Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Tariq Ramadan
donderdag 9 februari 2006, door Tariq Ramadan
Ik was in oktober laatstleden in Kopenhagen toen de affaire van de spotprenten de eerste demonstraties in Denemarken uitlokte. Tijdens een interview door een journalist van de redactie die de twaalf tekeningen gepubliceerd had, vertelde deze mij over de heftige discussies die er intern bij de krant gevoerd waren, en over het ongenoegen die vele journalisten bij deze affaire ervoeren; ze waren verrast over de heftige reactie van de moslims en de ambassades van de Arabische wereld. Het leek er evenwel op dat de spanningen de Deense grenzen niet zouden overschrijden. Aan de moslims die spraken van een racistische daad en van een provocatie waarvan de zich uitbreidende Deense extreem-rechtsen zouden gebruik maken, raadde ik aan niet emotioneel te reageren en om op een kalme manier uit te leggen waarom deze spotprenten hen kwetsten, en om helemaal niet te demonstreren noch de minste aanleiding te geven om een onmogelijk te beheersen massabeweging op gang te brengen.
Alles leek geregeld te zijn en men kan zich afvragen welk belang men er, drie maanden nà de feiten, bij heeft om opnieuw een controverse aan te wakkeren, met momenteel even dramatische als oncontroleerbare consequenties. Deense moslims hebben zich naar landen in het Midden-Oosten begeven en hebben er de vlam van het ressentiment aangewakkerd: regeringen, die er maar al te blij mee waren hun gehechtheid aan de islam te bewijzen - en zichzelf aldus in de ogen van hun bevolking te legitimeren -, hebben de gelegenheid aangegrepen en hebben zich opgeworpen als grote verdediger van de zaak.
Het heeft dan ook niet lang geduurd vooraleer er politici, intellectuelen en journalisten - pleitbezorgers van die andere grote zaak van de vrijheid van meningsuiting - op het podium verschenen om, in naam van de waarden van het Westen, weerstand te bieden aan het religieuze obscurantisme. En daarmee werden we geconfronteerd met de grote simplificatie, met de simpelste polarisatie die maar mogelijk is: het zou gaan om een botsing tussen beschavingen, om een confrontatie tussen, enerzijds, het onvervreemdbare principe van de vrijheid van meningsuiting, en, anderzijds, het principe van de onaaantastbare sfeer van het sacrale. In deze termen gesteld, ontaardde het debat spijtiggenoeg in een krachtmeeting: wie zal het halen? Moslims willen excuses horen, dreigen ermee de Europese belangen, en zelfs personen, in moeilijkheden te brengen; westerse regeringen en journalisten weigeren te plooien voor de bedreigingen, en bepaalde persorganen doen er nog een schepje bovenop door op hun beurt de spotprenten af te drukken. De meerderheid van de wereldbevolking bekijkt deze excessen met een gevoel van perplexiteit: welke waanzin heeft de wereld in zijn greep?
We moeten nochtans middelen vinden om uit deze helse cyclus te geraken en om aan iedereen te vragen geen olie meer op het vuur te werpen en eindelijk een ernsig, diepgaand en sereen debat aan te gaan. Nee, het gaat niet om een clash tussen beschavingen; nee, deze affaire symboliseert niet de confrontatie tussen de principes van de Verlichting en die van de religie. Nee, drie keer nee. Wat in wezen in deze trieste affaire op het spel staat is de capaciteit van elkeen om zich vrij en rationeel (gelovig en atheïstisch) en terzelfdertijd redelijk, te kunnen gedragen.
De breuk die zich momenteel aftekent is helemaal niet gelegen tussen het Westen en de islam, maar tussen degenen in beide werelden die zich in naam van een redelijk geloof en/of rede gematigd weten op te stellen en degenen die zich laten leiden door exclusieve zekerheden, door een blinde hartstocht, door opvattingen die de ander tekortdoen, en door haastige conclusies. Deze karaktereigenschappen zijn gelijk verdeeld onder bepaalde intellectuelen, religieuze geleerden, journalisten en een gedeelte van de bevolking van beide werelden. Tegenover de ernstige ontsporingen die zij kunnen provoceren, is het dringend nodig op te roepen tot meer wijsheid.
In de islam is het verboden de Profeten op enigerlei wijze af te beelden. Het gaat daarbij niet enkel om de uitdrukking van het fundamentele respect die men hen dient te betonen maar eveneens om een geloofsprincipe dat stelt dat God en zijn Profeten nooit uitgebeeld worden, om elke vorm van afgodendienst te vermijden. In dit opzicht staat het afbeelden van een Profeet gelijk aan een ernstige transgressie. Indien men er daarenboven de belediging en de misplaatste mengelmoes, zoals dat door de moslims in de voorstelling van de Profeet met een tulband in de vorm van een bom ervaren wordt, aan toevoegt, dan begrijpt men de schok en de afkeer die zich op brede schaal gemanifesteerd heeft onder moslims (waarvan sommigen zelfs niet praktizerend zijn).
Zij vonden dat men te ver ging: het was goed en belangrijk dat zij dat konden uitdrukken en dat zij konden gehoord worden. Het is evenwel noodzakelijk dat zij niet vergeten dat de westerse maatschappijen sedert drie eeuwen (in tegenstelling tot de islamitische maatschappijen) gewend zijn aan de spot, de ironie en de kritiek van de religie en van religieuze symbolen, van de Paus, van Christus en zelfs van God. Zelfs indien zij deze houding niet delen, is het absoluut noodzakelijk dat de moslims in dergelijke omstandigheden een kritische intellectuele afstand weten te bewaren en zich niet laten verleiden tot een felheid die een slechte raadgever is.
Tegenover deze even misplaatste als kwaadwillige spotprenten was het en blijft het te verkiezen om zonder al te veel drukte publiekelijk zijn principes en zijn waarden uit te leggen en zijn weg te vervolgen tot een betere conjunctuur een serener debat zal mogelijk maken. De huidige opwinding van islamitische gemeenschappen en de islamitische wereld is zowel buitensporig als ongepast: de obsessie van verontschuldigingen, de oproep tot boycotts, de dreigingen met fysieke en gewapende represailles gaan alle perken te buiten, en deze excessen moeten afgewezen en veroordeeld worden.
Het ‘recht op vrije meningsuiting’ inroepen om zich het recht toe te eigenen om alles te mogen zeggen, om het even op welke manier, tegen eender wie, is eveneens een onverantwoordelijke houding. Op de eerste plaats omdat het niet waar is dat alles geoorloofd is in naam van de vrijheid van meningsuiting. Elk land heeft zijn eigen wetten en legt een kader vast waardoor bijvoorbeeld racistische uitlatingen kunnen veroordeeld worden en waaraan men een aantal specifieke regels dient toe te voegen, regels die beantwoorden aan de cultuur, de tradities, de collectieve psychologie van de desbetreffende maatschappij, regels die de relaties tussen de individuen en de diversiteit van de aanwezige culturen en religies bepalen.
De westerse maatschappijen behandelen de raciale en/of religieuze belediging niet allemaal op dezelfde manier: binnen een min of meer gemeenschappelijk legaal kader heeft elk land zijn eigen herinnering en sensibiliteit waarvan men wil dat ze erkent en gerespecteerd worden. De Europese maatschappijen zijn veranderd en de aanwezigheid van moslims heeft deze collectieve sensibiliteit enigszins gemodificeerd. Zou het, in plaats van geobsedeerd te zijn door het recht - zodanig dat het getransformeerd wordt tot een dictatuur van het recht om eender wat te verkondigen -, niet beter zijn de burgers op te roepen op een verantwoorde manier gebruik te maken van hun vrijheid van expressie en rekening te houden met de gevoeligheden die deel uitmaken van de hedendaagse samenleving. Het gaat er niet om nieuwe wetten uit te vaardigen of de ruimte van de vrije expressie te beperken: nee, het gaat er eenvoudig om elkeen op te roepen op een redelijke manier van zijn rechten gebruik te maken. Het gaat meer om burgerzin dan om rechten; de burgers van islamitische overtuiging vragen niet méér censuur, enkel maar een beetje meer respect. Men vaardigt het wederzijds respect niet af per decreet, men onderwijst het in naam van een vrij, verantwoordelijk en redelijk burgerschap.
We bevinden ons op de kruising der wegen. Het wordt tijd dat de vrouwen en de mannen de valse breuken tussen twee werelden afwijzen en bruggen slaan tussen universums die vele principes gemeenschappelijk hebben. Dat zij het recht op vrije meningsuiting verkondigen en terzelfdertijd het gevoel voor maat wat het gebruik ervan betreft; dat zij de noodzakelijke zelfkritiek bevorderen en de exclusieve waarheden en de goed-tegen-slecht-opdelingen afwijzen.
We hebben dringend nood aan wederzijds vertrouwen. De crisis die door deze spotprenten veroorzaakt werd toont aan hoe zeer het ergste mogelijk is tussen twee richtingen (vanuit ‘ogenschijnlijk niets’), wanneer men doof wordt en ertoe verleid wordt zich tegenover elkaar te definiëren. Dat is een ramp waarvan de extremisten van beide kampen gretig gebruik maken. Indien de vrouwen en de mannen die de vrijheid hoog in hun vaandel dragen, die het belang van het wederzijds respect erkennen, die zich bewust zijn van de dwingende noodzaak van de kritische en constructieve dialoog; indien deze vrouwen en mannen zich niet manifesteren, zich niet samen zichtbaarder opstellen en geen weerstand bieden aan de dwalingen van deze tijd, dan lijkt het erg waarschijnlijk dat er pijnlijke en zwarte dagen in het verschiet liggen. Afgezien daarvan is het aan ons om een keuze te maken.
