Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
De ekstermolengroep
Een noodkreet over het wegkwijnende buitenland in politiek en media
woensdag 27 oktober 2004, door De ekstermolengroep
Prelude
Wanneer E.T. een aardbewoner zou ontmoeten, heeft de buitenaardse simpatico één kans op duizend dat de mens in kwestie een Vlaming zou zijn. Eén op duizend. België is 33.000 vierkante kilometer klein; een babylandje in de mondiale gemeenschap van om en bij 200 landen. België, a fortiori Vlaanderen, is op wereldschaal een zandkorrel. Omgekeerd, België heeft véél buitenland. Te verwachten is dus dat onze politici en media dat grote buitenland terdege bekijken en analyseren.
Temeer omdat de evoluties en gebeurtenissen in dat grote buitenland steeds meer een repercussie hebben op België en de Belgen. Het goed georganiseerde, welvarende, gezapige koninkrijkje aan de Noordzee past zich economisch en geopolitiek, maar evengoed cultureel en sociaal, meer en meer in de globaliserende wereld in. Het is in de wereldpolitiek en mondiale economie zoals met de entropie in de fysica: wanneer een vlinder met de vleugels klappert in het regenwoud aan de Amazone, kan die luchtverplaatsing tot een tsunami leiden in Japan.
Dat voorbeeld is overdreven, maar in de ware wereld van de globalisering vallen de levensechte voorbeelden voor het rapen. Wanneer China het economisch goed doet en een mammoetspeler wordt op de internationale textielmarkten, dan zijn de schokgolven merkbaar tot in Waasmunster of Tielt. Wanneer het woelig is rond president Chavez in Venezuela, dan heeft die ‘interne’ politieke situatie in deze olie-exporteur via de bokkensprongen van de olieprijzen gevolgen voor de Amerikaanse, de Europese en dus de Belgische economie. Wanneer de ex-communisten van de SLD in Polen bij volgende verkiezingen van de kaart worden geveegd, dan leidt die Poolse politieke aardverschuiving tot koerswijzigingen in de Europese Unie - waarvan België mét Polen lid is. Te verwachten is dus dat onze politici en media die zogezegd ‘interne’ gebeurtenissen in China, Venezuela, Polen en al die andere boeiende landen out there, terdege bekijken en analyseren.
Maar niets is minder waar. Terwijl iedereen - van politicus tot journalist, van zakenman tot vluchtelingenwerker - de mond vol heeft over globalisering en de effecten van die globalisering steeds meer op de eigen huid voelt, schuifelen media en politiek als angstige muizen wég van buitenlandse bericht geving en analyse. De politiek heeft oogkleppen op die de blik niet verder laten reiken dan de eigen gouw en de media plamuren ether en papier dicht met overdosissen binnenlands “nieuws”. Visie legt de duimen voor zucht naar populariteit en kijkcijfers; het grote verhaal verkruimelt tot kneuterigheid: de dictatuur van politieke en mediamieke ‘formats’ die als enige doelstelling hebben ‘de mensen’ te behagen.
Tegen die tendens, vooral voor zover hij zich in de binnenlandse politiek en dito berichtgeving manifesteert, is de jongste weken na lange windstilte een bescheiden stormpje van intellectueel protest opgestoken. De voormalige partijleider van Groen, Dirk Holemans, heeft zijn ‘Manifest voor het georganiseerd meningsverschil’ op het Internet geplaatst (www.yabasta.be) en een groepje met de Gentse professor Jan Blommaert als boegbeeld pleegde het boek ‘Populisme’. In de discussies over die teksten, hoe waardevol ze ook mogen zijn, wil de Ekstermolengroep, als steller dezes, niet betrokken raken. Deze tekst onderscheidt zich van de twee genoemde door de focus van de aanklacht héél precies scherp te stellen op één thema: het bewuste en systematische laten wegkwijnen van ‘het buitenland’ in de aandacht van media en politiek.
De Ekstermolengroep wil de noodkreet laten weerklinken aan de hand van interviewcitaten en publieke keuzes van twee coryfeeën uit de geviseerde domeinen: SP.A-voorzitter Steve Stevaert en VTM-hoofdredacteur en -nieuwslezer Stef Wauters. Uit het vervolg zal immers blijken dat zij beiden exemplarisch zijn voor, en iconen zijn van, de tendens naar het opzettelijke wegkijken van de wereld en het binnenwaarts richten van de blik in politiek en media. Tegelijkertijd zijn Stevaert en Wauters, elk in zijn vakgebied, leading gentlemen en dus spraakmakend voor een ruim publiek. Bewijzen? Bewijzen.
Steve Stevaert is, zeker sinds hij in 2003 Patrick Janssens opvolgde als voorzitter van de SP.A, tot hét politieke ijkpunt uitgegroeid. Zijn vakbroeders evengoed als de politieke journalisten spreken quasi unisono over zijn ‘tactische meesterschap’ en ‘communicatief talent’. En wie een Google-opdracht doet (22 mei 200) op ‘Steve Stevaert’, die krijgt niet minder dan 25.000 hits. Ter vergelijking: zijn collega-partijvoorzitter Yves Leterme van de CD en V moet het doen met 20.000 referenties. Stevaert is talk of the town in de Wetstraat, de media en ver daarbuiten - tot in cyberspace toe.
Stef Wauters van zijn kant is dé ster van het nieuws op het kleine scherm en hét gezicht van het televisienieuws zoals het in Vlaanderen de jongste jaren wordt gemaakt. Als presentator was hij al bijzonder populair tijdens zijn VRT-periode; sinds september 2003 geeft hij als hoofdredacteur vorm aan het televisienieuws van de commerciële tweelingbroer VTM, waar hij ook het nieuws presenteert. Naar de TV-journaals van 19 uur kijken, opgeteld, op een doordeweekse dag 1.2 tot 1.6 miljoen Vlamingen. Zodoende is het 19 uur-journaal op beide zenders de informatiebron bij uitstek waaraan Vlaanderen zich massaal laaft.
De keuze voor Stevaert als illustratie van de kritiek in deze tekst is, nogmaals, niet ingegeven door partijpolitieke motieven vanwege de Ekstermolengroep. Verwijten van partijdige Stevaert-bashing, zoals professor Elchardus aan Dirk Holemans richtte en Walter Pauli aan de groep rond Jan Blommaert, wijst de Ekstermolengroep van de hand. Net zomin is de keuze voor Stef Wauters ingegeven door een misplaatste high brow anti-VTM attitude.De Ekstermolengroep is het te doen om een noodkreet over een tendens, een tendens waarvan beide heren - maar zij niet alleen - helaas - goeie voorbeelden en wegbereiders zijn.
INTERNATIONALISME, ADIEU!
Vanuit haar ideologie, haar ambities en haar tradities is de socialistische beweging van nature internationaal gericht. De aanhef van het nog altijd gebruikte strijdlied ‘De Internationale’, “Ontwaakt, verworpenen der aarde”, zet die idee meteen in de verf. Ook het Belgische socialisme kijkt terug op een behoorlijk indrukwekkende rol op de internationale scène.
Van bij de stichting van de ‘Eerste Internationale’ in 1864 in Londen was de Belg Cesar De Paepe een opgemerkte verschijning in de organisatie. De ‘Tweede Internationale’ had zelfs haar secretariaat in Brussel. Bij de heroprichting van de ‘Socialistische Internationale’ in ’51 was Victor Larock een grote naam en in ’76 stond Willy Claes mee op het voorplan toen het Congres van Genève de ‘Socialistische Internationale’ nieuw leven inblies door Willy Brandt als voorzitter aan te stellen en de blik richting Zuiden te wenden.
Die erfenis laat Oscar Debunne toe in het boek ‘Eeuwige Dilemma’s. 100 jaar Socialistische partij’ (Kritak, ’85) trots en lucide te stellen: “Uit die eerste ervaringen blijkt dat de socialisten in België van meet af aan het belang hebben ingezien van een transnationale partijwerking om enige invloed te kunnen uitoefenen op de buitenlandse omgeving, die zwaar drukt op de binnenlandse politieke actiemogelijkheden, voornamelijk in een klein land als het onze (onze cursivering, nvdr.).” Dat was toén. Lang voor een term als ‘globalisering’, die de gecursiveerde stelling nog dwingender maakt, gemeengoed werd.
Vandaag pakt de SP.A van Stevaert uit met een Vlaams verkiezingsprogramma waarin het zoeken is naar een wereldse visie als naar een speld in een hooiberg. In de beste Marxistische traditie opent het programma met een hoofdstukje over “economie” en daarbinnen, o tempora, o mores, is een flirt met de zelfstandige aan de orde van de dag. Dan volgen programmahoofdstukken ‘werk’, ‘welzijn’, ‘toerisme’, etcetera. Pas op de valreep, in hoofdstukje 16, staan op drie minieme paginaatjes wat ideetjes bijeengeharkt onder de kop ‘Internationaal’. Vlaanderen moet niet alleen bedrijven ondersteunen om de steven naar ’t buitenland te wenden, zo staat er te lezen, maar “daarnaast moeten we onze aanpak uitbreiden tot het stimuleren van intermenselijke contacten en het ontwikkelen van een mentaliteit van samenwerken en samen leren veeleer dan van blind concurreren”. Hoe? En wat?
Bij de Vlaamse verkiezingen zijn buitenlandse thema’s vanzelfsprekend niet meteen de kern van de zaak. Maar zijn ze dat voor de SP.A van Steve Stevaert ooit wél? De voorzitter zag bij de regeringsvorming van Paars 2 graag de kelk van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan zijn partij voorbijgaan en binnenin de regering doet zijn partij bar weinig om bijvoorbeeld het Zuiden op de agenda te krijgen. Getuige dit citaat waarmee De Morgen de moegestreden Reginald Moreels uit de politiek uitwuift: “Veel meer dan zijn opvolgers Eddy Boutmans en Marc Verwilghen slaagde de CVP’er erin om het Zuiden af en toe tot inzet van het binnenlandse politieke debat te maken.” Onder premier Dehaene kon het dus blijkbaar gebeuren dat de ministers zich ook eventjes over het Zuiden bogen, maar onder Paars, met deze op het binnenland gefixeerde SP.A, is dat een te hooggegrepen ambitie voor de ‘verworpenen der aarde’. Meer nog, wanneer een aan het Zuiden gelieerd thema dan toch eens door de mazen van het net glipt en onder de publieke aandacht komt, dan houden de Stevaerts de kaken stijf op elkaar uit schrik “de mensen” te mishagen en stemmen te verliezen. Dat was bijvoorbeeld het geval met de omstreden levering van Minimi-machinegeweren aan Nepal of met de strijd van de NGO’s tegen de licentie aan het Belgische bedrijf New Lachaussée voor de bouw van een wapenproductielijn in Tanzania. Steve Stevaert keek de andere kant op en geïnteresseerde eenzaat Dirk Van Der Maelen werd in zijn mandje gesommeerd.
Nochtans is een beleid vis à vis het Zuiden een dringende kwestie, tenminste voor al wie problemen als migratie of, veel alarmerender, terrorisme, niet alleen als ‘veiligheidsproblemen’ ziet. Directeur Jean-Marie Colombani van ‘Le Monde’ schreef het na de aanslagen in Madrid in alle duidelijkheid: “Op donderdag 11maart trad de EU op haar beurt binnen in het onheilspellende tijdperk van het massaterrorisme. Net als de Verenigde Staten na 11 september 2001 en samen met die VS zal de Unie het hoofd moeten bieden aan een ongrijpbare tegenstander. Die tegenstander heeft geen specifieke eis, in tegenstelling tot de ETA vandaag of het IRA gisteren, en ook geen specifiek grondgebied. Hij vergrijpt zich aan de democratische samenlevingen, valt ze aan om wat ze zijn: open, soepel, met respect voor de rechtsstaat. De democratie, zowel hier als op islamitische bodem, dat is waar deze nieuwe vijand het op gemunt heeft.” Een dringend en dwingend wereldwijd probleem in enkele regels haarscherp uitgelegd. Intussen hoort de Vlaamse burger zijn politici over het internationale terrorisme hooguit enkele zinnen stamelen dat “het heel erg is” en komt Stevaert naar buiten met betaalbare schoolreizen als het alfa en omega van het politieke werk.
Toch is het prerogatief van de partijvoorzitter dat hij, zeker in een partij met een ver doorgedreven gehoorzaamheidscultuur als de SP.A, de personele en ideologische lijnen uitzet en dat hij in principe over àlle thema’s mag en kan praten. Stevaert doet dat met verve voor zover hij onderwerpen kan bespelen waarvan hij stemmenwinst verwacht. Maar over grensoverschrijdende thema’s verkiest de voorzitter doofstom te blijven. Meer nog: te vrezen valt dat de internationale vraagstukken hem geen jota interesseren. Van het ooit zo befaamde studiecentrum SEVI, alias het Emiel Vandervelde-Instituut, dat tot diep in de jaren ’80 spraakmakende analyses maakte over nationale én internationale thema’s, wordt heden ten dage helemaal niks meer vernomen. En in Knack van 11 juni 2003 stond een interessant dossiertje over de inner circle van Stevaert: de 50 mensen bij wie de man zijn visies en beleid aftoetst. Daarbij Felice en Stijn Meuris: allebei culturo, allebei Limburger, net als Stevaert zelf. Voorts veel partijbonzen en andere apparatsjiks van de SP.A. Maar niémand met enige visie op het Zuiden, het buitenland, de wereld. Geen specialist uit de Derde Wereldsector, geen buitenlandredacteur, geen professor in de internationale betrekkingen. Wanneer één van de machtigste mensen van Vlaanderen zich dermate provincialistisch ingraaft, dan is dat ronduit angstaanjagend.
Maar Stevaert vindt het best zo, wanneer al dat internationale gedoe ver uit zijn buurt blijft. Zelf zegt hij hierover in HUMO van 6 januari 2004: “Ik ben de journalisten zeer dankbaar als ze schrijven dat internationale politiek Stevaert niet interesseert. Dan zeggen de mensen: ‘Er is toch nog één politicus die met ons bezig is.” Is de wereld dan niét met “ons” bezig? Eens kijken.
ANDERSGLOBALISME: OOGJES DICHT
In zijn “Open brief aan de andersglobalisten” hield een Belgisch toppoliticus in de herfst van 2001 een pleidooi voor een “ethische globalisering met inbreng van de mensenrechten, sociale en ecologische standaarden en een wereldorgaan dat de regels afdwingt of minstens afdwingbaar maakt”. Een argeloze progressivo zou die taal vermoedelijk spontaan met een partij als de SP.A associëren? Fout. De schrijvende Belgische toppoliticus in kwestie was de liberale premier Guy Verhofstadt. Tijdens de EU-Top van Laken bedeelde Verhofstadt overigens een zeer leesbaar boekje over globalisering met daarin bijdragen van onder meer de andersglobalistische passionaria’s Noreena Hertz en Naomi Klein.
Van Steve Stevaert daarentegen is vooral déze uitspraak over andersglobalisme bekend: “Mijn goeie vrienden van De Morgen schrijven graag dat de internationale politiek me niet interesseert, omdat ik op een vergadering met socialistische militanten heb gezegd dat de mensen niet wakker liggen van Cancun (de Mexicaanse kuststad waar de WHO in september 2003 een top organiseerde). Dat heb ik toen gezegd omdat iemand een vraag van tien minuten over het andersglobalisme had gesteld, en ik zag dat de zaal begon leeg te lopen. Wat had ik dan moeten doen, een antwoord van een half uur geven en iederéén buitenjagen?”
In MO (mei 2004) laat Stevaert zich voor één keer toch overhalen om wat langer bij een thema als andersglobalisme stil te staan. Maar ook voor de lezers van het mondiale magazine heeft de voorzitter de boodschap dat internationale thema’s “eenvoudig en concreet” moeten worden uitgelegd, zonder “oeverloze blabla”. Politici als Stevaert lijken wel dat slag van leraars die met alle geweld Populaire Jan willen wezen: liever entertainen ze de klas met een film als ‘Troy’ in de plaats van een lezing te geven over cultuur en politiek in het Antieke Griekenland. Dat door die aanpak wezenlijke informatie onbesproken blijft? Tant pis.
Politici mogen, moéten durven genuanceerde en intellectueel uitdagende onderwerpen op een genuanceerde en intellectueel uitdagende manier aan de kiezer te vertellen. Globalisering is daar één voorbeeld van dat zeker voor sociaal-democraten van levensbelang is, zo schrijft de Britse professor aan de prestigieuze London School of Economics John Gray in ‘Vals Ochtendlicht - de keerzijde van de globalisering’: “Op het mondiale niveau blijft de vrijemarkteconomie ongebonden. Een historisch project om de markteconomie te verzoenen met het democratische bestuur is aangekomen bij wat lijkt op een definitieve terugtrekking. (...) Het sociaal-democratische bestuur ontbreekt het aan invloed op het economische leven die het gedurende zijn naoorlogse periode van successen wél had. (...)Wereldwijde mobilisatie van productie geeft ondernemingen de mogelijkheid zich te vestigen waar de druk van regelgeving en belasting het minst zwaar zal zijn. (...) Als gevolg is in de meeste landen van het Europese vasteland massale werkloosheid een probleem zonder een duidelijke oplossing. (...) In het algemeen blijkt de tegenstelling tussen sociaal-democratie en mondiale vrijemarkteconomie niet te verzoenen.”
Boem paukenslag. Het fileermes van denkers als Gray legt de noodzaak van een doortimmerde visie op de globalisering genadeloos bloot. Maar intussen reikt Steve Stevaerts toekomstvisie niet verder dan dat het socialisme “gezellig en ethisch” zal zijn. Ga met zo’n slogans de globalisering maar eens te lijf.
EU-UITBREIDING: BAH!
“Bij sommige mensen doemt het schrikbeeld op van de horden uit Oost- en Centraal-Europa die ons gaan overspoelen, ons werk afpakken en op onze kosten leven; terwijl de realiteit is dat er onder onze ogen, op dit eigenste moment een continent wordt gecreëerd van 450 miljoen Europeanen, met een enorme diversiteit, met fantastische tradities en een geweldig groeipotentieel. De nieuwe lidstaten en hun inwoners gaan daar beter van worden, maar wij ook. De ervaringen uit het verleden tonen dat aan: landen als Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland hebben dankzij hun aansluiting bij de Unie een geweldige ontwikkeling gekend en wij profiteren daar mee van. Daarom vind ik Europa zo’n mooi verhaal: landen, regio’s, bevolkingsgroepen die achtergebleven zijn, mensen die het kwaad hebben, worden meegezogen in onze dynamiek en werkelijk opgestuwd in de vaart der volkeren.”
Een citaat van een SP.A-kopstuk, sprekend in de beste en mooiste traditie van internationalisme, Ostpolitik en internationale solidariteit? Want de uitbreiding van de Europese Unie past inderdaad naadloos in dat verhaal? Neen, driewerf neen. Het citaat is van Guy Verhofstadt (in Deng van april 2004). Alweer wordt de SP.A koud gepakt op haar internationalistische flank.
Zelf houdt de SP.A van Stevaert er een heel àndere mening op na over dat Europa en de uitbreiding van de Unie. Het pamfletje ‘Beste Europa’, een pennenvrucht van ondervoorzitster Caroline Gennez, die zich tot voor het afscheiden van dat boekje nooit ofte nimmer op enige interesse in Europa heeft laten betrappen, is gedrenkt in een zurig, zeurend, verwijtend toontje: “Je wordt een grillige juffrouw, Europa, met al teveel (sic) interesse voor economie en het vrijwaren van de vrije markt en de concurrentie.(...)Ben je te nauw gaan aanleunen bij neoliberale goeroes die ons sociaal model niet verdedigen? En durf je wel voldoende van je afbijten als we door de Verenigde Staten in een agressieve rol gedwongen worden?”
Wat merkwaardig is: uitgerekend de grand old man van het Vlaamse socialisme, Karel Van Miert, was van’89 tot ’99 EU-commissaris en als dusdanig aanwezig in de hoogste machtscenakels bij de uitbouw van de Unie. Heeft Van Miert daar dan tien jaar lang meegedraaid in het “complot” om Europa tot een speelbal van die “neoliberale goeroes” te laten verworden? Bovendien is de socialistische fractie in het Europees Parlement dikwijls de sterkste groep. Liggen de socialisten daar te slapen terwijl Europa de speelbal wodt van de “neoliberale goeroes”? Of is het inderdaad een feit dat het EP niets meer is dan een democratisch ornamentje en dat de échte beslissingen door de nationale regeringen van de lidstaten worden genomen? Welaan dan: de jongste twintig jaar zaten de socialisten veel vaker wél dan niet in de Belgische regering. En ook in de grote landen van de Unie mochten de socialisten de voorbije decennia ruimschoots van de macht proeven; van Felipe Gonzalez in Spanje destijds, tot Blair en Schröder anno nu. Op internationale fora kunnen de grote roergangers van het Europese socialisme elkaar ontmoeten en desgewenst over de uitbouw van hun ideale Europa discussiëren. Maar wat zegt Steve Stevaert over die internationale ontmoetingen? “Wat heb ik met Blair te maken? Ik identificeer me niet met die Blair of die Schröder.” Vraag: Je houdt je gedeisd op internationale vergaderingen, zeg je zelf. Stevaert: “Ja, ik kijk daarnaar. Dat zijn oude mensen hé. Caroline Gennez zou de dochter van Blair kunnen zijn, Qua leeftijd, bedoel ik.” Aldus Stevaert die door HUMO (6 april 2004) geïnterviewd werd naar aanleiding van zijn...vijftigste verjaardag. “Oude mens” Blair was bij publicatie van het interview met de‘jeugdige’ Stevaert exact ....vijftig.
Het ‘Beste Europa’-pamfletje wordt ronduit ranzig met de “wij” versus “zij” dichotomie in het hoofdstukje over de uitbreiding van de Unie. Dat is voor de SP.A duidelijk geen verhaal van internationale solidariteit, culturele verrijking of geopolitiek pacifisme. Neen, het is een verhaal van de komst van “Oost-Europese loonslaven” waar “wij” beducht moeten voor zijn: “Er zijn heel wat mensen in het huidige Europa (bedoeld wordt: van voor de uitbreiding, nvdr) die dat met een scheef oog aanzien. Hoe zit dat met al die arbeiders uit die nieuwe landen? Kunnen die zomaar hier komen werken aan een loon dat voor hen hoog is maar voor een arbeider hier te laag?”
In realiteit zijn heel wat van die “Oost-Europese loonslaven” natuurlijk goedopgeleide, gemotiveerde, bekwame migranten. En voor velen zijn ze hier wél welkom. Op een debat over ‘Duurzaam Ondernemen’ in Gent eind 2003, sméékte de sociaal en ecologisch zéér correcte bedrijfsleider van een KMO in de houtverwekende nijverheid om “de deur zo snel mogelijk open te zetten voor Poolse schrijnwerkers: ze kennen hun stiel en ze werken prima. Ik zie duizend keer liever een Oost-Europese stielman komen dan zo’n gesubsidieerde langdurig werkloze die tegen zijn zin een spoedcursusje moest volgen en met nog meer tegenzin komt werken”. Het wordt boeiend om zien hoe Stevaert de schrik van de arbeider gaat verzoenen met de wens van de KMO-baas. Misschien is “wat goed is” dan toch niet voor alle “mensen” identiek?
Voorlopig is de visie van de SP.A op de economische migratie in de uitgebreide EU op zijn zachtst gezegd ééndimensioneel: politie en inspectiediensten moeten hen pàkken, die have nots die hierheen komen om te werken “aan een loon dat voor hen hoog is”. Het is niet moeilijk voor te stellen dat die “Oost-Europese loonslaven” met dat “loon dat voor hen hoog is” in eigen land graag een flat of huis willen kopen, hun kinderen willen laten studeren en hun zieke familieleden verzorging willen bieden - kortom, al die zaken die de SP.A hier wél belooft aan, tja, het Eigen Volk.
Een heel andere toon is te horen bij het progressieve boegbeeld Daniel Cohn-Bendit, legendarische Soixante Huitard, die de uitbreiding van de Unie in De Morgen van 5 april hartelijker begroet dan Stevaert en Gennez het ooit over de lippen zullen krijgen. Op de vraag of regeringen uit het Oude Europa populistisch inspelen op de angsten voor het nieuwe Oosten, antwoordt Cohn-Bendit: “Absoluut, en dat is een catastrofe. In plaats van duidelijk te zijn -wat zullen we erbij winnen, wat zijn de moeilijkheden- vinden ze idiote maatregelen uit. (...) De nationale regeringen schuiven zo hun problemen op Europa af. Dat is een gevaarlijke evolutie. Want ‘Brussel’ beslist niets. Dat doen de nationale regeringsleiders in de raad. Het is ondankbaar en hypocriet om de eigen fouten in de schoenen van een anonieme kracht te schuiven.” Steve Stevaert en Caroline Gennez mogen het gecursiveerde zinnetje uit het hoofd leren.
GLOBALE VISIE: SSSST!
De onwil om “moeilijke” thema’s bespreekbaar te maken, de fixatie op losstaande ideetjes, de juke box-politiek van opvrijen van de kiezer met beloftes en het toedekken van de grote, internationale verbanden en problemen, het past naadloos in de tendens waarbij politici het Gesundes Volksempfinden achternahollen. Waarnemers duiden die queeste naar de grootste gemene deler als één van de hoofdredenen van de al vaak gesignaleerde evolutie waarbij het “politieke centrum” overbevolkt is geraakt en alle grote partijen een ideologisch zoutloze middenkoers varen. De politieke kartels - en individuele politici- zijn in dat kader niet veel meer dan houders van politieke marktaandelen.
Zaak is dan om zoveel mogelijk van die marktaandelen te verwerven, ook al is dat via een mariage de raison, veeleer dan via ideologische keuzes. Zo kiest Stevaert voor het inhoudelijk waterige -maar electoraal aantrekkelijke- Spirit van stemmenkanon Bert Anciaux. In dit verband is de uitspraak van Spirit-voorzitster Els Van Weert op Wereldvoedseldag 2003 veelzeggend: “Wij zijn hier zo talrijk met mensen van Spirit omdat SP.A en VLD geen interesse hebben in ontwikkelingssamenwerking en wij met plezier het gat opvullen dat er gevallen is met het verdwijnen van Agalev uit het parlement.” Oprechte interesse in de Zuiden-thematiek? Ho maar. Azen op een open marktaandeel? Dat wel, ja. Net zo knabbelt Stevaert met meetkundige precisie aan de ecologische kiezersgroep: hier de aloude Limburgse copiloot Ludo Sannen binnenhalen, daar de groene slimmerdjes paaien via de kandidatuur van BBL-baas Bart Martens, ginds een scheutje dierenrechten in het programma smokkelen om de trouwe achterban van GAIA in de ruif te vangen.
Stevaert is niet de man van de grote ideologische beweging maar van de voetjesschuifelende, berekende productdifferentiatie. Wetstraatjournalisten mogen dan al zwijmelen bij een nieuwe zet van de “meesterstrateeg”, voor hetzelfde geld noemt men die aanpak die van de politieke handelsreiziger die producten aanbiedt zolang er winst in zit: een procentje hier, een stem daar. Wie onvoldoende marktaandeel in de schaal werpt, wordt genadeloos genegeerd - in de SP.A is dat niet toevallig het lot van mensen met visie op de wereld, zoals Dirk Van Der Maelen en Anne Van Lancker. Stevaert zelf zegt het in MO* heel openlijk: “Wie alleen bezig is met internationale thema’s, wordt nooit een machtig politicus”. Het klinkt tegelijk als een waarschuwing aan partijgenoten en als feitelijk statement.
Toch heeft het kiespubliek volgens de Ekstermolengroep ronduit récht op kennisname van de globale visie, if any, van politici als Stevaert. In het licht van de uitbreiding van de Europese Unie, de plaats en taak van de EU in de wereld, de globalisering, het broeikaseffect, het wereldwijde terrorisme - om maar enkele voor de hand liggende grensoverschrijdende actuele thema’s te noemen- is een globale visie broodnodig. De neo-conservatieven in de USA zijn goed in staat gebleken om een nieuw groot verhaal te brengen: zij hebben wél een blauwdruk voor een wereldorde naar hun wens en ambitie. Mogen we dat van Vlaamse politici niet verwachten?
TWO TO TANGO
De kneuterige politicus kan slechts gedijen in een klimaat waarin hij de norm is, meer nog: waarin kneuterigheid gekoesterd wordt. It takes two to tango. In de tango der kneuterigheid heeft de politiek een zéér gewillige partner, met name in de media. Net zoals de politiek de fixatie op de eigen gouw verantwoordt als de wens van ‘de mensen’, net zo oordeelt de marketinggerichte aanpak in de media dat ‘het publiek’ vooral korte, leuke, makkelijke ‘formats’ lust. Die handel wordt dan verpatst als een doordachte keuze die stoelt op een journalistieke en zelfs een cultuurfilosofische visie. Zo haalde hoofdredacteur Rudy Collier in de Morgen van 22 augustus 2003 een inzicht van de Franse cultuurfilosoof Pierre Bourdieu van stal: “De happy few gebruiken de door henzelf gedefinieerde definitie van cultuur om zich te onderscheiden van de brede massa.”
Bourdieu zelf had zich op latere leeftijd wijselijk van die visie afgekeerd, en hij vond de televisie zelfs helemaal geen geschikt medium om een degelijk publiek debat te voeren, maarvoor de krant was de filosoof nog altijd goed als cultureel schild. Want wat was er feitelijk aan de hand dat de inzet van dergelijke hogere cultuurfilosofie rechtvaardigde? Niets meer noch min dan dit: Stef Wauters, een jongeman die nieuwsberichten voorleest van een autocue, veranderde van televisiezender: niet langer de openbare VRT maar de private omroep VTM zou hem voortaan op de loonrol hebben. Voor betrokkene mogelijks een stapje vooruit in carrière en verdienste. Einde van het verhaal. Maar niet voor de Vlaamse pers. De media buitelden over elkaar heen om de overstap te “duiden” als een nekslag voor de “pax media” en, bij De Morgen, als een Nieuwe Visie op Nieuwsmaken in Dit Land.
Wauters zelf vatte die visie samen in HUMO (18 maart2003)als volgt: “Je moet je visuele prikkels goed spreiden in je journaal en niet alleen maar harde informatie brengen, want dan haakt de kijker af”. Als een volleerd stilist gaf hij tekst en uitleg over het belang van “spelen met wit in combinatie met de gedurfde achtergrond” en in één moeite poneerde Wauters zijn journalistieke credo: “Er is geen enkele reden waarom een journaal aan andere wetmatigheden zou moeten gehoorzamen dan een entertainmentprogramma.” Duidelijker kan het niet. Het idee dat de redactie de feiten van de dag op een rij zou zetten, en dat programma ‘Het Nieuws’ of ‘Het Journaal’ zou noemen, dat idee is voor Wauters achterhaald. Hij wil ons met alle geweld wijsmaken, blijkens zijn uitspraken in HUMO (18 maart 2003), dat selectie van de berichten niet de taak van de professionals van de televisienieuwsredactie zou wezen: “We moeten echt niet voor de mensen denken. Het is niet aan ons, klein groepje, om te bepalen wat voor de mensen belangrijk is. The talk of the town, dat moet de opener van je journaal zijn. Vroeger zouden we de dag dat de eerste sneeuw van het jaar viel, geopend zijn met politiek gepietepeuter. Nu met de eerste sneeuw.”
Alsof ‘openen met de eerste sneeuw’ geen bewuste beslissing van de redactie of hoofdredacteur, dus van de betrokken professional(s), zou zijn. Natuurlijk wél. Alleen wil Wauters verdonkeremanen dat het effectief om een journalistieke keuze gaat. Wie hem gelooft, zou denken dat zijn televisiejournaal via televoting is samengesteld, zo sterk poneert Stef Wauters dat hij spreekt en kiest in naam van ‘de mensen’: “Bepaalde intellectuelen wantrouwen het journaal omdat het niet meer allèèn het nieuws brengt dat zij belangrijk vinden. Misschien moeten ze maar eens wat meer belangstelling opbrengen voor wat de mènsen interesseert.” Steve Stevaert, excuus, Stef Wauters als zelfverklaarde megafoon van wat de mensen interesseert. Wat mag dat wel wezen? Laten we dat onder de loep nemen.
DE WERELD IS KLEIN
Eerst een kleine steekproef van de Ekstermolengroep zelf. Op 1 maart 2004, de eerste dag van het proces-Dutroux, had het 19-uur-journaal van de VRT het 16 en een halve minuut over Dutroux. Feiten van de dag? De jury werd samengesteld. En een seconde lang was een portier van de celwagen opengezwaaid. Na het proces Dutroux kwamen nog wat binnenlandse onderwerpen aan bod. Op minuut 23 begon het buitenlandse nieuws. Op minuut 29 was dat al afgelopen. In die zes minuten tijd passeerden de revue: opstand in Haïti, zware verkiezingsnederlaag voor Schröder in Hamburg, de inzet van Super Tuesday in de USA. Daarna volgen nog minutenlang entertainment- (Oscars) en sportnieuws, en zo raakten de 45 minuten vol. Op 3 maart, het VTM nieuws van 19 uur. Zestien minuten Dutroux. Dan vier minuutjes buitenland. Dan entertainmentnieuws en sportnieuws. Cut op 45 minuten.
Op 10 maart besteedde het VRT journaal 12 minuten en 10 seconden aan Dutroux; VTM deed het met 10 minuten 30. VTM gaf die dag vier minuten buitenlands nieuws, met daarin het bezoek van Kagame aan Brussel, de vrijlating van Britse moslims uit de Amerikaanse gevangenis in Guantanamo, zwaarlijvigheid in de USA en een bedrijfsbrand in Duitsland. De VRT werkte het buitenland af in vijf minuten; Kagame en Guantanamo zaten ook hier in het aanbod, en voorts vijf dode Palestijnen en een aanslag op de vrijmetselaarsloge van Istanbul die bij VTM tussen de plooien waren gevallen.
Op 13 april geeft VTM 8 volle minuten over de begrafenis van een NMBSveiligheidsbeambte en de potentieel-hypothetische kostprijs mocht, zou, Vlaanderen de Olympische Spelen organiseren, ooit, in 2016. In even veel tijd wordt het hele buitenland gepropt, met onder meer zware gevechten in Irak en de politieke gevolgen ervan voor Bush, een drugsoorlog in Brazilië en een cultureel-religieuze nieuwjaarsduik in India.
Kortom, voor wie een béétje wil weten wat er in de wereld aan de hand is, is het op zijn zachtst gezegd geen pretje om de nieuwsuitzendingen van 19 uur op VTM of VRT te moeten uitzitten. Buitenlands nieuws beslaat tussen de 4 en de 8 minuten, op een totaal van 40 à 45 minuten.
Tot gelijklopende conclusies komen de ommunicatiedeskundigen. De ploeg van de Gentse professor Daniël Biltereyst werkte mee aan het prestigieuze internationale onderzoek “Nieuws van de wereld”. De onderzoekers merkten dat in 1997 en 2000 het VRT-nieuws ongeveer 40 procent van de zendtijd aan buitenlands nieuws besteedde. VTM klokte af op ongeveer 38 procent. “Geen significant verschil tussen beide zenders”, oordeelt Biltereyst, “en ook in de manier van coveren is er weinig onderscheid: je ziet dezelfde beelden van dezelfde internationale agentschappen. Beide zenders gebruiken ook het carrousel-systeem voor het buitenlandse nieuws: korte beeldfragmenten, een korte begeleidende tekst en een beat eronder. Zo worden vrij veel items behandeld maar elk van hen krijgt superkorte aandacht.”
In het “Nieuws van de wereld”-project is het sportnieuws bij het buitenlandse nieuws geteld. Wanneer we het sportnieuws uit de categorie ‘buitenland’ lichten en het televisiejournaal van de VRT over een langere periode onderzoeken, zoals de studente Stefanie Peeters in haar eindverhandeling aan de Katholieke Universiteit Leuven, dan zien we pas waarlijk hoe armtierig buitenlands nieuws bedeeld is. In ’95 maakte het 16 procent uit van het 19 uurjournaal.
In ’96 was dat 13 procent, in ’97 15, in ’98 20, in ’99 16 en in 2000 18 ten honderd. Zowel Biltereyst als Peeters merken ook een sterk Westerse vertekening binnenin het aanbod buitenlands nieuws: de Europese Unie en de USA nemen samen zowat de helft van de zendtijd in. Ter vergelijking: Azië, toch niet het meest onbelangrijke continent denkbaar, krijgt 5 procent; Centraal-Amerika is nog nét zichtbaar met 0.5 procent.
Dan neemt de geïnteresseerde burger maar de krant ter hand? Doe de test: dinsdag 4 mei 2004. Koop de acht Vlaamse kranten: Het Laatste Nieuws, Gazet van Antwerpen, Het Belang van Limburg, De Morgen, De Standaard, De Tijd, Het Nieuwsblad, Het Volk. Gooi de extra bijlagen weg. Hou de rompkrant over. Samen tellen de acht dagbladen ongeveer 350 pagina’s. Hoeveel daarvan zijn buitenlandpagina’s? Zeventien. Niet zeventien pér krant, maar zeventien voor àlle kranten sàmen. Professor Biltereyst zegt hierover: “Voor de kwaliteitskranten blijft de rubriek buitenland wel belangrijk. Maar de internationale bericht geving is voor hen géén wapen in de concurrentiestrijd. Elkaar vliegen afvangen proberen de Vlaamse kwaliteitskranten te doen via de weekendbijlagen, via cultuurnieuws en de jongste jaren ook meer en meer via economisch nieuws. Buitenland is voor zogenaamde kwaliteitskranten een must maar geen element in de concurrentiestrijd.”
En de weekbladen? Bij ‘Knack’ is de rubriek buitenland in de loop der jaren procentueel onbelangrijker geworden. Ook vormelijk is buitenland duidelijk geen prioriteit: het mag veelzeggend heten dat de pagina’s allengs steeds verder naar achteren zijn verbannen. HUMO, Ché, Dag Allemaal et les autres hebben helemaal géén buitenland. In magazineland is buitenland iets voor de toerismebladen.
De teloorgang van het internationale nieuws kan niet anders dan leiden tot een vertekend wereldbeeld bij het publiek. Colombia in één minuut één keer per jaar? Dan staat Colombia noodzakelijkerwijs gelijk aan ‘ontvoering’ en ‘drugs’. Cuba, dat is ‘sigaren, oldtimers, Castro en knappe madammen’. Pakistan en India, dat zijn ‘religieuze rellen’. In de plaats van inzicht en nuancering, verwerft de nieuwsconsument al te vaak ééndimensionale clichés. Zegt Daniël Biltereyst: “Er is overduidelijk een gebrek aan omvang en kwaliteit van de buitenlandberichtgeving. Dat doet een partij als het Vlaams Blok zeker geen kwaad.”
Om kort te gaan: ondanks alle politiek correcte gesoebat over het cordon sanitaire en de correcte aanpak van het Vlaams Blok in de media, staat één zaak als een paal boven water: van alle maatschappelijke sectoren is de media diegene waar de slogan ‘Eigen volk eerst’ volledig en radicaal is gerealiseerd.
Stef Wauters beweert intussen in De Morgen van 27 december 2003: “Nog nooit hebben wij, journalisten, zoveel aandacht besteed aan het nieuws uit het buitenland.” Letterlijk. Dat is dus een aperte leugen. Maar dat passeert allemaal.
LEMMINGEN MET NOTABOEKJES
De stiefmoederlijke behandeling van het internationale nieuws steekt schril af bij de gigantische inspanningen die de Vlaamse media zich getroosten voor binnenlandse verhalen waarvan de canon beweert dat het “grote” verhalen zijn. Neem het proces Dutroux. Over dat proces, zo becijferde de Leuvense professor Luc Huyse, zijn in de Vlaamse kranten in één maand tijd zeshonderd artikels verschenen. Die maand, dat was februari. Het proces Dutroux begon op....1 maart.
Journalisten zijn als lemmingen. Zelfs al zouden ze individueel grif toegeven dat er bijvoorbeeld inzake Dutroux aan een gigantische overkill wordt gedaan, dan nog conformeren de reporters zich blindelings aan de lijn die de eigen redactie en de media als geheel impliciet vooronderstellen en die voorschrijft dat er over “belangrijke” binnenlandse onderwerpen als Dutroux of verkiezingen nooit genoeg kan worden gecoverd. Nu en dan mag een columnist zich daar eens over verbazen, zoals Jean-Paul Mulders in ‘Weekend Knack’ van 12 maart 2004 over Dutroux: “Zolang niet bewezen is dat er netwerken met hooggeplaatsten bestaan, kan ik het niet laten een fait divers in hem te zien. Een tragisch fait divers, dat zeker, maar niettemin een fait divers. Wat heeft die man ons nu geleerd? Dat er kwaadaardige en onverbeterlijke mensen bestaan, die zelfs kinderen durven te martelen en vermoorden? Voor wie dat nog niet wist: get real.”
Een grapje tussendoor. Een cartoon van ‘Casper en Hobbes’, het kleine ettertje en zijn tijgerknuffel die dagelijks in De Morgen optreden, waarin Casper zegt: “Ik volg het nieuws graag. De mensen van het nieuws weten dat ik niet zit te wachten op serieuze discussies over saaie of ingewikkelde zaken. Ik word op mijn wenken bediend: rare fratsen, emotionele confrontatie, kernachtige uitspraken, schandalen, tranentrekkers en opiniepeilingen. Het is één en al vermaak. De gemiddelde soapserie is er niks bij.” Het publiek, die grote bende Caspertjes, krijgt wat het wil. Dat is de visie van de Stef Wautersen van deze wereld: nieuws is wat de mensen interesseert. De journalist als klantvriendelijke handelsreiziger in informatie. En ‘buitenland’ is onverkoopbaar. Zou het?
Er zijn signalen dat de Vlaming inderdaad nogal ‘lokaal’ denkt. De Morgen-commentator Yves Desmet trok op 23 maart laatstleden van leer tegen de plotse kruistocht tegen de rode balpen als instrument voor correcties vanwege de leraar. Volgens het blad ‘Klasse’ moesten de leerkrachten voortaan beter een groene balpen gebruiken; zulks zou heilzamer zijn voor het zelfvertrouwen van het hen toevertrouwde kroost. Desmet vond dat nonsens. Vier dagen later zag zijn krant, die naar eigen zeggen “overspoeld” was met reacties, zich genoodzaakt een volle pagina uit te trekken voor lezersbrieven over dit vitale thema. Het is een feit: de superboetes, juridische uitspraken of rode balpennen jagen de Vlaming massaal in de pen. De veiligheidstoestand in Afghanistan of de verkiezingen in India; geen hond die er een lezersbrief voor veil heeft. Dat leeft dus niet bij “de mensen”.
Anderzijds komt uit de studie “Nieuws over de wereld” een grote honger naar buitenlandberichtgeving naar voren. Tot de helft van de ondervraagden vindt dat we “eerder te weinig” nieuws krijgen over Oost-Europa, Afrika en de Amerika’s. Maar volgens professor Daniël Biltereyst vallen die resultaten met een flinke korrel zout te nemen: “Het is een paradox: de mensen zéggen dat ze buitenlands nieuws willen maar in de realiteit gaan ze het niet erg enthousiast consumeren. Ze verwachten dus wel dat hun medium een stevige buitenlandrubriek aanbiedt, maar ze lezen hem niet.”
En toch. In de tijden van globalisering is ons aller leven feitelijk verbonden met wereldwijde fenomenen; economische processen, zeker in de sleutellanden, wegen mondiaal door, kapitaal reist wereldwijd, de milieuproblemen bedreigen elke wereldburger, politieke fenomenen als terrorisme en moslimfundamentalisme stoppen bij geen grens. Mensen weten dat hun leven en lot niet langer in de eerste plaats afhangt van de burgemeester, noch van de toevallige Vlaamse of federale premier. Politiek en journalistiek hebben in die omstandigheden de plicht -en in toenemende mate de technologische capaciteit - om die wereld te beschrijven en te duiden. Maar die plicht wordt in de media net als in de politiek ondergesneeuwd onder een misplaatste valse bescheidenheid die zich in naam plooit naar de wensen van ‘de mensen’, maar in realiteit mikt op niets dan kijkcijfers en populariteit. Intussen klopt de werkelijke wereld aan de deur. Dringend. Dwingend.
Epiloog
Waar politici de bevolking het recht ontzeggen kennis te nemen van de globale visie van de bestuurders en waar media diezelfde bevolking ondermaats informeren over het belang van de internationale context in/op het eigen dagelijkse leven, daar lopen beide beroepsgroepen wég van hun professionele en deontologische plicht. Meer nog: daar voeden de beide beroepsgroepen onwetendheid, (onterechte) angstgevoelens en foutieve, primaire clichébeelden. Van dat alles wordt één partij slapend rijk. Willen we “Vlaming” zijn en blijven, ook als dat in de wereld een steeds meer onhoudbare positie is? Of willen we Vlaming én Europeaan zijn om Wereldburger te worden? Voor de Ekstermolengroep is de vraag stellen, ze beantwoorden.
Bovendien, en ingrijpender, kweken politici en journalisten momenteel een volk/publiek dat de wereld bekijkt door een (foutieve) paardenbril in plaats van door een (waarheidsgetrouwe) caleidoscoop. Dat kan commercieel en electoraal lonend zijn op de korte termijn, maar het is overduidelijk nefast voor wie op een langere tijdslijn denkt en handelt. De Ekstermolengroep ziet deze tekst als een kritiek én een uitnodiging: de groep hoopt en rekent op prompte en degelijke reacties. Want de Ekstermolengroep wil erg graag dat een noodkreet als bovenstaande bij de Letermes, Verhofstadts, Stevaerts en Wautersen van over vijf jaar - net als bij die van vandaag- een verstandelijke snaar beroert. Aan hen het woord? Graag.
