Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Peter Tom Jones & Bart Naessens
zaterdag 14 augustus 2004, door Bart Naessens, Peter Tom Jones
Genetische manipulatie is recentelijk als het ware uit het niets op het wereldtoneel gecatapulteerd. Voor haar voorstanders is deze nieuwe technologie de zaligmakende oplossing voor ‘het voedselprobleem’ en diverse menselijke ziektes (1). Volgens tegenstanders daarentegen dragen genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’s) een potentiële nachtmerrie in zich. Losgeslagen in de wildernis zouden deze transgene (2) planten en dieren natuurlijke ecosystemen onherroepelijk verstoren. Het besef dat nu reeds GGO’s (voornamelijk onder de vorm van soja) massaal verwerkt worden in dagdagelijkse produkten zoals margarine, brood of chocolade is bij de consument niet of nauwelijks doorgedrongen. De multinationals stellen echter alles in het werk om te voorkomen dat etikettering, die de consument erop moet wijzen dat het bewuste produkt deels GGO’s bevat, wettelijk zou verplicht worden. Vroeger werd het debat rond GGO’s uitsluitend gevoerd door een select clubje van wetenschappers. Nu, op het moment dat de voedselveiligheid zwaar onder vuur komt te liggen (dollekoeienziekte, dioxinecrisis, hormonenvlees, varkenspest, colacrisis,...), ontstaat er een groeiend protest uit de meest uiteenlopende hoeken : van ecologisten, consumentenverenigingen, sociale bewegingen tot boeren hier en uit de Derde Wereld.
Wetenschappelijke oppositie
Bovendien trad er recent ook een nieuwe generatie van wetenschappers-activisten op het voorplan die GGO’s fundamenteel in vraag durven stellen. Zij beogen een coherente, ecologische, sociale én ethische kritiek te ontwikkelen op één van de meest ambitieuze en imperialistische technologieën ooit. De gerenommeerde Indische ecofeministe-fysica (3) Vandana Shiva drukte het uit als volgt : « Het concept ‘genetische manipulatie’ zelf reduceert de complexiteit en het zelforganiserende vermogen van levende ecosystemen tot het blinde geloof dat het leven kan (her)ontworpen worden van buitenaf. (...) Dit reductionistische paradigma is opgekomen in een tijdperk waarin alle leven uitsluitend wordt behandeld als een object van ‘het Imperium van de Man’, klaar om gemanipuleerd te worden om alzo de belangen van de dominante leden van het menselijke ras te dienen. » (4) Als gevolg van deze groeiende kritiek, zijn de multinationale ondernemingen in het tegenoffensief gegaan. De taal die ze daarbij hanteren, doet verdacht veel denken aan George Orwell’s Newspeak. Monsanto & Co. beschikken dan ook over een leger goed uitgeruste en zwaar betaalde PR-mensen en wetenschappers om het vertrouwen in GGO’s aan de wereldwijde bevolking op te dringen. Nochthans blinken deze theorieën vaak uit in een totaal misplaatste hypocrisie. Hypocrisie om het zo voor te stellen alsof genen als geïsoleerde pakketjes DNA zouden functioneren (5) of om te beweren dat genen stabiel zouden blijven en onveranderd zouden worden doorgegeven aan toekomstige generaties. Hypocrisie ook om te pretenderen dat de inherente gevaren van GGO’s niet versterkt zouden kunnen worden door milieufactoren. Sinds kort is men immers tot het besef gekomen dat al deze simplistische biotechnologische axioma’s (6) van de jaren ‘60 niet langer houdbaar zijn. De ontdekking van een aantal nieuwe elementen (voor de geïnteresseerden : bijvoorbeeld de zgn. ‘jumping genes’, de complexe processing van boodschapper-RNA vooraleer het wordt ‘vertaald’ naar welbepaalde eiwitten, het fenomeen van de zgn. cosuppressie of ook de complexe invloed van milieu- en omgevingsfactoren zoals voeding of luchtverontreiniging) (7) heeft aangetoond dat de werking van genen wordt bepaald door de context waarin deze opereren. Als je de context niet begrijpt, dan begrijp je ook de functie van dat gen niet.
Transgene organismen en bioveiligheid
Nochtans volhardt de genetico-industriële lobby in de boosheid. Zij blijven een aantal regelrechte mythes propageren in een poging de inherente gevaren verbonden aan GGO’s banaliseren. Genetische manipulatie zou ‘normaal’ of ‘natuurlijk’ zijn en in principe niet veel verschillen van conventionele teeltechnieken. Verder zou de kans dat transgene organismen kunnen onstnappen uit veilig gecontroleerde omgevingen zoals laboratoria of afgeschermde landbouwpercelen nihil zijn. Ook deze utopische Waarheden zijn ondertussen achterhaald. Bij conventionele teeltmethodes, net zoals bij de meeste genoverdrachten in de natuur, ontstaan alleen substituties van alternatieve vormen (allelen) van een bepaald gen, op een welbepaalde plaats in het chromosomaal materiaal. Het invoegen van vreemde genen in de chromosomen van een plant of dier leidt echter tot totaal nieuwe en bovendien onvoorspelbare combinaties. Wanneer GGO’s op mondiaal niveau commerciëel zouden worden geproduceerd, dan wordt het risico op onvoorziene effecten ontoelaatbaar hoog. Dit wantrouwen berust op meer dan louter speculatie. Het is nu reeds gebleken dat wanneer men ‘normale’ (d.w.z. genetisch intacte) organismen introduceert in een compleet vreemde omgeving, dit tot zowel fysische als ecologische verstoringen kan leiden. Genetisch geëxperimenteer daarentegen zal het complexe natuurlijke evenwicht tussen plant en dier - dat ontstaan is doorheen miljoenen jaren van evolutie - in nog veel grotere mate in het gedrang brengen. Men heeft reeds empirisch vastgesteld dat de ingebrachte ‘vreemde’ genen zich in de natuur kunnen verspreiden via stuifmeel of via een brede waaier van bacteriële of virale dragers. Dit alles toont aan dat de globale impact van GGO’s onze ergste nachtmerries overtreft. De genetische biodiversiteit (8) - die onmisbaar is voor een natuurlijke weerstand tegen allerlei vreemde invloeden en ziektes - zal op middellange termijn onherstelbaar verloren gaan.
Sociaal kerkhof in de Derde Wereld
Zoals met de meeste technologieën, gaat het in de biotechnologie in weze om macht. GGO’s worden slechts door een zeer klein aantal multinationale ondernemingen ontwikkeld. Deze ondernemingen beschermen hun economische belangen door het zich toeëigenen van patenten op genetisch materiaal, dat ze ontvreemd hebben van indigene boeren uit de Derde Wereld (9). Deze excessen van een postmodern kolonialisme noemt men zeer toepasselijk ‘biopiraterij’. Het Zuiden levert het grootste deel van het groene goud (want zij bezitten de grootste genetische diversiteit), de westerse biotechnologen integreren ze in genenbanken en bouwen lucratieve eigenschappen in hun rassen in, waarop ze dan uiteindelijk een patentrecht nemen (10). Dit alles is reeds geformaliseerd in de akkoorden van de Wereldhandelsorganisatie inzake de zgn. TRIPS (‘Trade Related Intellectual Property Rights’) (11). Deze patenten bieden multinationals zoals Monsanto en Novartis een quasi-monopolie op het leven zelf ! Wat ooit misschien een natte droom was van één of andere psychopaat is nu tot realiteit verworden. De implicaties voor de kleine boeren uit de Derde Wereld, die voorheen veelal kleinschalig tal van produkten teelden, zijn niet te overzien. Zij worden nu geconfronteerd met een quasi gedwongen overgang naar monoculturen van GGO’s. De genetisch gemanipuleerde zaden die hiervoor vereist zijn, moeten ze logischerwijs aankopen bij de Monsanto’s en de Nestlé’s, alsook het bijhorende ‘pakket’ kunstmeststoffen, herbiciden, irrigatiesystemen, wat tot een volledige afhankelijkheid leidt van diezelfde bedrijven. Deze boeren worden vervolgens vriendelijk verzocht een contract te tekenen waarin ze stellen dat ze geen chemicaliën meer zullen aanschaffen bij andere bedrijven. De hieruit voortvloeiende GGO-produkten zijn bovendien bestemd voor de export naar de geïndustrialiseerde landen. Het voedselprobleem in de Derde Wereld werkt men hierdoor enkel mee in de hand (12). In weerwil van wat de Monsanto-wetenschappers ook mogen beweren, zal de Noord-Zuid ongelijkheid alleen maar extremere vormen aannemen.
Macht, ethiek en de eugenetische beweging
De genetische technologie geeft een kleine elite daarenboven ook de (angstaanjagende) macht over het menselijk reproduktieproces. Nu reeds kunnen ouders ongeboren kinderen laten screenen op ‘genetische afwijkingen’. Hoe lang zal het echter nog duren vooraleer ouders ook de kans zal geboden worden - als ze over voldoende koopkracht beschikken uiteraard - om het geslacht, de kleur van de ogen, of zelfs de intrinsieke intelligentie van hun toekomstig kind te kunnen selecteren ? In een onbewaakt moment zouden we de principes van de eugenetische beweging (13) nieuw leven kunnen inblazen. En iedereen weet waar die ooit nog in praktijk zijn gebracht. In het Derde Rijk van Hitler was men ook druk in de weer met het op een zijspoor zetten van in hun ogen minderwaardige rassen (Joden, homo’s, gehandicapten, zigeuners,...) om alzo het ‘sterkere en superieure Arische ras te vrijwaren van inferieure genen (sic)’. Nog een stap verder leidt ons binnen in de wereld van Frankenstein waar het niet ondenkbeeldig is dat het klonen van duizenden identieke mensen theoretisch tot de wonderbaarlijke creatie van een homogeen ‘ras’ van noeste en volgzame werkers of van dappere strijders zou kunnen leiden. Kortom : de Brave New World van de biotechnologie !
In verzet
Het is m.a.w. vijf voor twaalf. Gelukkig komt er nu meer en meer protest op gang vanuit allerlei basisbewegingen. Op talrijke locaties waar zich testvelden voor GGO’s bevinden, worden er directe acties op touw gezet waarbij de genetisch gemanipuleerde oogst vaak symbolisch wordt vernietigd. Mede dankzij deze acties, zijn de media (eindelijk) aandacht beginnen besteden aan deze problematiek, waarop sommige landen zoals Griekenland en Frankrijk verdienstelijke voorstellen hebben geformuleerd om in Europa moratoriums op GGO’s te introduceren. De strijd is echter nog lang niet beslecht. Een breed maatschappelijk debat is absoluut noodzakelijk maar zeker niet voldoende (14). De enige afdoende maatregel die ons rest is en blijft een totale boycot op GGO’s.
Noten
(1) Zo beloven de biotechnologische multinationals ons dat zij ziekten zoals anemie, cystic fibrosis en zelfs kanker zullen kunnen overwinnen. (2) Transgene of genetisch gemanipuleerde organismen zijn alle levensvormen in dewelke het genoom (zijnde de som van alle genetisch materiaal) KUNSTMATIG is gemodificieerd. Men denke bijvoorbeeld aan transgene muizen of tomaten. (3) Het ecofeminisme is die stroming in het feminisme die een parallel ziet tussen de onderdrukking van de vrouw en de onderdrukking van de natuur. Volgens deze theorie zijn beide het gevolg van de patriarchale samenleving. Zie ook M. COLLE, ‘Ecofeminisme of bevrijdingsecologie ?’, De Internationale, nr. 45, 1993. (4) B. TOKAR, ‘Biotechnology’, Z-net magazine, Juni ’95, (www.zmag.org). (5) Een gen is een kleine hoeveelheid DNA die de code bevat voor de aanmaak van bepaalde eiwitten, die nodig zijn om de normale werking van een cel te garanderen. Een chromosoom bevat vele genen. Men kan het vergelijken met een audiocassette : het bandje is het DNA, de geluidsinformatiepakketjes zijn de genen, de casette is het complete pakket, nl. het chromosoom. Alle genen van een individu worden samen haar/zijn ‘genotype’ genoemd. Het geheel van uiterlijke kenmerken dat een individu zal ontwikkelen is haar/zijn ‘fenotype’ of uiterlijke verschijningsvorm. (6) Vroeger dacht men dat er een eenvoudig rechtlijnig verband was tussen een bepaald gen en een visuele eigenschap : van DNA via boodschapper-RNA tot bepaalde eiwitten en zo tot bepaalde eigenschappen. De realiteit is echter veel complexer. Voor meer info : zie B. TOKAR, ‘Biotechnology’, Z-net magazine, Juni ’95, (www.zmag.org). (7) Zo is kanker een zgn. multifactoriële aandoening. Dat betekent dat kanker wordt veroorzaakt door een uiterst complex samenspel van vele genen (polygenie) én milieufactoren. (8) Genetische biodiversiteit van een gewas is de maat voor de variatie aan erfelijke kenmerken in de totale populatie van dat gewas. Zie verder L. DE BRUYN, ‘Duurzame landbouw is wereldwijd ecologisch en sociaal’, De Internationale, nr. 68, 1999. (9) Een goed voorbeeld is de Indische aromatische Basmati-rijst, sinds mensenheugnis door Indische boeren geteeld, die recentelijk door de firma RiceTec werd gepatenteerd. (10) L. DE BRUYN, ‘Landbouw is mensenwerk’, De Internationale, nr. 51, 1994. (11) J.P. MARECHAL, ‘Making merchandise of biodiversity’, Le Monde Diplomatique, July 1999. (12) In dit kader is het belangrijk nogmaals te stellen dat de honger in de wereld in eerste instantie een politiek probleem is. Miljoenen mensen lijden aan chronische ondervoeding (volgens UNICEF elk jaar 7 miljoen kinderslachtoffers) enkel en alleen omdat ze niet over voldoende koopkracht beschikken. Traditionele ‘subsistentie’ landbouwtechnieken kunnen in principe zonder problemen de totale wereldbevolking gezond voeden. De huidige landbouwtechnieken, met een hoge input aan biotechnologie, energie, scheikunde, kunstmeststoffen en pesticiden ondergaven zowel het ecologische als het sociale draagvlak van de aarde. Zie verder L. DE BRUYN ‘Duurzame landbouw is wereldwijd ecologisch en sociaal’, De Internationale, nr. 68, 1999 en F. DUFOUR, ‘Food industry’s mad scientists’, Le Monde-diplomatique, July 1999. (13) De eugenetische beweging (letterlijk ‘goede genen’) is de extreem-rechtse stroming die streeft naar ‘rassenhygiëne’. De grootste fout in deze stroming lag/ligt in haar biologisch determinisme. Zij beschouwt immers alle eigenschappen als erfelijk bepaald en dus als onveranderlijk. Het zijn niet alleen de nazi’s geweest die zich hierop hebben geïnspireerd. In de jaren ’30 was gedwongen sterilisatie van gehandicapten, zwakzinnigen en ‘gestoorden’ mogelijk in vele staten van de VS én in alle Scandinavische landen. Zie ook P. TORT, ‘Was Darwin een darwinist ?’, De Internationale, nr. 68, 1999 en M. COLLE, ‘Darwinisme en maatschappij, De Internationale, nr. 49, 1994. (14) Zie A. RIERA ‘Genetisch gemanipuleerde organismen: het groene gevaar’, Rood, nr. 4,
DE INGEKORTE VERSIE IN De Standaard (31/8/1999)
GENETISCHE manipulatie is recentelijk als het ware uit het niets op het wereldtoneel gekatapulteerd. Voor haar voorstanders is deze nieuwe technologie de zaligmakende oplossing voor ,,het voedselprobleem’’ en diverse menselijke ziektes. Volgens tegenstanders daarentegen dragen genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’s) een potentiële nachtmerrie in zich. Losgeslagen in de wildernis zouden transgene planten en dieren natuurlijke ecosystemen onherroepelijk verstoren. De voorbije jaren werd het debat rond GGO’s uitsluitend gevoerd door een select clubje wetenschappers. Nu, op een moment dat zelfs de voedselveiligheid zwaar onder vuur komt te liggen, ontstaat er een groeiend protest uit de meest uiteenlopende hoeken: van ecologisten, consumentenverenigingen, sociale bewegingen tot boeren hier en in de Derde Wereld. Zo trad er recentelijk een nieuwe generatie van wetenschappers-activisten op het voorplan die GGO’s fundamenteel ter discussie stellen. Zij beogen een coherente (én bovendien ook wetenschappelijke) kritiek te ontwikkelen op een van de meest imperialistische technologieën ooit, die zowel de ecologische, de sociale als de ethische gevolgen van GGO’s onderzoekt. Als gevolg van deze groeiende kritiek zijn de multinationale ondernemingen in het tegenoffensief gegaan. De taal die ze hanteren, doet verdacht sterk denken aan Orwells Newspeak. Zij beschikken over een leger goed uitgeruste en zwaar betaalde pr-mensen en wetenschappers om het vertrouwen in GGO’s aan de wereldwijde bevolking op te dringen. Nochtans blinken hun theorieën vaak uit door een totaal misplaatste naïviteit - of eerder hypocrisie? Sinds kort is men immers tot het besef gekomen dat sommige biotechnologische axioma’s van de jaren ’60 niet langer houdbaar zijn. De ontdekking van nieuwe elementen (de zogenaamde ,,jumping genes’’, de complexe processing van m-RNA vooraleer het wordt ,,vertaald’’ naar welbepaalde eiwitten, het fenomeen van de zogenaamde cosuppressie of ook de complexe invloed van het milieu op de functie van een gen) heeft aangetoond dat de werking van genen wordt bepaald door de context waarin deze opereren. De functie van een gen kan maar begrepen worden vanuit zijn context. Nochtans volhardt de genetico-industriële lobby in de boosheid. Zij blijft halsstarrig een aantal regelrechte mythes propageren in een poging de inherente gevaren verbonden aan GGO’s te banaliseren. Genetische manipulatie zou ,,natuurlijk’’ zijn en niet veel verschillen van conventionele teelttechnieken. Voorts zou de kans dat GGO’s kunnen ontsnappen uit gecontroleerde omgevingen, nihil zijn. Ook deze utopische waarheden zijn intussen achterhaald. Bij conventionele teeltmethode, net zoals bij de meeste genoverdrachten in de natuur, ontstaan alleen substituties van alternatieve vormen (allelen) van een bepaald gen, op een welbepaalde plaats in het chromosomaal materiaal. Het invoegen van vreemde genen in de chromosomen van een plant of dier leidt echter tot totaal nieuwe en bovendien onvoorspelbare combinaties. Dit wantrouwen berust op meer dan louter speculatie. Het is nu al gebleken dat wanneer men ,,normale’’ (genetisch intacte) organismen introduceert in een compleet vreemde omgeving, dit tot zowel fysische als ecologische verstoringen kan leiden. Genetisch geëxperimenteer daarentegen zal het complexe natuurlijke evenwicht tussen plant en dier - dat ontstaan is doorheen miljoenen jaren van evolutie - in nog veel grotere mate in het gedrang brengen. Men heeft al empirisch vastgesteld dat de ingebrachte ,,vreemde’’ genen zich in de natuur kunnen verspreiden via stuifmeel of via een brede waaier van bacteriële of virale dragers.
DIT alles toont aan dat de globale impact van GGO’s onze stoutste dromen overtreft. De genetische biodiversiteit - die onmisbaar is voor een natuurlijke weerstand tegen allerlei vreemde invloeden en ziektes - wordt met uitsterven bedreigd. Zoals met de meeste technologieën, gaat het in de biotechnologie in weze om macht. GGO’s worden ontwikkeld door slechts een klein aantal multinationals die hun economische belangen veilig stellen door het zich toeëigenen van patenten op genetisch materiaal, dat ze zonder scrupules ontvreemden van boeren uit de Derde Wereld. Deze excessen van een postmodern kolonialisme noemt men toepasselijk ,,biopiraterij’’. Het Zuiden levert het grootste deel van het groene goud, de westerse biotechnologen integreren ze in genenbanken en bouwen lucratieve eigenschappen in hun rassen in, waarop ze dan uiteindelijk een patentrecht nemen. Dit alles is al geformaliseerd in de akkoorden van de Wereldhandelsorganisatie inzake de TRIPS (Trade Related Intellectual Property Rights). Deze patenten bieden de biotechnologische multinationals een bijna-monopolie op het leven zelf! Wat ooit misschien een natte droom was van een of andere psychopaat is nu tot realiteit verworden. De implicaties voor de kleine boeren uit de Derde Wereld, die voorheen veelal kleinschalig tal van producten teelden, zijn niet te overzien. Zij worden nu geconfronteerd met een bijna gedwongen overgang naar monoculturen van GGO’s.
DE genetisch gemanipuleerde zaden die hiervoor vereist zijn, moeten ze logischerwijs aankopen bij de Monsanto’s en de Nestlé’s, alsook de bijhorende kunstmeststoffen, herbiciden of irrigatiesystemen, wat tot een volledige afhankelijkheid leidt van diezelfde bedrijven. De hieruit voortvloeiende GGO’s zijn bovendien bestemd voor export naar de geïndustrialiseerde landen. Het voedselprobleem in de Derde Wereld werkt men hierdoor alleen mee in de hand. In weerwil van wat de Monsanto-wetenschappers ook mogen beweren, zal de Noord-Zuid kloof verder uitgediept worden. De genetische technologie geeft een kleine elite daarenboven ook de (angstaanjagende) macht over het menselijk reproductieproces. Nu al kunnen ouders ongeboren kinderen laten screenen op genetische afwijkingen. Hoe lang zal het echter nog duren vooraleer ouders ook de kans geboden zal worden om het geslacht, de kleur van de ogen, of zelfs de intelligentie van hun toekomstig kind te kunnen selecteren? In een onbewaakt moment zouden we de principes van de eugenetische beweging nieuw leven kunnen inblazen. En iedereen weet waar die ooit nog in de praktijk zijn gebracht. In het Derde Rijk van Hitler was men ook druk in de weer met het op een zijspoor zetten van ,,minderwaardige rassen’’om zo ,,het superieure Arische ras te vrijwaren van inferieure genen (sic)’’. Nog een stap verder leidt ons binnen in de wereld van Frankenstein waar het niet ondenkbeeldig is dat het klonen van duizenden identieke mensen theoretisch tot de wonderbaarlijke creatie van een homogeen ,,ras’’ van noeste en volgzame werkers zou kunnen leiden. Kortom: de Brave New World van de biotechnologie! Het is vijf voor twaalf. De enige afdoende maatregel die ons rest, is en blijft een totale boycot op GGO’s. Het is een kwestie van leven of dood.
(Beide auteurs zijn ingenieur en onderzoeker, de eerste aan de KU Leuven, de tweede aan de Vrije Universiteit Brussel.)
