Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Stijn Vanhandsaeme
een poging tot anarchistische kritiek en alternatief
dinsdag 27 juni 2000, door Stijn Vanhandsaeme
Het is niet mijn bedoeling mensen persoonlijk te pakken, noch de ultieme tekst over dit onderwerp geschreven te hebben, maar wel dat mensen en groepen hun ideeën en acties gaan evalueren en dat er discussie ontstaat over dit onderwerp. De tekst is relatief kort en veel begrippen en argumenten worden dan ook slechts aangeraakt of heb ik zelfs niet vermeld omdat ik denk dat voor diegene die er naar zoekt, er wel meer informatie over te vinden is, o.a. in de vermelde boeken, brochures en tijdschriften. De beknopte uitwerking van een alternatieve visie zal, naar ik hoop, mensen op hun honger laten zitten. Ik denk ook dat zo’n visie enkel kan ontwikkeld worden door discussie, een discussie waarvan ik hoop hier eindelijk of nog eens het startschot gegeven te hebben. Het feit dat ik dit allemaal neergepend heb, is dan ook eerder het gevolg van de nood aan communicatie over dit onderwerp dan de pretentie dat ik een oplossing kan bieden voor de aangebrachte problemen. Verder wens ik langs deze weg nog eens de mensen te bedanken die meegeholpen hebben dit pamflet mogelijk te maken.
Ook al wil ik hier vooral ingaan op de theorie en vind ik dat een alternatieve praktijk daaruit moet opgebouwd worden om de theorie zin te geven, wil ik toch eerst ingaan op de huidige praktijk van dierenstrijd. Dit omdat ik vind dat deze praktijk reeds een groot aantal zwakheden van de theorie blootlegt, maar ook omdat ik de praktijk die uit een filosofie voortkomt belangrijker vind dan de theorie zelf. ’Nieuwe sociale bewegingen’ zoals Global Action in the Interest of Animals (GAIA) in België en People for the Ethical Treatment of Animals (PETA) in grote delen van de (Westerse) wereld enerzijds en directe actiegroepen van zowel open (bv. Hunt Saboteurs Action en sommige van de vroegere acties van GAIA) als gesloten aard (Animal Liberation Front) zijn er in geslaagd het lot van dieren op de agenda te plaatsen van velen. Wat vroeger beperkt was tot een vooral Angelsaksische kwestie, breidt uit naar andere delen van de Westerse wereld. Ondanks de vele verschillen, waar ik hier niet op in wil gaan, zijn er ook een aantal treffende gelijkenissen.
On-kritische allianties*
Net als ecologie is ook dierenstrijd geen ’typisch links’ strijdpunt. Verschillende uiteenlopende redeneringen kunnen leiden tot veganisme of dierenstrijd: van liberale ethiek over afgaan op je gevoelens tot natuurwetten of puur voor je eigen gezondheid / zuiverheid. Op de theorieën zelf wil ik later terugkomen, maar die uiteenlopendheid van beweegredenen wordt door het grootste deel van de dierenbewegingen niet als een probleem gezien.
Integendeel wil men net benadrukken dat al die mensen in één beweging blijven in naam van het hoger doel: het lot van de dieren. Zo wil Ronnie Lee, woordvoerder van het Animal Liberation Front, niet dat "leden of sympathisanten van het National Front uitgesloten worden van deelname" aan dierenactiegroepen. "Het is erg belangrijk dat lokale groepen iedereen verenigen die om dieren geeft". Een standpunt dat ook binnen het A.L.F. niet onaangevochten is, getuige daarvan een aanslag van Justice Department op de British National Party onder het motto "Human freedom, animal rights; one struggle, one fight" en het consequent reageren op artikels van extreem-rechtse slag in Arkangel, het lijfblad van het A.L.F. De geuite kritiek op extreem-rechts binnen het A.L.F. bewijst mijns inziens de ruimere betrokkenheid bij sociale strijd van velen binnen deze ’organisatie’, maar doet bij mij de vraag rijzen wat zij als gemeenschappelijk (doel) zien van de organisatie die ze samen vormen.
Maar we kunnen ook dichter bij huis blijven en een kijkje nemen op GAIA, dat wel weigert samen te werken met het Vlaams Blok , maar ondertussen banden onderhoudt met Brigitte Bardot, die onder andere reeds terecht gestaan heeft vanwege racistische uitspraken zoals "islamitische schapenslachters moeten het land uitgezet worden". GAIA beweert trouwens zich te beroepen op zowel de dierenbevrijdingstheorie als de dierenrechtentheorie. Hierna zal blijken dat die zo ver uiteen liggen dat het eigenlijk niet kan verbazen dat er verwarring heerst als de geschikte partners moeten gekozen worden.
Niet alleen extreem-rechts maar ook delen van ’pro-life’ bewegingen overlappen met delen van de dierenstrijdbeweging. Het bekendste voorbeeld van deze overlapping is de straight-edge beweging Hardline die ’de natuurwetten als hun programma zien’. "Ieder onschuldig leven is heilig", zo luidt het en verder beschouwen ze ook "homoseksualiteit" als onnatuurlijk.
De ’a-politieke’ houding van dierenstrijdgroepen leidt tot een allegaartje van meningen en mensen dat verder gaat dan diversiteit, en eerder interne tegenstrijdigheid genoemd kan worden. Voor linkse en progressieve bewegingen geeft dit dan weer aanleiding tot een stigmatisering van dierenstrijd als zijnde extreem-rechts en/of een aanslag op vrouwenrechten, wat reeds geleid heeft tot herhaaldelijke lichamelijke confrontaties (vooral in Duitsland, maar bv. ook op de Tweede Intergalactische Bijeenkomst van de Zapatisten in Spanje**) en het censureren van artikelen of radio-uitzendingen over dit onderwerp (Fédération Anarchiste in Frankrijk***). Deze overlappingen enerzijds en de vijandige reacties vanuit links anderzijds maken van een linkse / anarchistische analyse van het lot van de dieren in onze maatschappij een des te grotere uitdaging.
Het primeren van de actie
’Geen woorden, maar daden’, lijkt wel de leuze van veel mensen die bezig zijn met dierenstrijd, al lijkt dit ook gemakkelijk uitbreidbaar tot grote delen van de linkse beweging en in het bijzonder de anarchistische. Dit leidt er o.a. toe dat een mogelijk gevolg van een bepaalde redenering als doel gesteld wordt i.p.v. het propageren van de beweegredenen. Het doel primeert en de beweegreden wordt niet meer verduidelijkt.
In het geval van dierenstrijd gebeurt dit al te vaak met veganisme en vegetarisme. Zo gebeurt het dat mensen die eigenlijk de intentie hebben rond dierenstrijd te werken, terecht komen in groepen die zich beperken tot het ijveren voor veganisme en dan alle mogelijke redenen bedenken waarom iemand veganist kan zijn: gezondheid, natuurlijkheid, noord-zuidverhoudingen, religieus, ecologisch, dier-ethisch, ... Net zoals bij de deelname aan groepen primeert het veranderen van menselijk gedrag boven de argumentatie. Het gevolg hiervan is niet alleen dat mensen vanuit uiteenlopende motiveringen zich aangetrokken voelen tot die praktijk, maar ook dat op de achterliggende theorie niet dieper ingegaan wordt omdat dit haast onvermijdelijk de grote verschillen en tegenstrijdigheden zou blootleggen.
Bijgevolg wordt ook zeer weinig aandacht besteed aan de theorie van dierenstrijd, wat meteen een van de grote zwakheden is van de beweging die errond bestaat. Als je een actie niet kunt kaderen in een coherente theorie verliest je actie aan kracht, hoe radicaal de middelen van je actie ook zijn. Je hoeft daarom natuurlijk niet alle antwoorden op alle vragen te hebben, maar het systematisch ontbreken van verwijzingen naar bv. het kapitalisme als onderdrukkend systeem beperkt de resultaten van je actie tot het wijzen op individuele verantwoordelijkheid of wetswijzigingen.
Het werken op de persoonlijke verantwoordelijkheid
Meer dan welke andere sociale beweging ook werkt de dierenbevrijdingsbeweging in op de persoonlijke verantwoordelijkheid van elk individu. Vleeseters, onderzoekers die dierproeven doen en nog vele anderen die betrokken zijn bij het misbruik van dieren worden ten individuele titel aangesproken terwijl het systeem waarbinnen dit gebeurt onaangeraakt blijft. Bij veel van deze mensen leidt dit tot een zeer defensieve houding. Het zijn niet alleen hun eet- en kledingsgewoonten die bestempeld worden als barbaars, maar ook hun job die aangevallen wordt in een economische realiteit die steeds harder wordt voor diegenen die aan de verliezende zijde staan. Het is voor mij en waarschijnlijk voor een groot deel van de mensen die actief zijn in de dierenbevrijdingsbeweging dan ook ondenkbaar dat zoveel mensen de persoonlijke stap naar een diervriendelijk leven zullen zetten dat we een zo goed als diervriendelijke samenleving creëren. Daarom gaan veel mensen ook verder dan het werken op de persoonlijke verantwoordelijkheid. Ze voeren actie op veel verschillende manieren, en meerbepaald om de wet te veranderen en daardoor een verandering in het gedrag van mensen af te dwingen.
Het reformistische karakter
Door mediagenieke acties worden politieke verantwoordelijken onder druk gezet om de ergste misbruiken te bestrijden. Of het nu om een verbod op dierproeven gaat of de behandeling van huisdieren, het wekt bij veel mensen -al dan niet terecht- het gevoel op dat de dierenbevrijdingsbeweging de zoveelste aanval is op hun vrijheid. Door economisch gerichte acties (van boycots tot brandstichting) probeert men het beleid van een bedrijf te laten veranderen -niet op basis van morele redenen- maar wel omwille van winstcijfers.
In beide gevallen blijft men netjes binnen de lijntjes van de gevestigde en -ook op andere vlakken- hiërarchische orde. Men probeert de hiërarchie tussen dieren en mensen te bestrijden door gebruik te maken van een hiërarchie tussen mensen onderling.
Bovendien heb ik ook hierbij de vraag of een diervriendelijke wereld ooit zal kunnen geschapen worden door beroep te doen op wetten. Zoals de meesten wel zullen toegeven zijn wetten niet het gevolg van morele keuze, maar een gevolg van het afwegen van verschillende belangen en wegen economische belangen meestal het zwaarst door. Marc Hendrickx moet in zijn boek over GAIA, Profiel van een beweging, ook vaststellen dat vijf jaar na de invoering van de laatste wet betreffende de bescherming en het welzijn van dieren, er slechts drie van de zowat veertig uitvoeringsbelsuiten klaar waren. "Te weten: de samenstelling van de Raad voor Dierenwelzijn, de bepalingen rond het uitvoeren van rituele slachtingen en de industriële batterijsystemen voor legkippen, die in de toepassing van een Europese richtlijn gelegaliseerd werden." (Hendrickx Marc, GAIA Profiel van een beweging, Icarus, 1997)
Het ontwikkelen van ethische theorieën over ons gedrag ten opzichte van dieren -met als belangrijkste stromingen de utilitaristische dierenbevrijding van Peter Singer en de dierenrechten van Tom Regan- heeft ertoe bijgedragen dat het stellen van vragen rond het lot van dieren in onze samenleving deels uit de taboesfeer gehaald is. Net als de actiegerichte delen hebben dus ook de theoretici zeker een grote verdienste in het op de agenda plaatsen van het lot van dieren. Maar ook hier wil ik vooral ingaan op de beperkingen ervan.
Dierenbevrijding
’Dierenbevrijding’ is de titel van het boek van Peter Singer dat aan de basis ligt van de hedendaagse beweging voor de dieren. Voor het eerst verschenen in 1975 lanceerde het tal van discussies in de academische wereld en vormt het tot nu toe de referentie voor zowel vriend als vijand van de bevrijding van dieren. Het omvat een uitgebreide beschrijving van het lot van dieren en een eerder kort stuk filosofische overdenkingen. In de tweede editie uit 1990 gaat Peter Singer in op een aantal kritieken die sinds 1970 geuit zijn t.a.v. zijn filosofie.
Centraal in zijn denken staat de verwerping van discriminatie van organismen op basis van hun biologische soort: soort-isme of speciesisme (een term die van Richard Ryder komt). Deze vorm van discriminatie vult een reeks van discriminaties aan zoals op basis van sekse en ras. In die zin biedt het gebruik van deze term ogenschijnlijk ruimte voor een progressieve invulling waarin verder gekeken wordt dan de eigen deelstrijd.
Waar het eigenlijk om draait in de filosofie van Singer en van vele andere denkers rond het lot van dieren is de basis waarop men kan bepalen wie en welke organismen in aanmerking komen voor morele overweging. Voor het grootste deel van de mensen, inclusief filosofen is het menselijke ras superieur en komen dieren dan ook niet in aanmerking voor morele overweging. De hiervoor aangevoerde argumenten variëren van religieuze redenen tot het gebrek aan rationaliteit bij dieren (iets dat vrouwen ook wel eens verweten werd en wordt). In de laatste redenering wordt aangebracht dat om morele overweging waard te zijn, een organisme zelf moreel moet kunnen denken en handelen. Vanuit deze redenering kunnen ook mensen gemakkelijk hiërarchisch geordend worden met mentaal gehandicapten onderaan en universitairen bovenaan de ladder.
Als alternatief voor deze voorwaarde pleit Singer voor de mogelijkheid tot voelen in brede zin: het voelen van fysieke pijn en fysieke voldoening, maar ook lijden onder een situatie van bv. permanente gefrustreerdheid zoals dat bv. het geval is bij dieren in de bio-industrie. Door bepaald gedrag te gaan vertonen ten opzichte van dieren kan de mens verantwoordelijk gesteld worden voor het lijden van dieren, wat uiteraard negatief is.
Deze argumentatie brengt ons op het spoor van het breder kader waarbinnen Singer het lot van dieren behandelt: utilitarisme. Het "utilitarisme is het streven die handeling uit te voeren die de meeste kans heeft om de grootste hoeveelheid geluk voort te brengen. Utilitaristen houden zich dus bezig met het meten van belangen, het berekenen van hoeveelheden geluk en leed, en het afwegen van aantallen gelukkige en ongelukkige menselijke (en in dit geval ook dierlijke) individuen." (Noske Barbara, Huilen met de wolven, Van Gennep, tweede druk 1988, p. 13) Om te kunnen antwoorden op de vraag of een handeling al dan niet moreel is, moet men dus een optelsom maken van de gevolgen die die heeft op alle betrokkenen. Als de uitkomst positief -of zo positief mogelijk- is, is de daad moreel. Singer biedt de mogeljkheid de pijn van dieren aan de negatieve zijde van de optelsom te plaatsen. Van ethiek wordt een ’exacte wetenshap’ gemaakt en de geest wordt beschouwd als ’een associatief mechanisme, dat beheerst wordt door precieze wetten" (Dethier Hubert, Het gezicht en het raadsel, VUBPress, tweede druk 1995, p. 346).
Het op een dergelijke manier afmeten van gevoelens is zeer moeilijk, zoniet onmogelijk, het kan ook de vreemdste uitkomsten hebben, zoals Michel Vandenbosch in zijn ’Recht voor de Beesten’ beschrijft: "Maar als het niet zozeer gaat om degene die lijdt of geniet maar vooral om de grotere hoeveelheid genot in vergelijking met het leed die iemand ervaart, kan men dan het ene individu niet gewoon vervangen door een ander die evenzeer of zelfs nog meer zal genieten? Neem bijvoorbeeld de jacht. Jagers beschouwen de vervangbaarheid van de reeën, herten, konijnen, everzwijnen, fazanten en al hun andere prooien door nieuw geboren dieren waarop ze kunnen schieten, als een grote deugd. Naar eigen zeggen oogsten zij natuurlijke overschotten die de natuur voor hen weer aanvult, zonder dat de dieren al te veel lijden. Voor het evenwicht in de natuur is dat essentieel, stellen zij. Zo doen jagers ook aan natuurbehoud. Want zonder hen zouden natuurlijke jachtgebieden waarin al het wild leeft, niet beschermd worden maar als bouwgrond worden ingekleurd op het gewestplan. En zo heeft de jacht positieve gevolgen voor het natuurbehoud in het algemeen en de levenskansen van dieren in het bijzonder en is het dus beter te blijven jagen dan de jacht af te schaffen." (Vandenbosch Michel, Recht voor de beesten, Hadewijch, 1996).
Het is een zelfde soort redenering trouwens waar bv. regeringen zich op beroepen om op zich onaanvaardbare daden te verdedigen. Het beschermen van het algemeen belang dient als excuus om mensen van hun privacy te beroven door telefoontap en registratie en zelfs hun vrijheid als het nodig is. Het argument is niet alleen dat de geviseerde personen deze behandeling verdienen, maar ook dat bij het afwegen van de belangen van deze mensen en die van de samenleving gekozen wordt voor die van de samenleving. Op deze manier wordt de uitvoering van een doodstraf of het voeren van een oorlog een keuze voor het minste kwaad. Als ik meer geniet van het slaan van een oude man dan dat die daar pijn van voelt, bega ik een morele daad? In het kader van dierenbevrijding zou je kunnen stellen dat door het uitmoorden van de dierenconsumerende mensen je het leed beperkt. Toch verwerpt Singer elke vorm van geweld ten aanzien van mensen. Het blijkt zelfs hem moeilijk te vallen een strikt utilitaristische houding vol te houden.
Maar ongetwijfeld het belangrijkste argument tegen het afwegen van positieve en negatieve gevolgen van een daad is dat minderheidsgroepen dreigen in de verdrukking te komen. Als je de nazi-vervolging van de Joden bekijkt, kun je ’naargelang de meting’ concluderen dat nazi’s gruwelijke daden hebben begaan maar op strikt utilitaristische wijze zou je hun praktijken ook kunnen verdedigen als de keerzijde van de medaille van het groter geluk dat het Duitsers bezorgd heeft.
’Het uitbreiden van de cirkel’**** waar Singer voor pleit (evenals anderen die de situatie van dieren willen verbeteren) houdt nog een andere serieuse beperking in. De indruk wordt gewekt dat het uitbreiden van de cirkel, het hanteren van een ander criterium, sowieso ten goede komt aan de dieren. Hierbij wordt voorbijgegaan aan de huidige intermenselijke (wan)verhoudingen en aan het feit dat de dieren hun eigen leefwereld hebben, die nooit adequaat zal kunnen beoordeeld worden door mensen. Hierbij verwijs ik graag naar de uitbreiding van de cirkel naar vrouwen toe. De veranderingen van de laatste eeuwen betekenen voor veel vrouwen een verbetering, maar de veranderingen hebben niet tot een meer egalitaire samenleving geleid. In plaats daarvan is de vrouw ingeschakeld in een reeks van andere ongelijke verhoudingen (in het arbeidscircuit, de gevestigde politiek).
Het lijkt mij duidelijk dat deze denkrichting niet kan leiden tot een radicale herschikking van de bestaande sociale verhoudingen tussen mensen onderling en tussen mensen en dieren, maar hooguit de kring van morele overweging iets groter kan maken. Net zoals de afweging tussen economische en ecologische belangen steeds in het nadeel van de ecologische belangen zal beslecht worden zal dit het geval zijn bij de belangen van dieren.
Dierenrechten
Een filosofisch systeem dat wel het begrip ’fundamentele rechten’ hanteert is dat van Tom Regan. Tom Regan is na Singer wellicht de bekendste filosoof die pleit voor dieren. In The Case for Animal Rights reageert Regan o.a. op Singers utilitaristische benadering van onze relatie met dieren. Het radicale egalitaire aspect van utilitarisme kan dan wel zeer verleidelijk zijn omdat het ook tegen andere vormen van discriminatie ingaat, "toch is de gelijkwaardigheid die we terugvinden bij het utilitarisme, niet van de aard die een verdediger van mensen- of dierenrechten in gedachten zou moeten hebben. Utilitarisme biedt geen plaats voor gelijke morele rechten voor verschillende individuen omdat het geen plaats biedt voor hun gelijkwaardige inherente waarde" (Regan Tom in een introductie op de Animal Rights Resource Site, tevens gepubliceerd in Singer Peter, In Defence of Animals, Basil Blackwell, Oxford, 1985).
Het begrip inherente waarde betekent dat de bezitters ervan waarde hebben op zich, onafhankelijk van sekse, religie, intelligentie, geboorteplaats, ... Iedereen heeft het recht met respect behandeld te worden en daden die dit niet doen zijn immoreel. Door een gelijke inherente waarde toe te kennen aan iedereen wil Regan individuen beschermen tegen alle mogelijke optelsommen die in zijn/haar nadeel kunnen uitdraaien, omdat ze waarde hebben ook ongeacht hun nut voor een ander. Omdat alle aangevoerde argumenten om dieren van inherente waarde uit te sluiten ook opgaan voor groepen van mensen, keurt hij die af en kent inherente waarde toe aan mens en dier.
Deze theorie van rechten krijgt al heel lang kritiek uit radicale (socialistische en anarchistische) hoek, maar ook feministes hebben een sleutelrol gespeeld in het debat. Net als utilitarisme zijn rechten ingebed in het economische en politieke liberalisme dat vandaag grote delen van de wereld overheerst en grote ongelijkheden niet alleen in stand houdt, maar ook verbergt. De grote verschillen in bv. welvaart die bestaan tussen 1° en 3° en 4° wereld, maken duidelijk dat rechten niet steeds overeenkomen met mogelijkheden.
"Een belangrijke kern van de argumenten die worden gebruikt door feministen, anarchisten, zwarte- en homo-strijd, mindervaliden en anderen steunt op het contrast tussen het formele bezit van rechten en het werkelijke genieten ervan" (Benton Ted, Natural Relations, Ecology, Animal Rights and Social Justice, Verso, London en New York, 1993, p.4) of "zoals Anatole France het ooit zei, zowel de rijken als de armen hebben het recht op straat te slapen. We hebben allen het recht een paleis te kopen, maar niet iedereen heeft de middelen om dat te doen"(NN, Beast of Burden, Capitalism, Animals, Communism, Antagonism Press, 1999). Om deze situatie te veranderen moet men de bestaande machtsrelaties gaan veranderen. Een van de eerste en zeker de bekendste kritiek op de liberale rechten komt van Marx. Hij benadrukt dat de theorie van rechten de bestaande verhoudingen onaangeraakt laat. "...geen van de zogenaamde rechten van de mens gaat verder dan de egoïstische mens, verder dan de mens als lid van de burgerlijke maatschappij, met name een individu teruggetrokken in zichzelf, binnen de grenzen van de private belangen en grillen en gescheiden van de samenleving." (Marx Karl, On the Jewish Question, geciteerd in Benton Ted, Natural Relations, p.107).
’Mensenrechten vertegenwoordigen de vormen van menselijke natuur (zelfvoorzienendheid, egoïsme, instrumentele rationaliteit) en van menselijke relaties (wederzijdse vervreemding, de nood aan externe regulering) die de burgerlijke samenleving karakteriseren. Burgerlijke rechten zorgen voor een institutionalisering van die politieke relaties die nodig zijn om egoïstische individuen, hun bezit en hun transacites te beschermen en te bewaren onder de categorie ’rechten van de mens" (Benton Ted, Natural Relations, p. 108).
Het belang van een radicale kritiek op rechten, die moet steunen op de analyse van de bestaande economische en sociale (machts)verhoudingen, is vooral dat die de focus van het individuele naar het sociale of relationele verlegt.
Ecofeminisme
Een andere theorie die niet past in de liberale lijn van Singer en Regan is het ecofeminisme. In de jaren zestig (en ook daarvoor) manifesteerde zich een feministische beweging die zich voornamelijk richtte op gelijkwaardigheid met de man. De vrouw werd (en wordt) als dichter bij de natuur gezien terwijl de man het toppunt van cultuur zou moeten voorstellen, waarbij cultuur natuurlijk hoger gewaardeerd werd dan natuur. O.a. Simone De Beauvoir vindt dat er dan wel geen man-dier continuïteit is, er is volgens haar wel vrouw-dier continuïteit "en alleen voorzover de vrouw erin slaagt haar banden met de dierenwereld door te snijden kan zij werkelijk mens worden en gelijkheid aan de man verwerven" (Noske Barbara, Huilen met de Wolven, p.136).
Eind jaren zeventig ontstond dan uit een waaier van basisbewegingen (de feministische-, vredes- en milieubeweging) de ecofeministische beweging. Ecofeministen "beschouwen de verwoesting van de aarde en haar wezens, en de dreiging van de nucleaire vernietiging als onderwerpen die feministes aangaan. Het is dezelfde masculiene mentaliteit die ons ons recht op ons eigen lichaam en onze eigen seksualiteit ontzegt, en die over veelvoudige systemen van dominantie en staatsmacht beschikt om zijn zin te krijgen." (King Ynestra, Toward an ecological Feminism and A Feminist Ecology (1983) op p. 97 van Van De Ven Jeanneke, Heelheid in Diversiteit, Enkele Ecofeministische Thema’s in Janssens F. en Melle U, Voeten in de Aarde, Radicale Groene Denkers, Hadewijch- Jan van Arkel) Het ecofeminisme is te divers om hier te bespreken en hier wil ik enkel ingaan op een belangrijk begrip uit het ecofeminisme; dualisme.
"Dualisme is het resultaat van een proces waarin tegengestelde begrippen gevormd worden door dominantie en onderwerping, en als elkaar uitsluitende polen geconstrueerd worden." (Van De Ven Jeanneke, Heelheid in Diversiteit, p. 105) Op de man - vrouwverhouding toegepast, betekent dit dat onze patriarchale cultuur de vrouw identificeert met natuur, passiviteit, intuïtiviteit,... en de man met cultuur, activiteit, intellectualiteit, ... met de man en de aan hem toegeschreven eigenschappen als dominant en de vrouw en de aan haar toegeschreven eigenschappen onderdanig.
"Een benadering die van die dualistische vooronderstellingen af wil stappen, zou [...] moeten benadrukken dat mensen pas mensen zijn als ze vrouwelijke en mannelijke eigenschappen tot ontplooiing weten te brengen. Beide seksen moeten de gedualiseerde opvatting van de menselijke identiteit ter discussie stellen, en een alternatieve cultuur ontwikkelen die de menselijke identiteit in al haar volledigheid erkent, en als continu met, in plaats van vreemd aan, de natuur. [...] Breken met het dualisme betekent een bevestiging en een nieuwe begripsvorming van zowel natuur als menselijke identiteit, alsmede de herdefinëring van hun onderlinge relatie op niet-hiërarchische manieren."(Van De Ven Jeanneke, Heelheid in Diversiteit, p. 106).
De meeste feministen passen dit begrip enkel toe op de man-vrouwverhouding in een poging dit idee te ontmaskeren "als een instrument waarmee mannen zich superieur verklaard hadden aan vrouwen" (Van De Ven Jeanneke, Heelheid in Diversiteit, p. 106). Carol Adams breidde dit idee echter uit tot de mens-dierrelatie door een analyse van de gelijklopende wijzen van onderdrukking door het tot object maken van dieren en vrouwen en de link die er bestaat tussen vrouwen en dieren in onze taal. In de patriarchale cultuur kan een individu enkel subject zijn (met een eigen wil) door een ander te domineren, te objectiveren (in functie van het subject). In ’The Sexual Politics of Meat’ en ’Neither Man Nor Beast’ beschrijft Adams deze zaken uitgebreid en in ’Neither Man Nor Beast’ doet ze ook een poging deze analyse een bredere politieke dimensie te geven. Ze pleit er voor een Politiek van Solidariteit, een ’progressief, antiracistisch feminisme’ dat ook de situatie van dieren omvat.
Ze slaagt er mijns inziens echter niet in haar filosofie een werkelijk bevrijdend karakter te geven doordat ze geen gevolgen trekt voor de praktijk die eruit zou moeten volgen en de nadruk die ze legt op het veranderen van individueel gedrag door overtuiging.
Om dierenbevrijding wel in een bevrijdend perspectief te plaatsen én om de bevrijding van de mens niet ten koste van dieren te laten gaan, is het mijns inziens nodig een nieuwe theorie en praktijk te ontwikkelen. Hierbij is het mijns inziens noodzakelijk dat verschillende bewegingen oude evidenties laten varen en leren van elkaar. Een aanzet hiertoe wil ik hieronder geven in de hoop dat discussie hierover in verschillende kringen zal gevoerd worden. Centraal in zowat alle linkse of bevrijdende theorieën staat op de een of andere manier de kritiek op dominantie of hiërarchie en een keuze voor diegenen die er het slachtoffer van zijn. Van de economische dominantie die volgens marxisten andere vormen van dominantie in zich draagt tot ecofeministes die het hebben over een dominante patriarchale cultuur die samenhangt met eigenschappen zoals cultuur en rationaliteit die aan mannen toegeschreven worden en daarmee ook dominant zijn t.o.v. natuur en emotionaliteit.
Als we onze kritiek op dominantie serieus willen nemen moeten we mijns inziens alle dominantie, alle hiërarchieën bekritiseren. Hiërarchieën die tussen verschillende individuen, sociale klassen, seksen, rassen en species bestaan en zich op verschillende manieren bewust of onbewust kunnen manifesteren; economische, sociale en emotionele druk.
In plaats van één bepaalde machtsverhouding centraal te stellen in onze maatschappijanalyse en de rest als uitvloeiselen te omschrijven, zou net de accumulatie van macht, zij het in de vorm van kapitaal of in de vorm van dominante cultuur, als belangrijkste punt van aandacht in de analyse van maatschappelijke evoluties kunnen gehanteerd worden. In de praktijk wordt dit idee nu reeds vorm gegeven in opeenvolgende internationale actiedagen -18 juni 1999, 30 november 1999, 1 mei 2000,...- waarbinnen radicale organisaties van allerlei slag elkaar vinden om samen op straat te komen met een zeer divers eisenplatform, gaande van direnrechten tot arbeiders- en vrouwenrechten. Eén kritische noot hierbij is de vraag of hier verder gegaan wordt dan strategische samenwerkingen en men echt tot een kruisbestuiving komt waarbij naar elkaar toe gewerkt wordt.
Zonder vooringenomenheid bekeken, wordt snel duidelijk dat verschillende vormen van onderdrukking opvallende overeenkomsten tonen (zie o.a. ’Neither Man Nor Beast’ van Carol Adams). Aan de hand hiervan kan de door de machthebbers uitgeroepen natuurlijkheid van scheve machtsrelaties afgepeld worden en wordt duidelijk dat het om sociale constructies gaat die doorgaans enkel uitgelegd worden door de winnaars van het spel. Eens de machtsverhoudingen gedeconstrueerd zijn, speelt een principieel anti-hiërarchische houding een belangrijke rol in het niet uitbouwen van een nieuwe machtsconcentratie.
De strategie die hieruit volgt bevat elementen uit zowel de anarchistische of libertair socialistische beweging als radicale feministische-, arbeiders-, ecologische-, derde wereld- en dierenbeweging. Anarchistische directe actie en feministische niet-hiërarchische organisatie, het in vraag stellen van de centrale positie van de Westerse man in zowel de maatschappij als bij diegenen die er kritiek op leveren, de strijd voor concrete verbetering van de leef- en arbeidssituatie, ... zijn allemaal elementen die enkel als ze met elkaar verbonden worden een bedreiging vormen voor de ordening van de wereld in onderdrukker en onderdrukte.
Het moet duidelijk zijn dat wij deze strijd niet leveren ter vervulling van een of ander ideaalbeeld waar niet aan kan geraakt worden. Wij doen dit niet om ons beeld van natuurlijke harmonie te realiseren of de wil van een of andere god te verwezenlijken. Deze strijd wordt gevoerd omdat we niet langer onderdrukt noch onderdrukker willen zijn.
noten:
* De hiernavolgende feiten zijn voornamelijk gebaseerd op "Veganisme en extreem-rechts", Eric Krebbers, 1997
** Van 25 juli tot 2 augustus 1997 vond in Spanje een bijeenkomst plaats van de wereldwijde solidariteitsbeweging met de Zapatisten. Op het programma stond een workshop over ’speciesisme en dierenbevrijding’ gegeven door mensen van het Chiapascomité Lyon, die ook actief zijn in o.a. Cahiers Antispécistes. De workshop werd eerst uitgesteld en daarna werden de antispeciesisten fysiek verhinderd te antwoorden op de beschuldiging dat ze fascisten en eugenetici zouden zijn. Aanleiding voor deze beschuldigingen zijn uitspraken van Peter Singer waarvan een deel van de geviseerde mensen niet eens op de hoogte waren, laat staan dat ze het er mee eens waren. Of sommige uitspraken of theorieën van Singer al dan niet ’fascistisch’ zijn wil ik hier in het midden laten, maar het feit dat er geen discussie mogelijk was en Singer gelijkgesteld werd aan de hele dierenbeweging stemt tot nadenken. De kritiek op Singer leeft vooral in Duitsland waar ook al een avond waar Singer zou spreken, verhinderd werd door ’autonomen’. Zie ’Agression à antifascistland’, p. 35 - p. 45 van Cahiers Antispécistes n° 15-16, april 1998
*** Een medewerker van het Parijse ’L’égalité animale die een programma had op Radio Libertaire van de Fédération Anarchiste mocht zijn uitzendingen enkel verderzetten als hij ophield de woorden ’speciesisme’ en ’dierenbevrijding’ te gebruiken. Zie ’L’Egalité Animale à la radio: suite, fin, et éternel recommencement, p. 69 van Cahiers Antispécistes n° 15 - 16, april 1998
**** In 1981 verscheen van Singer het boek ’The expanding circle, Ethics and Sociobiology’, bij Clarendon Press, Oxford.
