verbetering mogelijk is.
Anderzijds is de problematiek toch wel zo ’im-mens’ dat het angstaanjagend wordt.
Een kort overzicht nu van de belangrijkste problemen:
Desastreuze cocktail
Het Internationale Rode Kruis voorspelde midden 1999 dat door de combinatie van het broeikaseffect, stijgende waterniveau’s, algemene aantasting van het milieu, armoede en bevolkingsgroei, we in de volgende decennia een toename van zogenaamde ’natuurrampen’ te verwerken zullen krijgen. De 20ste eeuw mag dan al de bloedigste uit de menselijke geschiedenis geweest zijn, de 21ste zou wel eens de rampzaligste kunnen worden.
De bovenvermelde problemencocktail zal ook steeds vaker leiden tot oorlog en burgeroorlog. Factoren zoals bevolkingsdruk, bodemverontreiniging, schaarste aan land, drinkwater en visgronden leiden nu al tot massamoorden (zoals in Midden-Afrika - in Ruanda daalde de landbouwopbrengst tussen 1990 en 1993 met een derde), tot visserij-oorlogen, boerenopstanden ... (2)
Door de massa’s chemicaliën die we in het milieu dump(t)en, blijkt zowel bij mens als dier de voortplanting wereldwijd verstoord te worden (een thema dat ook de kern vormt voor een futuristische speelfilm als ’Children of Men’, 2006) . "Hoe verfijnder we worden, hoe meer rotzooi we afscheiden" fulmineerde Breyten Breytenbach. Momenteel wordt een toenemend aantal levensvormen (waaronder een kwart van de zoogdiersoorten) met uitsterven bedreigd.
Niettegenstaande de eerder vermelde bemoedigende berichten op enkele deelterreinen wordt het leven op aarde als nooit tevoren bedreigd door de activiteiten van de nu al meer dan 6 miljard mensen. Die 6 miljard exploiteren lucht, water én aarde op een totaal onverantwoorde manier. "Als we toestaan dat deze trend aanhoudt, zullen de belangrijkste voorwaarden voor het leven op aarde gaan ontbreken," stelde UNEP-directrice Elizabeth Dowdeswell in 1997 bij de voorstelling van een rapport waaraan meer dan vijfhonderd wetenschappers meewerkten.
De Amerikaanse sociaal-econoom Susan Stranger stelde: "Als het kapitalisme zou kapseizen, dan komt dat door twee oorzaken: financiële instabiliteit, en op lange termijn, door de milieucatastrofe." (3)
"Vlaanderen vakantieland ?’
Ondertussen worden ook in eigen land onze bossen ziek van de zure regen en behoren de Belgische dioxineconcentraties tot de hoogste in Europa. Door vervuild voedsel en dito leefomgevingen, lijdt nu al één op drie Europeanen aan minstens één allergie.
Groene ruimtes om er eens tussen uit te knijpen, zijn steeds minder voorhanden. "Aan het huidige tempo is Vlaanderen over een goede 200 jaar dichtgebouwd" schreef Trends eind 1996. Nederlandstalig België wordt van Oostende tot Maasmechelen, één groot stadsgewest, waar groene rust steeds duurder betaald wordt. Door de aanhoudend hoge bevolkingsdruk houden we steeds minder leefruimte per persoon over en naderen we Japanse toestanden. In de Benelux wonen nu gemiddeld 300 mensen op één vierkante kilometer, tegenover 330 in Japan en slechts 13 in Noord-Amerika. België is overigens (de bosrijke Ardennen meegeteld) hét land met de grootste stedelijke concentratie van de bevolking ter wereld.
Nederlandstalig België kan er ook prat op gaan dat het in de kern van de Europese smogzone ligt. Tijdens de hete zomers van 1994 en 1995 eisten de ozonpieken hun eerste dodelijke tol. Joggen in de zomerzon wordt levensgevaarlijk. Bovendien zorgt de in de hogere luchtlagen dunner wordende ozonlaag, ervoor dat huidkanker een belangrijke doodsoorzaak zal worden. In de toekomst zullen we steeds minder onbedekt in de zon kunnen vertoeven. Als dat geen aantasting is van onze vrijheid ..... "We zijn allemaal volop bezig een gezondmakende vriendin, de zon, om te vormen tot een echt gevaarlijke vijand", stelde professor Jean-Pierre Cesarini.
Begin 1999 bleek dat we in het Vlaams gewest per persoon 20 procent meer broeikasgassen uitstoten dan in onze buurlanden. Terwijl de industrie zich inspant om milieubewuster te werken, "nemen de emissies uit verspreide bronnen hand over hand toe. Die verspreide bronnen zijn vooral de gezinnen." Het is ons aller consumptiepatroon dat voor de groeiende vervuiling verantwoordelijk is. Daardoor boert ook de biodiversiteit er bij ons op achteruit. "Dat wil zeggen dat wij ons nageslacht een stuk natuur ontzeggen, waarvan wij vandaag hier en daar nog kunnen genieten." (4)
**
Deel 2. ’Onze kijk op’, in vraag stellen
1) "Een zeilschip, dat niet vooruitgaat als er veel politieke tegenwind is"
De Verenigde Naties concludeerden in 1997 in een rapport dat ofschoon de "natuurlijke hulpbronnen van onze planeet steeds sneller geplunderd worden dan ze zich kunnen herstellen", de "direct belanghebbende, de mens, steeds onverschilliger reageert en verzadigd is voor milieuproblemen." (5)
Uit een onderzoek dat het Newyorkse marketingbureau ’The Brainwaves Group’ in 1996 uitvoerde bij 25.000 tieners in 41 landen, bleek dat de jeugd zich zowat overal vooral zorgen maakt over de eigen toekomst. De aandacht voor milieuproblemen bleek lang niet zo groot als verwacht. Wereldwijd ’verklaarde’ slechts 38 procent van de tieners zich zorgen over het milieu te maken. In België was dat 35 procent. Hoe klein zal dan nog het percentage zijn van hen die zich echt voor het milieu inzetten ?
Een ander onderzoek, uit 1998, leert dat de bezorgdheid in het Vlaams gewest over het leefmilieu nog afneemt. "De meeste Vlamingen menen dat het goed mogelijk is om het milieuprobleem op te lossen. Maar zelf een inspanning leveren, ligt al heel wat moeilijker" concludeerden de onderzoekers. (6)
Begin 1999 waarschuwde Theo Kelchtermans, Vlaams minister van Leefmilieu, dat "het milieubeleid geen stoomboot is die van punt a naar punt b vaart, maar een zeilschip, dat niet vooruitgaat als er veel politieke tegenwind is". (7)
2) Alles steeds weer in vraag stellen,
ook de in-vraag-stellers zelf én toch principieel handelen
Milieunieuws is vaak slecht nieuws. Voor wie het allemaal teveel wordt, cirkuleert er op het Internet een stroom aan ’ecologische ontkenningen’: ’berichten’ die de milieuproblemen in twijfel trekken of minimaliseren.
Zulke "ecologische ontkenningen" kwamen er eind 2006 ook naar aanleiding van de documentaire "An Inconvenient Truth van Al Gore en Davis Guggenheim. In zijn artikel "Gorey Truths" (17/10/2006) voert Iain Murray 25 ’argumenten’ aan om de boodschap van Al Gore onderuit te halen. Zo betwist Murray bv. onze historische kijk op hittegolven en overstromingen. Zo betwist hij de ’wetenschappelijke consensus’ over de milieuproblemen. Zo beweert hij bv. dat er "sinds 1600 slechts 1.000 diersoorten zijn uitgestorven" (een stelling waarvoor hij zich baseert op milieu-’negationist’ ’Bjørn Lomborg’).
Murray’s slotargument, het economische argument gaat zo:" 25. Economic Costs. Even if the study Gore cites is right (p. 280-281), the United States will still emit massive amounts of CO2 after all the measures it outlines have been realized. Getting emissions down to the paltry levels needed to stabilize CO2 in the atmosphere would require, in Gore’s own words, "a wrenching transformation" of our way of life. This cannot be done easily or without significant cost. The Kyoto Protocol, which Gore enthusiastically supports, would avert less than a tenth of a degree of warming in the next fifty years and would cost up to $400 billion a year to the U.S. All of the current proposals in Congress would cost the economy significant amounts, making us all poorer, with all that that entails for human health and welfare, while doing nothing to stop global warming."
Wat zegt Murray hier eigenlijk ? "We worden allemaal armer als we Kyoto uitvoeren en dan is er nog niets ten goede verbeterd voor het milieu." Wat zijn alternatief dan wel is, dat vernemen we bij Murray niet.
Nota bene: Murray is "a senior fellow at the Competitive Enterprise Institute". Meer daarover verneem je op http://www.cei.org. Daar stelt CEI zich voor als "a non-profit public policy organization dedicated to advancing the principles of free enterprise and limited government. We believe that individuals are best helped not by government intervention, but by making their own choices in a free marketplace."
De mens herleid tot een speler op de "vrije markt". Dit soort "instituten" krijgt makkelijk steun van bedrijven die er in hun aandeelhoudersgericht korte termijn denken belang bij hebben dat problemen genegeerd worden. Denk in dit verband ook aan de miljarden dollars die de tabaksindustrie decennialang uitgaf aan misleidende "informatie". Dat gebeurt nu opnieuw vanuit de industrie en dat vertekent het debat over de milieuproblemen sterk.
In het Franse maandlbad Le Monde Diplomatique van november 2005 riep Serge Latouche in een artikel getiteld "Ecofascisme ou ecodémocratie", oveigens op om te achterhalen en bekend te maken, wie er nu eigenlijk tegen een beter milieubeheer is. "Qui sont les ’ennemis du public’ ?" vroeg hij zich af. Als je de echte vijanden een gezicht geeft, valt het een stuk makkelijker om hen te onthullen.
En dat is nodig want al de negationistische verhalen uit de bedrijfswereld slaan makkelijk aan bij het publiek. Veel mensen willen immers niet opgeven wat ze nu hebben of ze hebben het al moeilijk genoeg om in de huidige omstandigheden "mee te kunnen". Veel mensen willen blijven geloven in een technologische droom. Veel mensen sluiten uit angst (of uit ’realiteitswalg’) hun ogen voor de feiten, voor de discussies. Want ja, we zijn het nog lang niet over alles eens.
Dus mag en moet er getwijfeld worden, ook al bemoeilijkt dat het tot stand komen van een breed draagvlak bij de bevolking om voorzichtiger met het leefmilieu om te springen.
Het milieu wordt overigens ook vaak misbruikt door politici wat bij de bevolking tot allergische reacties leidt. Zie hoe de regering Verhofstadt eind 2006 "Kyoto" als excuus misbruikte voor een belastingverhoging die volgens de Belgische voedingsindustrie elk gezin tot een meeruitgave van 200 euro (8.000 frank) jaarlijks zal leiden. Mocht de taks ’lukken’ zou ze bovendien de milieulast verschuiven van de wegwerpverpakkingen naar het transport en zuivering van de glazen verpakkingen, een gebeuren dat volgens sommigen al even milieuschadelijk is.
Al de twijfels en al de uiteenlopende visies mogen er echter niet toe leiden dat we de zaken maar op hun beloop laten. Er stellen zich serieuze problemen en het is onze verdomde plicht als verantwoordelijke burgers met rechten én dus ook plichten, om ons over die problemen te informeren, na te denken en er elk binnen onze mogelijkheden iets aan te proberen doen. Om te beginnen betekent dat: zo voorzichtig mogelijk met het milieu omspringen.
3) De doelen positief herformuleren
In zijn boek ’Vervuiling van het milieudebat’ gaf de NederlanderWybren Vestegen tal van voorbeelden van hoe het milieudebat met verkeerde argumenten gevoerd wordt. Hij haalde daarbij scherp uit naar de doemscenario’s, die hij verantwoordelijk acht voor de apathie bij de bevolking.
We kunnen hier niet heel zijn argumentatie becommentariëren, maar wel de essentie van volgende conclusie onderschrijven. Verstegen: "De publieke opinie wordt apathisch van het zoveelste schrikverhaal. Ze is nog wel te paaien met het idee dat het aantal bioboeren toeneemt. (...) Meer mensen in de weelde doen delen, inclusief een schoon en mooi milieu, spreekt mensen meer aan dan schrikverhalen, banvloeken en verboden. Mensen willen aan de toekomst denken en niet aan een ’terugkeer naar de natuur’." 8)
4) ’Milieumiddeleeuwers’, ’milieu-ayatollah’s’ en ’eco-dictators’
Nogal wat mensen die in het milieu geïnteresseerd zijn, staan afkerig tegenover de nieuwe media. "As a group, environmentalists did not fall in love with computers the way scientists, MBAs and Nintendo-loving teenagers did", schreef Time eind 1997. Zelf maakte ik het jaren geleden mee dat een oude senator van Agalev zich op een bijeenkomst erover bekloeg dat tegenwoordig niets meer georganiseerd kan worden zonder computers.
Die houding van de ’milieumiddeleeuwers’ (zoals Alvin Toffler hen noemt) kenmerkt een niet onbelangrijk deel van de ecologische beweging (maar zeker niet heel de beweging, zoals we nog zullen zien). Een aantal organisaties waren en zijn alleen bezig met trachten te behouden van wat ons nog rest aan natuur. Ze zien zich geplaatst voor tal van urgente problemen. Tijd, energie en geld voor toekomstige uitdagingen is schaars. Maar als de milieubeweging klaar wil zijn voor de nieuwe uitdagingen, moet ze er nu op anticiperen. Anders staat ze straks weer voor voldongen feiten en helpt ze de weg banen voor ’milieu-ayatollah’s’ en ’eco-dictators’ die de milieuproblemen zullen misbruiken voor hun eigen doeleinden. (9)
**
Deel 3. Hoe kunnen de nieuwe media helpen ?
1) Meer milieubewustzijn via nieuwe en oude media
Vermits we vooral via de media over het leefmilieu geïnformeerd (kùnnen) worden, dringt zich een bezinning op over de wijze waarop de media (ook de nieuwe media) met milieuvraagstukken omspringen. Grootscheepse en populair gebrachte bewustmakingscampagnes lijken een must te worden. Vroeger nam de BRT daar al eens het initiatief toe (denk aan de ’Plant-een-boom-campagnes’). Maar de managers die de openbare omroep nu leiden, zijn alleen bekommerd om hoge kijkcijfers. Toen ik Leo De Bock - enkele jaren verantwoordelijk voor de documentaire uitzendingen op Canvas - daarover aansprak in 1998, stelde hij: "De dag dat Censydiam" (het bureau dat onderzoekt wat "de Vlaming" op de VRT wil zien) "vaststelt dat er bij de Vlaming een behoefte aan milieuprogramma’s bestaat, dan zenden wij die uit." De omgekeerde wereld ? Waar blijft de omroep-intelligentia die haar verantwoordelijkheden weer durft opnemen ?
Onderzoek van het RUCA wees in 1999 uit dat "consumenten met een hoog besef van de milieuproblematiek zich milieuvriendelijker gedragen dan consumenten met een laag besef." Onderzoekster Irene Roozen pleitte voor campagnes die bij de bevolking de milieukennis opkrikken en milieuvriendelijk consumptiegedrag aanleren.
2) Bits vervoeren in plaats van mensen
"Begin 21ste eeuw lopen ochtend- en avondspits geruisloos in elkaar over. Tussen Brussel en Antwerpen komt het verkeer muurvast te zitten." Ziedaar de conclusie van een rapport uit 1998 voor het Ministerie van Verkeer. Anno 2006 staan elke werkdag zo’n miljoen landgenoten in de file. Verwacht wordt dat tussen 2005 en 2010 het verkeer met 40 tot 50 % zal groeien. Geen onrealistische prognose want in de periode 1995 - 1999 steeg het verkeer ook al met 40 %.
Files zijn vooral het gevolg van het woon-werk-verkeer naar de steden waar de jobs geconcentreerd werden. De gevolgen ervan worden steeds erger: tijdverlies en stress, moeilijker toegankelijkheid van de stadscentra die door het autoverkeer ongenietbaar worden, verkeersongelukken en energieverspiling, zware luchtverontreiniging inclusief smogvorming en ozonhinder.
Al die problemen kunnen voor een deel aangepakt worden via tele-activiteiten: telewerk, tele-onderwijs, telewinkelen, televakanties ..... In plaats van massa’s mensen te verplaatsen, moeten we de informatie verplaatsen. Of om met Nicholas Negroponte, directeur van het M.I.T.-Media Lab te praten: "in de plaats van atomen te verhuizen, moeten we leren bits te verplaatsen."
Bij onze Noorderburen werkte de Nederlandse Internet Society (ISOC) al een heus "fileverdunningsplan’ uit. "Onder de titel ’meer berichtenverkeer betekent minder uitlaatgassen’ schuiven de Nederlandse Internetverdedigers een actieplan naar voren om de files in de driehoek Amsterdam - Utrecht - Den Haag resoluut te bestrijden, door automobilisten ’s ochtends thuis te laten telewerken. Pas na 9.30 uur mogen zij in de auto stappen. (...) Het is één van de voorstellen van ISOC Nederland dat geld opbrengt in plaats van geld te kosten. Aangezien de Nederlandse files zo’n 30 miljard frank kosten, kan een dergelijke maatregel een niet onaardig terugverdieneffect met zich meebrengen." (10)
In de Verenigde Staten eist de overheid o.a. via het ’Environmental Protection Agency’ en de in Californië geldende ’Clean Air Act’, dat werkgevers het verkeer van hun personeel zo veel mogelijk beperken. Als de bedrijven dat niet doen, riskeren ze boetes. Dus organiseren Amerikaanse werkgevers steeds meer telewerk.
In de meeste landen komt telewerken echter veel trager van de grond dan de voorstanders ervan verhoopt hadden. In 1997 publiceerde het Öko-Institut in Freiburg een rapport over ’Umweltschutz im Cyberspace’. Daaruit bleek dat telewerk in Duitsland op ecologisch vlak niets voorstelde. Er waren in 1997 amper 10.000 actieve telewerkers in Duitsland en een aantal onder hen verbruikte nog meer energie dan hun collega’s op kantoor. Vandaar de conclusie van het rapport dat "telewerken geen eco-label verdient" ... Pas als het milieubewust georganiseerd wordt, is telewerk ecologisch zinvol. Dat dat niet zo makkelijk is, bleek eind 2006 in eigen land nog waar een studie onthulde dat telewerkers met de auto nog meer kilometers afleggen, dan toen ze gewoon naar het werk gingen.
Ondertussen wordt de verkeersproblematiek almaar prangender. In een VPRO-documentaire stelde ene Peter Weibel het probleem heel radicaal. Wegens de bevolkingsexplosie en de er aan gekoppelde milieuvervuiling, zullen we ons in de toekomst volgens Weibel onmogelijk nog langer zo vrij als nu kunnen verplaatsen. Maar via de Virtuele Realiteit, stelt hij, zal iedereen vanuit zijn woning zoveel kunnen reizen als hij wil, zonder de anderen te hinderen of het milieu te vervuilen. In de V.S. zijn er al bedrijven die je via Internet op semi-VR-wijze een handvol Amerikaanse steden (waaronder Las Vegas) laten bezoeken. De stads-websites van het in San Francisco gevestigde ’Planet 9’ worden naar verluidt jaarlijks door een miljoen mensen bezocht. Men bezoekt de sites voor informatie maar ook puur voor het plezier.
3) Bits verhuizen in plaats van goederen & diensten
Ook goederen en diensten kunnen via de nieuwe media efficiënter en sneller ter bestemming gebracht worden. Tal van goederen en diensten kunnen immers gedigitaliseerd worden en derhalve per telefoonlijn, TV-kabel, ether of satelliet doorgegeven worden.
Met name diverse vormen van maatschappelijke dienstverlening - gaande van een advies over een aankoop, over rechtsbijstand en cursussen alsook tal van amusementsvormen - kunnen digitaal aan de man of vrouw gebracht worden.
Dit geldt ook in de sector van het uitgeven van boeken, kranten, tijdschriften en dergelijke. Elektronisch uitgeven kan een enorme papierverspilling voorkomen. Via Internet kunnen we nu reeds zowat overal ter wereld bibliotheken en databanken ’online’ inkijken. ’Offline’ media (media die je kan raadplegen zonder dat je in verbinding met een leverancier treedt) zoals CD-Rom en DVD-Rom kunnen massa’s bomen redden. Op één CD-Rom kunnen zo’n 300.000 A4-tekstpagina’s worden opgeslagen. Wie een CD-Rom of DVD-Rom koopt en het boek links laat liggen, is dus milieuvriendelijk bezig. Ook in de bedrijven kan de inzet van nieuwe media een hoop papier besparen. Firma’s en organisaties schakelen meer en meer over op digitale dragers om gegevens te stockeren. Op weg naar het ’paperless office’ ...
4) "Wire up the ecosystem"
Een milieu-organisatie zoals Greenpeace is een fervent gebruiker van satellietcommunicatie. Vroeger duurde het vaak dagen voor beeldmateriaal van acties ter bestemming raakte. Nu werkt Greenpeace met zowel mobiele als vaste satellietstations. Het beeldmateriaal van de acties tegen de Franse kernproeven op Moruroa werd zo supersnel de wereld rond gezonden.
Greenpeace heeft ook een goed uitgebouwde website. Van alle nieuwe media vond het World Wide Web trouwens het best ingang in de milieubeweging. Zowel internationale organisaties als plaatselijke actiegroepen ontdekten het als een middel om snel informatie rond te zenden en te mobiliseren. Tal van organisaties creëerden hun eigen Website. Als je nu op het Web naar items zoekt zoals het broeikaseffect of milieuvervuiling in het algemeen, dan krijg je een enorm aantal Webpagina’s dat daar informatie over bevat. Webcriticus Aggi Raeder beoordeelde de groene Websites als een erg ’volwassen’ deel van het Web: "met sites die veel actuele, relevante informatie bevatten, goed onderhouden en goed met elkaar gelinkt." (11)
Eén van de opmerkelijkste ecosites is wellicht die van de actiegroep ’Friends of the Earth’. Die riep in 1999 in Groot-Brittannië een ’Factory Watch-website’ in het leven. Die site publiceert een hitparade van de meest vervuilende bedrijven. ’Friends of the Earth’ hoopt hiermee het verzet te stimuleren tegen bedrijven die hun omgeving vervuilen en verzieken. Tal van bedrijven uit de chemische en farmaceutische nijverheid reageerden al verontwaardigd op het initiatief, dat hen dus blijkbaar niet onberoerd laat.
De Britse site kan je zien als een eerste stap in de richting van wat Michal Schrage van het M.I.T., de volgende grote opgave noemde: "to wire up the ecosystem". Volgens hem moet het zonder veel financiële middelen mogelijk worden om het ecosysteem aan Internet te linken. Hij bedoelt daarmee dat we de resultaten van vele milieu-meetpunten direct op het Net kunnen zetten. Dat kan gaan om meetwaarden van de luchtverontreiniging in steden, niveau en kwaliteit van het grondwater, lawaaihinder door vliegtuigen ... Heel wat officiële instanties zullen zich daar natuurlijk tegen verzetten, ook bij ons, vaak onder het mom dat men de bevolking niet nodeloos ongerust moet maken met ’incidentele meetresultaten’. Maar technisch kan het. Milieugroepen kunnen ook zelf metingen verrichten, eventueel via moderne spionage-apparatuur (minicamera’s bv.). Of het linken van ons ecosysteem aan Internet alleen maar voordelen zal hebben, valt te betwijfelen. Maar wellicht kan het de milieugroepen toch helpen om via de nieuw bekomen informatie hun rol als bewakers en behoeders van ons leefmilieu beter te vervullen.
Om het milieubewustzijn bij de burgers te verbeteren, kunnen we ook de Virtuele Realiteit inschakelen. Veel mensen vinden het moeilijk om de gevolgen in te zien van hun huidige handel en wandel voor het leefmilieu op langere termijn. Met virtuele modellen zal men ons eerlang aantonen wat er aan onheil op ons afstevent als we verder doen zoals we bezig zijn. In een V.R.-simulatie kan bijvoorbeeld de invloed van het omhakken van de tropische wouden op de rest van de aarde aanschouwelijk, ervaarbaar en daarom erg overtuigend worden voorgesteld.
Een concreet voorbeeld komt uit Nederland. In 1996 reeds liet de provincie Noord-Brabant VR-simulaties maken omtrent de aanleg van een Hoge Snelheids Lijn door Noord-Brabant. Op die manier konden o.a. de Nederlandse parlementsleden op een indringende wijze kennismaken met de plannen van de Nederlandse regering. Die plannen werden in de simulaties geplaatst tegenover het alternatief dat de provincie voorstelde.
Ondertussen worden ook architecten zich van hun ecologische verantwoordelijkheid bewust. Volgens futuroloog Rolf Kreibich ’heeft architectuur de opgave het evenwicht tussen ecologie en economie te herstellen." Net als de urbanist Albert Speer beseft hij dat onze wegwerpmaatschappij haar grenzen bereikt heeft. Speer: "De stad van de 21ste eeuw moet een duurzame ecologische stad zijn." Dat zal mede kunnen door het ontwikkelen van "regiopolen’, clusters van steden die door middel van telecommunicatie en andere verkeerskanalen met elkaar verbonden worden. Maar Speer is pessimistisch over de manier waarop de ideale stad gepland zou kunnen worden: "In een liberale, flexibele wereldeconomie is het een illusie te denken dat je planmatig te werk kan gaan. Computers maken het er alleen maar erger op. Ze maken dat de voorspelbaarheid van de processen afneemt." (12)
Dat voorspelt weinig goeds voor bijvoorbeeld de uitdeinende nucleaire industrie, die ondertussen wel oefent met virtuele rampenplannen. Hopelijk kunnen we zo van toekomstige Tsjernobylrampen bespaard blijven.
Enzoverder. De waaier aan nieuwe media zal voor een waaier aan ecologisch verantwoorde toepassingen ingezet kunnen worden. Maar er is wel dringend meer creativiteit nodig om die ecologische toepassingen te bedenken en te realiseren. Zoals we overigens ook nu al, zelfs zonder media, al heel wat ecologisch verantwoorde activiteiten kunnen ondernemen.
**
Deel 4. Nieuwe media, nieuwe milieuproblemen
De nieuwste technologieën kunnen ook tal van nieuwe ecologische problemen veroorzaken. Denk maar aan de mogelijke gevaren van genetische gemanipuleerd voedsel ... Ook sommige gebruikvormen van de nieuwe media kunnen ecologisch nefast uitdraaien.
1) Meer energieverbruik, meer schadelijke afvalstoffen
Een eerste probleem is dat de opkomst van de elektronische media leidt tot een verdere stijging van het energieverbruik.
Bovendien worden voor de bouw van nieuwe media-apparatuur vaak milieuschadelijke materialen gebruikt. Zo bevat een klassieke ’beeldbuis’ lood en andere zware metalen. De printplaten van computers bevatten onder meer arseen, cadmium, koper, zink, broom, fluor en lood. Al deze stoffen mogen niet zomaar op de afvalberg gegooid of verbrand worden. En dat is nochtans het lot dat de meeste afgedankte PC’s beschoren is.
Pas recent is men gaan beseffen dat versleten computers net als auto’s selectief gedemonteerd moeten worden. De universiteit van Twente ontwikkelde in 1997 een systeem dat bij afgedankte PC- en TV-toestellen de herbruikbare zowel als de milieuschadelijke onderdelen automatisch kan herkennen, zodat de eerste gerecycleerd en de tweede adequaat vernietigd kunnen worden.
2) ’Papierloos kantoor’ naar de snippermand ?
Ondertussen ligt de eerder al besproken droom van het ’paperless office’ in snippers. Het papierverbruik in de kantoren blijft geweldig toenemen. Enkele cijfers. De papierconsumptie verdrievoudigde in de Verenigde Staten tussen 1940 en 1990. Een Amerikaan verbruikte rond de eeuwwisseling gemiddeld een halve ton papier per jaar: bijna 1,5 kilo per dag. Op het gemiddelde Belgische kantoor produceerde de gemiddelde bediende in 1995 tot 8 maal meer documenten dan in 1975. Voor een deel was die toename een direct gevolg van de komst van nieuwe media zoals fax, PC en Internet. De fax alleen al was in 1995 goed voor 30 pagina’s per bediende.
Het verbruik van papier steeg dus sterk in absolute cijfers. Relatief gezien verliest het papier echter terrein. Tussen 1975 en 1995 steeg het percentage documenten dat alleen in digitale vorm bestaat, van 0 tot 15 %. "En dat percentage neemt snel toe", aldus Marc Plancke van Rank Xerox. Hij wordt dan weer gecounterd door andere bronnen die stellen dat pas "na 2005 het papierverbruik zou gaan dalen, en dan nog slechts in geringe mate." (13)
Nieuwe technieken (als het e-mailen en faxen per computer) maken ondertussen wel dat er voor een aantal toepassingen toch al minder papier nodig is. Met behulp van ’Documentaire Informatie Systemen’ (DIS) wordt het opslaan (en terugvinden) van documenten op CD’s en andere digitale dragers almaar interessanter. Internet en Intranetten laten massa’s informatie circuleren zonder dat er papier aan te pas komt.
Probleem is echter dat de meeste mensen toch liever (en sneller en correcter) een afdruk lezen dan naar een monitor kijken. Maar de productie van lichte, draagbare en zelfs opvouwbare ’paperlike’-monitors of van het ’e-papier’ (zie deel 2) zou daar verandering kunnen in brengen.
3) ’Cybernetic ecology’ of ’cyber-ecocide’ ?
De komst van nieuwe media zoals televirtualiteit en telepresentie dreigt ons met tal van andere uitdagingen op te zadelen. Televirtualiteit en telepresentie zullen immers onze beleving van tijd en ruimte ingrijpend veranderen. Het lijkt onafwendbaar dat we via de virtuele werkelijkheid nog meer de voeling kwijtraken met de natuurlijke werkelijkheid.
Mede door de veranderende opvattingen over ons lichaam (wat je onze ’binnen-natuur’ kan noemen) zullen we ook andere opvattingen ontwikkelen over onze verhouding met de ’buiten-natuur’. Maar als menselijk ras hebben we miljoenen jaren geleefd in de natuurlijke wereld en zijn we er door de evolutie van al onze zintuigen totaal op afgestemd. We kunnen dan wel proberen om bv. via VR de beperkingen van ons lichaam te overstijgen, maar riskeren we daardoor niet de navelstreng met het leven door te knippen ?
Sommigen zullen daarop antwoorden dat de mens om zichzelf helemaal te realiseren juist die navelstreng moet doorknippen.
In het weekblad Humo stelde de al geciteerde Peter Weibel ooit dat "het hoofddoel van de mens is, dat hij met zijn technische vernuftigheden de natuur afschaft. Want de natuur is te wisselvallig. De natuur maakt de ene mens sterk en de andere mens zwak. De natuur maakt ons nu en dan moe en zelfs ziek, ja de natuur maakt ons dood. Met de nieuwe technologie moeten we ons lichaam verbeteren. Ons lichaam moet een andere realiteit krijgen zodat het niet meer zo onderhevig is aan de natuur. Als de moderne medische wetenschap heupen en hartkleppen kan vervangen, waarom zouden we dan geen deel van ons brein kunnen vervangen ? Kortom, de mens zal muteren met de nieuwste technologie."
In deze redeneerstijl staat ’natuur’ voor alles wat mank loopt. Cyborg- en andere technologieën daarentegen zullen ons leiden naar een perfecte wereld. Maar een al te naïef geloof in technische wonderoplossingen kan ons suïcidaal gedrag van overbevolking en overconsumptie alleen maar versterken.
Nog grotere delen van de mensheid zullen leven in vervuilde, ’Blade Runner’-achtige technopolissen waarvan de bewoners, die te arm zijn om buiten de steden te gaan wonen, continu zullen lijden door de lucht-, bodem- en watervergiftiging. Zulke steden bestaan overigens nu al. In de grootste en één van de vuilste steden ter wereld, Mexico-City, is volgens de Mexicaanse Psychiatrische Vereniging 10 à 15 procent van de mensen klinisch depressief. "Ruim de helft van de 20 miljoen inwoners zou in therapie moeten: hun mentale disfuncties zijn zo groot dat hun beroeps- en gezinsleven en sociale relaties er ernstig onder lijden." (14)
’The rich and happy few’ zullen ’natuurlijk’ ook in de toekomst betere oorden opzoeken. Ze zullen zich nog meer terugtrekken in geheel kunstmatige omgevingen zoals die nu hier en daar uitgetest worden.
In Japan hebben ze al een serie virtuele pretparken, met namen zoals ’Namja Town’, ’Space World’, ’Cosmopia’ en de ’Seagaia Ocean Dome’. Dat laatste, in Miyazaki, is met zijn 50.000 km2 het grootste kunstmatig strandparadijs ter wereld, vol met technologische hoogstandjes. Zelfs als er buiten een orkaan voorbijraast, blijft binnenin het complex alles perfect rustig. Anderzijds produceert een complexe golfmachine op het kunstmatige strand bij tijd en stond de meest opwindende golven. Het avontuur wordt zo herleid tot veilige dimensies, de natuur herschapen en onder controle gebracht. Maar wat als de via kerncentrales opgewekte energievoorziening van het paradijs, het laat afweten ? Wat met hen die de energievoorziening op gang moeten houden ?
Te vrezen valt dat in de brede lagen van de samenleving die alleen maar de milieuproblemen kunnen ondergaan, nieuwe vormen van radicalisme zullen ontstaan die leiden tot ecoterrorisme, ecofascisme en dies meer. Nu al merk je die radicalisering. ’Ecoterrorisme is internationaal in" titelde De Standaard zomer 1999 boven een pagina 1-artikel dat een overzicht bracht van het eco-terrorisme in het Westen. In de U.K. en de V.S. is bv. het ’Earth Liberation Front’ actief, in Nederland het ’Milieu Bevrijdings Team’ en in België hebben we een radicale afdeling van het ’Animal Liberation Front’.
Tegenover deze min of meer ’links’ (?) te situeren ’ecowarriors’ staan extreemrechtse groepen die zich in de natuur terugtrekken en een ’biologisch racisme’ prediken. De Morgen van 27 mei 1999 publiceerde een citaat uit het Vlaamse blad ’Tekos’ dat stelde dat "aangezien de linkse, progressieve poging van de ecologische beweging niet in staat is gebleken om de kapitalistische-plutocratische weg naar de ineenstorting van de ecosystemen af te grendelen, het tijd is geworden dat een groene conservatieve revolutie - het traditionele waarden aanklevende Europese heidendom - het roer in handen zou nemen om te redden wat er nog te redden valt."
**
Deel 5. De neobiologische toekomst: het huwelijk van het geborene en het gemaakte
Als de nieuwe media vooral ingeschakeld worden voor de winst en het profijt van de economische elite dan dreigt de impact van de huidige wereldwijde roofbouweconomie (die overigens geen economie, in de zin van het ’spaarzaam omgaan met middelen’, meer genoemd kan worden), rampzalig te worden.
Maar door een energieke inzet en een creatieve strijd van milieu- en consumentenverenigingen, van drukkingsgroepen en van de vaak direct bij de problemen betrokken burgers, van politici en wetenschappers, journalisten en andere mediamensen, kan bekomen worden dat de nieuwe media ons minstens voor een deel en minstens in sommige landen op weg helpen naar een rationeler productie- en consumptiegedrag, naar een ecologische economie.
Deze uitdaging van reuzeformaat is voor de Westerse wereld ook een morele opgave. Ofwel verminderen de rijke landen hun aanspraken op het draagvermogen van de planeet, ofwel doen ze dat niet en ontzeggen ze grote delen van de wereldbevolking een menswaardig bestaan. De ’milieustrijd’ is dus ook een sociale strijd.
Momenteel zijn er echter maar weinig tendensen te bespeuren dat de burger in het Westen én de hem vertegenwoordigende maar met handen en voeten aan de economische machten gebonden politici, de richting uitwillen van minder consumeren. Men blijft er van uit gaan dat de technologie én de vrije markt de milieuproblemen zullen oplossen. Maar dat gebeurt niet of slechts heel beperkt. Zo zal bv. de afvalverwerkende nijverheid de productie van afval vaak eerder stimuleren, om zo meer winst te kunnen maken. De petroleumindustrie blijft het verbranden van fossiele brandstoffen propageren en werkt op de meest uiteenlopende manieren de opkomst van alternatieve energiebronnen tegen. Dat gaat van het verspreiden van desinformatie over wind- en zonne-energie tot en met het verhinderen dat alternatieve brandstoffen, zoals we die de jongste decennia al een paar keer hebben weten uitvinden (in 1996 nog in Indië) op de markt kunnen doorbreken.
Het besef van het falen van de markt moet zo snel mogelijk doordringen zodat ieder zijn verantwoordelijkheid op zich kan nemen. Dan kan men ook een deel van de door de markt gecreëerde werkloosheid oplossen. In eigen land zorgt het (nochtans gebrekkige) ’Vlaamse’ milieubeleid eind jaren negentig al voor 20.000 jobs of 1,3 % van de Vlaamse werkgelegenheid. In Duitsland was dat al 2,7 % en stak de eco-jobmarkt de auto-industrie inzake tewerkstelling voorbij.
Dat de groene tewerkstelling in Nederlandstalig België achterop hinkt op de Duitse, komt door het nog steeds te grote geloof van de Vlaamse overheden in het marktmechanisme. Volgens professor Henk Tieleman zijn "de successen van dat marktmechanisme in vele opzichten zo indrukwekkend dat men geneigd is zijn belangrijkste nadeel te vergeten: het is een ongecontroleerd, doelloos maar niettemin expansionistisch systeem waarvan een buitengewone betovering uitgaat. Het gaat niet om een kapitalistische samenzwering tegen de mensheid; zonder het te beseffen zweert de mensheid tegen zichzelf samen." (15)
Tieleman toont aan hoe juist de successen van ons wetenschappelijk-technologisch-economisch complex zich nu tegen ons keren. De plaag van de verkeersfiles bij voorbeeld is niet het gevolg van het mislukken maar wel van het ongelooflijke succes van de auto (een voertuig waarmee overigens sinds de opkomst ervan - honderd jaar geleden - al zo’n 25 miljoen mensen gedood en tientallen andere miljoenen ernstig gewond werden).
Nu zijn er ook voorbeelden te vinden van hoe techniek en markt wel degelijk de gewenste correcties veroorzaakten, maar die kwamen wel vaak erg laat. "Er is", zoals Jan Bohets stelde, "een blind geloof nodig om erop te vertrouwen dat de nodige ombuigingen" door de technologische vooruitgang en het marktmechanisme "er tijdig zullen blijven komen." (16) Temeer daar heel wat natuurlijke hulpbronnen gewoon onvervangbaar zijn.
"Factor 4: Doubling Wealth, Halving Resource Use"
Anderzijds zullen we de moderne techniek, inclusief de nieuwe media, hard nodig hebben om de problemen de baas te worden. Vandaar het belang van de gedreven inzet van ecologisch bewuste wetenschappers en technici die zoeken naar nieuwe oplossingen. Mark Van Thillo, een Belg die deelnam aan het ’Biosfeer 2’-project (waarbij in een grote ’serre’ in Arizona een op zichzelf aangewezen ecosysteem ontwikkeld werd), stelt dat "als we natuur en techniek niet laten samenwerken, de mensheid het niet zal redden". (17)
Dat het mits die combinatie mogelijk is, wordt ook aangegeven door een Rapport van de Club van Rome, met de titel "Factor 4: Doubling Wealth, Halving Resource Use". Die titel doelt op de mogelijkheid om door middel van duurzame technologie (inclusief informatietechnologie) twee keer zo welvarend te leven, met verbruik van twee keer zo weinig natuurlijke hulpbronnen. ’Eco-efficiënty’ dus.
Daar bestaan stimulerende voorbeelden van. De Amerikaan Kevin Kelly beschreef in zijn boek ’Out of Control’ bv. hoe het wereldwijd actieve ’3 M’ tussen 1975 en 1994 zo’n 500 miljoen dollars spaarde door de vervuiling per productie-eenheid met 50 procent te verminderen. "3 M has made money by applying technical innovations to its internal industrial ecology" schreef Kelly. (18)
Hij denkt dat industriële processen steeds meer volgens organische schema’s zullen verlopen, omdat die nu eenmaal veel beter functioneren. Iets wat ze bijvoorbeeld ook in de Antwerpse haven inzien: "De natuur werkt goedkoper dan de mens" verklaarde bio-ingenieur Tom Maris in Knack van 11 oktober in een artikel getiteld "Natuur is nuttig". In plaats van de natuur te dwingen en in te dijken, is het beter met haar rekening te houden en zo er meer nut van te kunnen hebben.
Kevin Kelly stelt daarbij dat hij gelooft in "a variety of ecotech systems that could create the things we desire." Volgens hem wordt de toekomst meer en meer een combinatie van natuur en techniek, "the marriage of the born and the made". Kelly ziet een neobiologische toekomst voor ons omdat "biology always wins in any blending of organic and machine. Biology always wins because (...) biology is an inevitability - almost a mathematical certainty - that al complexity will drift towards." (19)
De optimistische visie van Kelly & Co stuit echter op kritiek van sceptici, die het nog niet zo snel zien gebeuren dat heel het bedrijfsleven eco-efficiënt gaat produceren. Zij vinden dat de overheid de industrie hier zeker zal moeten toe stimuleren, bv. door een "groen fiscaal beleid’ dat vervuiling bestraft en milieuverantwoordelijkheid aanmoedigt.
**
Deel 6. Wat doen we er zelf aan ?
"Er wordt geleefd alsof wij de laatste generatie op aarde zijn. We kappen het regenwoud, storten kernafval in zee en laten het aan de volgende generaties om de gevolgen ongedaan te maken." (Christine Pannebakker)
De nieuwe media, de nieuwe technieken kunnen ons dus helpen naar een ecologisch zonniger toekomst. Maar nogmaals, het blijft de individuele mens die er daadwerkelijk gebruik moet van maken.
Wie overmand door gevoelens van machteloosheid of verblind door kortzichtig eigenbelang meent dat hij de zaken op zijn beloop mag laten, moet beseffen dat hij indirect mee schuldig is aan alles wat er fout loopt. Albert Einstein formuleerde het ooit zo: "De wereld is gevaarlijk om in te leven, niet omwille van wie het kwaad begaan, maar wel omwille van hen die alleen maar toekijken en laten begaan."
Een Russisch slachtoffer van de ramp van Tsjernobyl stelde: "Volgens mij is het grootste gevaar voor het milieu het absolute gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel dat je overal tegenkomt; van de verpleegster tot de fabrieksdirecteur, van de loodgieter tot de landbouwer." Over wie heeft hij het ?
Trouwens, het is niet alleen een kwestie van verantwoordelijk MOETEN zijn. Als individu krijg je voor je sociale en ecologische opstelling ook iets terug. Er is het intense genoegen dat je kan putten uit je ’goede’ opstelling, de resultaten daarvan én de waardering van je medemensen. Een ecologisch en sociaal verantwoord leven kan dus ook een aangenamer en een zinvol leven zijn.
Het kan doordat je de levensprioriteiten beter op een rij hebt, ook een (geestelijk) gezonder leven zijn, met bv. minder stress, minder consumptiedwang ...
Voor wie die argumenten nog niet voldoende vindt: het kan ook een goedkoper leven zijn. Dat wordt aangetoond door de in 1990 opgerichte internationale organisatie ’Global Action for the Earth’ (GAP). GAP kwam op de proppen met EcoTeam-programma’s waarbij in dorpen en steden groepen gevormd worden waarin de deelnemers concreet bestuderen hoe ze minder energie en grondstoffen kunnen verspillen, hoe ze zowel milieu- àls beursvriendelijker kunnen leven. De EcoTeam-programma’s liepen tot nu toe in zowat de hele wereld, ook in eigen land.
Als de overheid nu eens zulke initiatieven zou ondersteunen en overal ingang doen vinden. "Wil de overheid ons zuiniger doen omspringen met energie of consumptiegoederen, dan wijst ze beter op de financiële voordelen dan op de baten voor het leefmilieu," concludeerde een studie uit 1998 naar het milieubewustzijn van de Vlamingen.
Maar zuiniger omspringen met energie en goederen, remt de economische groei, de ’welvaart’, de werkgelegenheid .... Heilige waarden waaraan de meeste politici (de groenen uitgezonderd) niet willen raken. Gelukkig wil niemand nog een verbrandingsoven in zijn achtertuin. Uit puur lijfsbehoud zullen we uiteindelijk wel ecologischer moeten gaan leven.
**
Voetnoten & bronnen
1.Volgens het Worldwatch Institute daalt de snelheid van de bevolkingsaangroei door een stijgend sterftecijfer waarvoor het Instituut drie oorzaken opsomt: AIDS, uitputting van watervoorraden en daling van de hoeveelheid vruchtbare grond per mens.
2. Op 30 december 1997 publiceerde De Morgen een artikel van Jan Bernheim, arts en V.U.B.-hoogleraar, onder de titel: "Rwanda, naar een nieuwe ecologische genocide ?" Bernheim onderzoekt daarin hoe de diepere, ecologisch-demografische achtergronden van de genocide taboe bleven, iets wat hij huiveringwekkend vindt. Maar in bepaalde milieu’s weigert men nu eenmaal over zulke zaken te praten. Zelf herinner ik me dat toen ik begin jaren negentig voor de katholieke NGO "Vredeseilanden’ een documentaire produceerde, de bevolkingsdruk in Ruanda niet aan bod mocht komen in het programma. In Ruanda heerste een zwaar katholiek taboe op contraceptie. Met alle gevolgen vandien.
3. Aldus Susan Strange in COLIJN, K. en RUSMAN, P., "De staat is een holle boom", in De Standaard Magazine, Brussel, VUM, 24 januari 1997, p. 223
4. Twee citaten uit: WOUTERS Antoon,"Milieubeleid vaart niet bij tegenwind", De Standaard, Brussel, VUM, 03-05/04/99
5. X, X, "Milieuconferentie Rio was Pyrrusoverwinning", De Morgen, Brussel, De Persgroep, 28 januari 1997, p. 14
6. PDJ, "Vlaming niet zuinig omwille van milieu", in De Standaard, Brussel, VUM, 2/06/98. Het onderzoek werd uitgevoerd door Leen Ackaert en Marc Swyngedouw (KU Brussel).
7. KELCHTERMANS, T., in WOUTERS Antoon,"Milieubeleid vaart niet bij tegenwind", De Standaard, Brussel, VUM, 03-05/04/99
8. VERSTEGEN, W., "Vervuiling van het milieudebat", Nieuwezijds, Amsterdam
9. Over de diverse stromingen binnen de ecologische beweging versus de technologische ontwikkelingen, zie het hoofdstukje "De milieu-ayatollah’s" in TOFFLER, A., "De nieuwe machtselite", Veen, Antwerpen, 1990, p. 381-386; zie ook het artikel "Ecofascisme ou ecodémocratie" in het Franse maandlbad Le Monde Diplomatique van november 2005
10. Bron: Clickx, Groot-Bijgaarden, NV Decom, 30 juni 1998; p. 7
11. Geciteerd in een artikel van ELMER-DEWITT, P., "The great green network", in Time Special Issue - Our precious planet", New York, Time Warner, october-november 1997, p. 67
12. SPEER, A., in WILLEMSEN, P., "Telepolis staat niet los van de wereld - Boeiend symposium over stad in een digitale maatschappij", De Standaard, Brussel, VUM, 7 november 1995.
13. W.R., "Digitaal kantoor nog niet voor morgen !", in Netwerk, april 1998, p. 33
14. IPS, "Helft inwoners Mexico-Stad moet in therapie", in De Standaard, Brussel, VUM, 13/09/97
15. TIELEMAN, H., in BOHETS, J., "Een uitzichtloos succesverhaal: de mensheid zweert onbewust samen tegen zichzelf", De Standaard der Letteren, Brussel, VUM, 14 november 1996, p. 14
16. BOHETS, J., "Een uitzichtloos succesverhaal: de mensheid zweert onbewust samen tegen zichzelf", De Standaard der Letteren, Brussel, VUM, 14 november 1996, p. 14
17. VAN THILLO, M., in VAN DOOREN, P., "Van Thillo nog steeds in de ecotechniek", De Standaard, Brussel, VUM, 20 januari 1997, p. 11
18. KELLY, K., Out of control, New biology of machines, social systems and the economic world, 1994, New York, Addison-Wesley, p. 181
19. KELLY, K., op citaat, p. 182-183
