Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Peter Tom Jones
Voor een alternatieve globalisering !
zaterdag 14 augustus 2004, door Peter Tom Jones
Van Seattle tot Genua...
De massale betogingen tijdens de top van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) in Seattle (december ’99) vestigen voor de eerste keer wereldwijd de aandacht op deze nieuwe golf van contestatie. Dit heterogene gezelschap gaat van dan af de geschiedenis in als de ’Seattle-beweging’. Nog geen maand later komen honderden betogers in het Zwitserse Davos samen om te protesteren tegen de belangrijkste internationale actoren in de wereldeconomie. In september 2000 houden de Wereldbank en het IMF een nieuwe jaarvergadering in Praag die opnieuw tot massale protesten leidt. De beweging wint zienderogen aan belang. Het verzet breidt zich nadien verder uit tegen de Europese top in Nice (december 2000), waar duizenden mensen op straat komen voor een socialer Europa. De Seattle-activisten steken in april de plas over om in Quebec te betogen tegen de vergadering van staatshoofden ter creatie van een nieuw vrijhandelsakkoord voor het hele Amerikaanse continent. Twee maanden later is de beweging eens te meer op het appel wanneer de EU in Göteborg vergadert. Tijdens de G8-ontmoeting in Genua (juli 2001) komt het eens te meer tot zware rellen tussen politie en manifestanten. Voor de eerste maal valt er daarbij ook een dodelijk slachtoffer. De daaropvolgende massademonstratie (tussen de 200000 en 300000 betogers) gaat (voorlopig) de geschiedenis in als de ’moeder van alle protesten’ tegen het neoliberalisme. In Genua wordt het eveneens duidelijk dat de politie het geweld manipuleert en ondemocratische middelen inzet tegen de manifestanten. De eerstvolgende confrontaties zulllen hoogstwaarschijnlijk in België plaatsvinden waar een nieuwe EU-top gepland is. Ten gevolge van de groeiende impact van de Seattle-generatie zullen de volgende (belangrijkere) conferenties van de WHO en de G8 doorgaan in respectievelijk de woestijn van Qatar en het hooggebergte van Canada.
...postmodern verzet
Tot spijt van wie het benijdt zijn we, aan de dageraad van de 21e eeuw, getuige van het ontstaan van compleet nieuwe voorhoedes van een globaliserend verzet (1). Het betreft geenszins een marginaal fenomeen. Integendeel, de protesten van Seattle tot Genua zijn slechts de top van de ijsberg van de wereldwijde revolte tegen het neoliberalisme. Het is de (voornamelijk blanke) heren in maatpak nog niet opgevallen dat het juist de ’armen’ zijn die de protesten inleiden. Aan de vooravond van de G8-top in Genua ondertekenden 30 Afrikaanse landen, waaronder de lokale reuzen Zuid-Afrika en Nigeria, in Adis Ababa een declaratie tegen een verdere escalatie van machtstoeëigening vanwege de WHO. Overal ter wereld komen plaatselijke (vaak indigene) gemeenschappen tot het groeiend besef dat het genoeg geweest is. De kreet ’Ya Basta’ wordt in oneindig veel talen steeds luider herhaald. Zo vormde in Mexico de ratificatie van het NAFTA-akkoord, dat het gezamenlijk bezit van grond - in 1911 afgedwongen door de populaire volksheld Emiliano Zapata - buiten de wet stelde, de symbolische aanleiding voor de Zapatistische rebellie. Voor een groot deel van Zuidoost-Azië waren de IMF-dictaten na de vernietiging van hun economieën in 1997 de druppel die de emmer deed overlopen. Voor de landloze boeren van de MST in Brazilië zijn het de agressieve Wereldbank-programma’s en de multinationale houdgreep van de agrobusiness die de plaatselijke bevolking deed revolteren. Gelijkaardige opstanden vinden momenteel overal ter wereld plaats. In zekere zin kan men stellen dat de Seattle-beweging de symbolische representant van al deze anti-neoliberale en/of anti-kapitalistische revoltes vormt. De actievoerders hebben goed begrepen dat de neoliberale globalisering slechts efficiënt kan bestreden worden op mondiaal niveau. Zij eigenen zich een gelijkaardige logica toe als hun neoliberale vijand: d.w.z. zij opereren gedecentraliseerd, internationaal en maken gebruik van de (post)moderne communicatiemiddelen zoals het Internet, e-mailnetwerken en digitale camera’s. De sterkte van de beweging ligt juist in haar heterogeniteit (van gematigd-hervormingsgezinde, anti-neoliberale tot overtuigde anti-kapitalistische organisaties en politiek-ongebonden individuen) en haar basisdemocratische eigenschappen (’affinity-groups’, open vergaderingen, etc.). Deze beweging heeft geen leiders. Verder is het totaal onzinnig om één nieuw, homogeen groot Verhaal op te bouwen (2), waarrond alle andere kleinere verhalen hiërarchisch opgebouwd kunnen worden. Er is eerder nood aan multicentriciteit, met een grote mate van autonomie voor alle afzonderlijke deelstrijden. Tegelijkertijd moet er een respectvolle samenwerking tussen de diverse groepen zijn ten einde iets wezenlijks te bereiken. Dit is precies wat er in de Seattle-beweging tot stand aan het komen is. In die zin kunnen we verwijzen naar het profetische boek ’Empire’ van Toni Negri en Michael Hardt (3): ’De overgang van het imperialisme naar het Imperium (4) en diens globalisering biedt nieuwe mogelijkheden voor de bevrijdingskrachten. (...) Onze politieke opdracht bestaat er niet in om louter weerstand te bieden aan de nieuwe ontwikkelingen, maar om hen te reorganiseren en hen te reoriënteren naar nieuwe doeleinden. De creatieve krachten van de massa (multitude) die het Imperium ondersteunt zijn evenzeer in staat om op autonome wijze een Contra-Imperium uit te bouwen en een alternatieve politieke organisatie voor de wereldhandel en wereldstromen op de agenda te plaatsen. Deze strijd zal zich tevens afspelen op het Imperiale terrein .’
The Empire strikes back ! Het is duidelijk dat dit embryonale Contra-Imperium een grote dreiging vormt voor de status-quo. Daarom is vanuit ’het establishment’ een drievuldig tegenoffensief op gang gekomen. Mediaoffensief. Vooreest dient men op te merken dat de pers de Seattle-actievoerders halsstarrig blijft afschilderen als ’globofoob’, ’irrationeel’, ’onwetend’ en ’gewelddadig’. Zoals hierboven beschreven, doet deze simplistische wit-zwart voorstelling de realiteit oneer aan. Daarnaast maakt de grote meerderheid van de media zich systematisch schuldig aan een ééndimensionale voorstelling van de feiten. Zo focusseren zij de aandacht quasi uitsluitend op het geweld, eerder dan te wijzen op de veelheid aan ideeën en voorstellen die uit deze beweging geboren worden. Een blik op de berichtgeving over de G8-top vanwege de internationale kwaliteitspers spreekt boekdelen. Op 20 juli, de dag dat Carlo Guiliani werd neergeschoten, namen 70000 activisten deel aan een totaal van negen afzonderlijke demonstraties. Zeven van die negen marsen, dewelke de grote meerderheid aan betogers incorporeerden, schitterden vanwege hun pacifistisch, creatief en humoristisch karakter: samba-orkestjes brachten mensen aan het dansen; het levend theater gaf blijk aan het kafkaiaanse gehalte van onze westerse maatschappij; José Bové defileerde met een koe vóór de oproerpolitie; een oude Italiaanse man deelde poëzie uit aan de tot tanden gewapende carabinieri; etc. Helaas werden deze originele scènes de krantenlezer of nieuwskijker ontzegd. In de plaats daarvan werden zij met beelden van het geweld van het zgn. ’zwarte blok’ bekogeld. Een identiek verhaal kan verteld worden i.v.m. de massademonstratie van 21 juli toen minstens 200000 mensen vreedzaam door de straten van Genua opstapten. Deze gewichtige gebeurtenis werd immers onmiddellijk naar de voetnoten der geschiedenis verwezen, aangezien de internationale pers zich opnieuw als aasgieren op de blinde agressie van het ’zwarte blok’ stortten. Zo wijdde de Italiaanse kwaliteitskrant La Repubblica (22/7) 16 pagina’s aan de G8-top, publiceerde zij 34 grote foto’s van gewelddaden maar vertikte zij het om ook maar één beeld van de geweldloze massabetoging te tonen. Een analyse van andere internationale kranten leverde een identieke slotsom op. De ondertussen alomgekende sensatiezucht van de mainstream media is geen afdoende verklaring voor deze feiten. Men dient zich eerder de vraag te stellen wie de controle heeft over de belangrijkste mediakanalen en welke belangen mediamagnaten zoals Berlusconi en co te verdedigen hebben. Politieoffensief. Daarenboven is het zonneklaar dat de politie een zeer dubbelzinnige rol speelt in het geweld vanwege een kleine minderheid van de manifestanten. Hoewel geruchten i.v.m. politiemanipulatie reeds de ronde deden in Göteborg, werd dit pas écht duidelijk in Genua, waar alle aanwezigen konden vaststellen hoe de politie ostentatief de andere kant opkeek toen leden van het ’zwarte blok’ willekeurige vernielingen aanbrachten. Er is overtuigend bewijsmateriaal voorhanden dat aantoont dat demonstranten, uitgedost in de typische zwarte gevechtskledij, vlakbij bepaalde protestmarsen uit politiewagens stapten. Met andere woorden: wie behoorde tot dat ’zwarte blok’? Uit talrijke gesprekken met de meest diverse activisten konden wij afleiden dat, naast sommige ’anarchisten’ die uit waren op gecoördineerde symbolische directe acties tegen multinationaal privé-eigendom, dit ’zwarte blok’ vooral uit ordinaire voetbalhooligans, neonazi’s en politieinfiltranten bestond. De Italiaanse politie was bovendien op de hoogte van documenten waarin zwart op wit werd aangetoond dat neonazi’s het ’zwarte blok ’ zouden infiltreren om de ’linkerzijde’ in een slecht daglicht te stellen. De politie liet echter begaan. Het ’zwarte blok’ vormde immers een uitstekend excuus om ongewoon hard op te treden tegen de (veel gevaarlijkere) oprechte activisten. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat de oproerpolitie op zaterdagnacht (22/7), onder het belachelijke voorwendsel van op zoek te zijn naar ’zwarte blokkers’ waarvan iedereen wist dat zij enkele kilometer verder kampeerden, een brutale razzia hield in de school waarin de geweldloze mensen van het Indymedia Center en het overkoepelende Genova Social Forum overnachtten. 200 gemaskerde carabinieri bestormden het gebouw, vernietigden de computers en ranselden in het wilde weg alle aanwezigen af. 51 aanwezigen werden gewond waarvan 31 onder politiebewaking naar het ziekenhuis moesten worden afgevoerd. Sommigen van de arrestanten werden door de carabinieri gedwongen om fascistische leuzen te scanderen. Dit was nochtans niet Chili, maar wél ’democratisch’ Italië. Amnesty International onderzoekt de zaak. Ondertussen is er binnen de Seattle-beweging, in het kader van de massale politie- en mediamanipulatie van het geweld van het ’zwarte blok’, een hevig debat uitgebroken over de efficiëntste actiemethodes tijdens de manifestaties (5). Ideologisch offensief. Een derde mondiaal tegenoffensief is van ideologische aard en is afkomstig vanuit rechts-liberale hoek. Sinds de val van de muur konden de neoliberale pleitbezorgers van de ’markt-gebaseerde democratie’ tien jaar lang met volle teugen genieten van het ’Einde van de Geschiedenis’ . Ondertussen is er stront in de knikker gekomen en wordt de neoliberale theologie en haar Heilige Drievuldigheid (liberaliseren, privatiseren en deregulariseren) zowel van binnenuit (e.g. George Soros (6), Wereldbankrapporten, etc.) als van buitenuit bestreden. Tijd dus voor een orwelliaans tegenoffensief. De pensée unique gaat als volgt. ’Er is geen verband tussen de welvaart van de rijke landen en de armoede van de arme landen (7). Globalisering is goed voor de armen. Globalisering verhoogt de welvaart (8). Het feit dat er nog veel armoede bestaat, is te wijten aan een gebrek aan competitie. Een te ver doorgedreven globalisering kan negatieve gevolgen hebben, maar welk systeem heeft alleen maar voordelen? Zoals elk menselijk initiatief is het altijd voor verbetering vatbaar (9). Politici moeten beter communiceren (sic) zodat de globalisering een ruimer maatschappelijk draagvlak verkrijgt.’ Daarnaast wordt er alles in het werk gesteld om de ’antiglobalisten’ voor rotte vis uit te schelden. Bedenk daarbij dat de neoliberale hogepriesters de Seattle-beweging van haar noch pluim kennen en zich uitsluitend baseren op enkele selectieve mediabeelden. Het is tevens frappant dat zij de voorgestelde alternatieven van die mensen catalogeren als ’schadelijk, onhaalbaar, theoretisch en naïef’ die ’de toestand van de ontwikkelingslanden alleen maar zullen verslechteren’, aldus de heer Eyskens (7). Het beruchte TINA-syndroom (’There is no alternative’) wordt opnieuw uit de trukendoos gehaald. Nochtans vertonen de neoliberale analyses steeds één grote tekortkoming: zij hebben uitsluitend oog voor macroeconomische factoren zoals het BNP of het groeicijfer van de economie. Blijkbaar beseffen zij niet dat een hoog BNP of groeicijfer op geen enkele manier garanties biedt voor de rechtvaardige verdeling van de gecreëerde rijkdom. Daarom dat andere indices zoals bv. de Human Development Index (die ook andere standaarden zoals kindersterfte, ongeletterdheid, gender empowerment, etc. incorporeert) of de Index of Sustainable Economic Welfare een veel beter beeld geven van de verdeling van de welvaart en het welzijn van een gemeenschap. Bovendien toonde een recent rapport aan dat de geglobaliseerde economieën (1980-2000) zelfs minder snel groeiden dan hun Keynesiaanse ’protectionistische’ evenpolen tijdens de periode 1945-1973 (10).
Tegen de neoliberale globalisering...
Het neoliberalisme is niet geïnteresseerd in het creëren van die marktcondities die volgens de (echte) liberale markttheorie (van Adam Smith en co) zouden resulteren in de optimalisatie van het algemeen belang. Het heeft helemaal niets te maken met het algemeen belang. Dit sociaal-economisch darwinisme verdedigt en institutionaliseert het recht van de economisch sterken om hun wil op te dringen, ten einde hun onmiddellijke belangen veilig te stellen, zonder publiekelijk verantwoordelijk te worden gesteld voor de consequenties van hun daden (11). Het verschaft macht aan instellingen die blind zijn voor kwesties zoals billijkheid en ecologische duurzaamheid, alle groenwas- en pr-pogingen ten spijt. Voor de meeste mensen op deze aarde staat het neoliberalisme synoniem voor de herleiding tot koopwaar van alle aspecten van het leven (water, genen, atmosfeer, gezondheidszorg, cultuur, grond, etc.), de houdgreep van de bedrijfswereld (’alle macht aan de markt!’) en de uitholling van de democratie. Deze vorm van globalisering leidt immers tot een tweevoudige sociaal-economische dualisering, d.i. zowel tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden als in het Noorden zelf. De wereld begint zich meer en meer om te vormen naar het archipel-model: steeds meer eilandjes van armen en uitgeslotenen in het Noorden en kleinere eilanden vol rijken in het Zuiden. Gelijktijdig leidt globalisering tot een uniformisering van de cultuur (met kleine c) waarbij een sociaal en ecologisch onhoudbare levenswijze wordt gepromoot. Een treffend voorbeeld daarbij is de energiebehoefte van de doorsnee westerse productie/comsumptie levenswijze die onmogelijk kan veralgemeend worden naar de totale wereldbevolking, gezien het beperkte ecologische draagvlak van de aarde (12). Op de keper beschouwd is de democratie het voornaamste slachtoffer van de globalisering, aangezien de kloof tussen de Imperiale centra waar de echte beslissingen genomen worden (bv. multinationale ondernemingen, private pensioen- en hefboomfondsen, banken, supranationale instellingen zoals WHO, IMF, WB, G7/8, enz.) en de mensen die de gevolgen van die beslissingen lijdzaam moeten ondergaan, steeds toeneemt.
...voor een alternatieve bottom-up globalisering
Het is evident dat de Seattle-actievoerders een afkeer vertoont voor zowel de huidige top-down globalisering als voor een reactionaire nationale terugplooi (zoals door sommige publicisten wordt geïnsinueerd). Zij ijvert daarentegen voor een bottom-up globalisering die het neoliberale Imperium betwist en een globaal burgerschap opeist. In de huidige fase van de geschiedenis moet men een duidelijk onderscheid maken tussen de kortetermijndoelstellingen (waarover grote eensgezindheid bestaat) en de langetermijnvisie (waarover veel minder eensgezindheid). De belangrijkste kortetermijneisen zijn genoegzaam bekend: invoering van een Tobin-tax op speculatieve transacties, afschaffing van de belastingsparadijzen, belasting op grote vermogens, eerlijke prijzen voor de grondstoffen uit het Zuiden, sociale en ecologische normen voor de produkten van multinationals, drastische hervorming van de supranationale ’one dollar, one vote’ instellingen zoals de WHO, het IMF en de Wereldbank, afschaffing van de externe Derdewereldschuld, maatregelen ter bescherming van de biodiversiteit, etc. Wat betreft de langetermijnvisie wordt het een stuk complexer. Welke wereld willen wij eigenlijk? Gezien de grote heterogeniteit binnen de Seattle-beweging, is het moeilijker om algemene antwoorden op deze vraag te geven. Het zal noodzakelijkerwijs een collectieve taak worden om duidelijk te maken welke alternatieve internationale relaties wij wensen, wat een coöperatieve en eerlijke economie juist moet inhouden, wie de controle mag/moet bezitten over de produktiemiddelen, welke principes van democratische beslissingsmacht moeten geconcretiseerd worden, etc. Het is belangrijk om in te zien dat er geen simpele wonderoplossing kan bestaan voor het vervangen van de huidige Wereldorde door die illustere andere wereld. Gezien het complexe, diffuse, contradictorische en gediversifiëerde karakter van de huidige (wan)orde, kan die hoop op een andere wereld ook niet meer uitgedrukt worden in de termen van het traditionele socialisme (13). Nochtans worden er momenteel de meest diverse, elkaar niet noodzakelijk uitsluitende pistes voorgesteld die ons een stuk vooruit kunnen helpen: de ’participatieve economie’ zoals uitgewerkt door Michael Albert (14), het ’altruïstisch protectionisme’ van Bernard Cassen (15), de ’participatieve democratie’ van Porto Alegre, het ’mondiale contract’ en de ’wereldregering’ van de Club van Lissabon, etc. Het eerstvolgende tweede Mondiaal Sociaal Forum in Porto Alegre (Brazilië) wordt daarom wellicht een sleutelmoment om het anti-neoliberale verzet in een hogere fase binnen te loodsen. Het verhaal gaat dat, toen Michelangelo zijn standbeeld van David wilde beeldhouwen, hij zich moest behelpen met een tweedehands stuk marmer vol gaten (16). Het feit dat hij erin slaagde om een dergelijke figuur te produceren, bewijst zijn immense kwaliteiten. De wereld die wij wensen te transformeren is het resultaat van een bloedige geschiedenis en vertoont in zekere zin eveneens talrijke holten. Dat neemt niet weg dat we inventief moeten zijn om te werken aan een nieuwe, andere, betere en humanere wereld.
Noten
(1) JONES P.T. e.a., ’Anti-globalisering staat juist niet voor geweld’, De Standaard, 31/7/2001 (2) Er is nood aan een ’wereld waarin ruimte is voor vele werelden’, met ’één neen, maar vele ja’s’ zoals Subcomandante Marcos het verwoordt. Zie ook ABICHT L., ’Marxisme in een postmoderne tijd’, Kering (CVS). (3) HARDT M., NEGRI A., ’Empire’, Harvard University Press, 2000. (4) Volgens Hardt en Negri vloeit de overgang naar het Imperium voort uit de deemstering van de moderne soevereiniteit. In tegenstelling tot het imperialisme vestigt het Imperium geen territoriaal machtscentrum en baseert het zich niet op vastgelegde plaatsen en grenzen. Het is een gedecentraliseerd regeringsapparaat, dat geleidelijk de ruimte van de hele wereld integreert binnen haar open grenzen. De verschillende nationale kleuren van de imperialistische wereldkaart worden met elkaar versmolten tot de wereldwijde regenboog van het Imperium. (5) Het is evident dat het onzinnig is om het Imperium op haar sterkste punt (d.i. haar repressieeigenschappen) te bestrijden. Het blind aanvallen van de politie met de enige bedoeling lichamelijke schade toe te brengen, is simpelweg onzinnig en leidt tot een vicieuze cirkel van escalerend geweld, hetgeen slechts ten goede van het Imperium kan komen. Daarom moeten strategieën worden uitgebouwd die een steeds groter aantal mensen kunnen inspireren om mee deel te nemen aan niet-gewelddadige, doch overtuigde directe actiemethodes. Voor discussies i.v.m. de verschillende visies op geweld (burgerlijke ongehoorzaamheid, actieve zelfverdediging, etc.), zie www.zmag.org of belgium.indymedia.org. (6) Zo stelde beursgoeroe George Soros recent: ’De hoofdvijand van de ’vrije wereld’ is niet langer de dreiging van het communisme, maar van het kapitalisme.’, in SOROS G., ’De crisis van het mondiale kapitalisme’, Contact Amsterdam, Antwerpen, 1998. (7) EYSKENS M., ’Globalisering: de ideologie’, De Standaard, 1/8/2001. (8) DE CLERCQ K. e.a., ’Niet globaliseren, maar lokaliseren’, De Standaard, 2/8/2001. (9) DE CLERCQ W., ’Van antiglobalisten kun je leren’, De Standaard, 31/72001. (10) ’The emperor has no growth’, Centre for Economy and policy research (www.cepr.net) (11) Zie bv. CASSEN B., ’Fallacieuse théorie du libre-échange’, Le Monde Diplomatique, november 1999; CASSEN B., ’Irréversible, la mondialisation?’’, Le Monde Diplomatique, april 2001; HALIMI S., ’Eternelle récuperation de la contestation’, Le Monde Diplomatique, april 2001; PASSET R., ’L’Illusion néolibérale’, Fayard, Paris, 2000; TOUSSAINT E., ’Your money or your life’, Pluto Press, London, 1999; BOURDIEU P., ’The essence of neoliberalism’, Le Monde Diplomatique, december 1998. (12) Wat betreft de energiebehoefte op basis van de verbranding van fossiele brandstoffen, berekende het WWF in haar ’Living Planet Report 2000’ dat een ’doorsnee’ Noord-Amerikaan en een West-Europeaan resp. 19 en 9 ton koolstofdioxide per jaar produceren, tegenover 2 ton koolstofdioxide vanwege een inwoner uit een niet-OESO land. De duurzame opnamecapaciteit van de aarde bedraagt echter minder dan 3 ton koolstofdioxide per persoon en per jaar, berekend op een wereldbevolking van 6 miljard mensen. De exces hoeveelheid koolstofdioxide resulteert in de toename van de atmosferische koolstofdioxideconcentratie die op haar beurt verantwoordelijk wordt geacht voor de globale opwarming en de daarmee gepaard gaande klimaatwijzigingen. Zie JONES P.T en NAESSENS B., ’Kafka in Den Haag’, De Standaard, 13/11/2000. Analoge problemen gelden voor de waterconsumptie. Vanuit de kennis van het ecologische draagvlak van de aarde kan men ondubbelzinnig stellen dat de westerse levenswijze niet veralgemeend kan worden naar de totale wereldbevolking. (13) RAMONET I, ’Globalisering en chaos’, Houtekiet, Antwerpen, 1997. (14) Zie www.zmag.org (15) CASSEN B., ’Inventer ensemble un ’protectionisme’ altruiste’, Le Monde Diplomatique, februari 2000. (16) SUBCOMANDANTE MARCOS, ’Do not forget ideas are also weapons’, Le Monde Diplomatique, oktober 2000.
