Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Miguel Benasayag e.a.
vrijdag 13 augustus 2004, door Miguel Benasayag
1. Verzet is een scheppende kracht
In tegenstelling tot het defensieve standpunt dat de alternatieve bewegingen en groeperingen meestal innemen, stellen wij dat het waarachtige verzet plaatsvindt via het vormen van alternatieve samenwerkingsverbanden, hier en nu, door collectieven, groepen en personen die, door de concrete praktijk en de activiteit voor het leven heen, het kapitalisme en de reactie overstijgen.
Op internationaal niveau zijn wij momenteel getuige van het begin van een tegenoffensief, nà een lange periode van twijfel, van achteruitgang en van de teloorgang van alternatieve krachten. Deze terugval werd in sterke mate in de hand gewerkt door de neoliberale en kapitalistische pogingen om een aanzienlijk deel van de verworvenheden van honderdvijftig jaar revolutionaire strijd af te breken. Verzet betekent daarom het creëren van nieuwe vormen, van nieuwe theoretische en praktische hypothesen die aan de huidige uitdagingen beantwoorden.
2. Verzet tegen de triestheid
We leven in een tijd die sterk gekenmerkt wordt door de triestheid, hetgeen niet enkel de treurigheid van de tranen betekent, maar vooral die van de onmacht. De mannen en vrouwen van deze tijd leven met de zekerheid dat de complexiteit van het leven zo groot is dat het enige waartoe we in staat zijn, als we deze complexiteit niet willen vergroten, erin bestaat ons te onderwerpen aan de discipline van de economie, van het eigenbelang en van het egoïsme. De maatschappelijke en individuele triestheid brengt ons tot de overtuiging dat we niet langer over de nodige middelen beschikken om een waarachtig leven te leiden, en dat we ons daarom moeten onderwerpen om de orde en de discipline te overleven. De tiran heeft de triestheid nodig opdat eenieder zich in zijn kleine, virtuele en angstwekkende wereld zal opsluiten, net zoals de neerslachtige mensen een tiran nodig hebben om hun triestheid te verantwoorden.
Wij denken dat de eerste stap tegen de triestheid (die de vorm is waarin het kapitalisme in ons leven binnentreedt) erin bestaat om, in diverse vormen, concrete solidariteitsbanden tot stand te brengen. Breken met het isolement, solidariteitsbanden creëren, is het begin van een engagement, van een activiteit die niet langer functioneert ‘tegen’ maar ‘voor’ het leven en de vreugde, via de bevrijding van onze vermogens.
3. Verzet betekent multipliciteit
De strijd tegen het kapitalisme, die niet gereduceerd kan worden tot de strijd tegen het neoliberalisme, houdt een groot aantal praktijken in. Het kapitalisme heeft een ééngemaakte en ééndimensionale wereld ontwikkeld, maar deze wereld staat niet ‘op zich’. Om te kunnen bestaan heeft zij onze onderwerping en onze toestemming nodig. Deze ééngemaakte wereld, die handelswaar geworden is, botst met de multipliciteit van het leven, met de oneindige dimensies van het verlangen, van de verbeelding en van de schepping. En ze komt op scherpe wijze in botsing met de rechtvaardigheid.
Daarom zijn wij van mening dat elke strijd tegen het kapitalisme die globaal en totaal wil zijn, vast blijft zitten in de structuur zèlf van het kapitalisme, die globaal is. Het verzet moet vertrekken vanuit de multipliciteit en moet deze tot ontwikkeling brengen, maar in geen enkel geval in de richting of met een structuur die deze strijd globaliseert of centraliseert.
Een netwerk van verzet dat de multipliciteit respecteert, is als een cirkel die op paradoxale manier haar centrum in alle delen heeft. Wij kunnen dat vergelijken met de definitie van het rizoom van Gilles Deleuze: ‘Van gelijk welke kant kan men een rizoom binnentreden, elk punt is verbonden met een willekeurig ander punt, het bestaat uit veranderlijke richtingen, zonder buiten of einde, enkel een midden, waarlangs het groeit en woekert, zonder ooit deel uit te maken van een eenheid of eruit voort te vloeien; zonder subject of object.’
4. Verzet betekent het afwijzen van de macht
Honderdvijftig jaar revoluties en strijd hebben ons geleerd dat de plaats van de macht, de centra van de macht, in tegenstelling tot wat men gewoonlijk beweert, even zovele plaatsen zijn van weinig kracht, zelfs van onmacht. De macht houdt zich bezig met het beheer en heeft niet de mogelijkheid om van bovenaf de maatschappelijke structuur te veranderen indien de kracht van de reële verbanden aan de basis dit niet mogelijk maakt. De kracht is daarom altijd gescheiden van de macht. Daarom maken wij een onderscheid tussen datgene wat aan ‘de top’ gebeurt - dat tot het domein van het beheer behoort - en de politiek, in de nobele betekenis van het woord, die zich aan ‘de basis’ afspeelt.
Het alternatieve verzet zal bijgevolg aan kracht winnen naarmate het de valstrik van het wachten opgeeft, dat wil zeggen naarmate het breekt met het klassieke politieke dispositief dat steeds het moment van de bevrijding naar ‘morgen’, naar ‘later’ uitstelt. De ‘meesters van de emancipatie’ vragen ons vandaag onderwerping in naam van een bevrijding die morgen zal plaatsvinden, maar morgen (het morgen van het wachten, het morgen van het eeuwige uitstel, het morgen van de dageraad) bestaat niet. Daarom stellen wij aan de meesters van de emancipatie (de politieke commissarissen, leiders en andere trieste militanten) voor: de bevrijding hier en nu, en de onderworpenheid... morgen.
5. Verzet tegen de serialiteit
De macht ontwikkelt de triestheid en houdt haar in stand door zich te baseren op de ideologie van de onveiligheid. Het kapitalisme kan niet bestaan zonder mensen in vakjes op te delen, te scheiden, te verdelen. En de scheiding overwint als de mensen, de volkeren, de naties, beetje bij beetje in de obsessie van de onveiligheid verkeren. Niets is zo gemakkelijk te disciplineren als een volk van schapen dat meent een wolf voor de ander te zijn. De onveiligheid en het geweld zijn reële gevaren, maar enkel in die mate dat we deze ideologische illusie aanvaarden, een illusie die ons doet geloven dat iedereen geïsoleerd staat van de rest en van de anderen. De neerslachtige mens heeft de indruk in een decor geworpen te zijn, waarin de anderen voor figurant spelen. De natuur, de dieren en de wereld zouden ‘gebruiksvoorwerpen’ zijn en elk van ons zou de centrale en enige protagonist van het leven zijn. Maar het individu is slechts een fictie, een etiket. De persoon, daarentegen, is elk van ons zodra we onze band aanvaarden met dit substantieel geheel dat de wereld is.
Het gaat er dus om de maatschappelijke etiketten van beroep, van nationaliteit en van burgerlijke staat af te wijzen, ons te kanten tegen de opdeling in werklozen, werkenden en gehandicapten, een opdeling waarachter de macht probeert de multipliciteit die elk van ons is te uniformiseren en te vernietigen. Want wij zijn veelheden die vermengd en verbonden zijn met andere veelheden. Het is dààrom dat een sociale band niet moet worden opgebouwd, maar veeleer bewust moet worden geaccepteerd. De individuen, de etiketten versterken de virtuele wereld wanneer men het nieuws van het eigen leven moet vernemen via het televisiescherm. Het alternatieve verzet houdt in dat het reële leven van de mannen, de vrouwen, de natuur, aan bod moet komen. De individuen zijn trieste sedentairen, die gevangen zitten in hun etiketten en hun rollen: het alternatief moet dan ook bewust een libertair nomadisme accepteren.
6. Verzet zonder meesters
De schepping van een ander leven verloopt in essentie via de ontwikkeling van alternatieve levenswijzen, van een andere manier van verlangen. Indien we zouden wensen wat de meester heeft, indien we zouden verlangen op dezelfde manier waarop de meester dit doet, dan zouden we veroordeeld zijn om de beruchte revoluties te herhalen, maar deze keer in de betekenis van een term uit de fysica: de volledige draai. Het moet er dus om gaan heel concrete nieuwe praktijken en beelden van geluk te creëren en te ontwikkelen. Als we denken dat we enkel maar gelukkig kunnen zijn op de individualistische manier van de meester en dat we een revolutie willen die ons bevrediging schenkt, dan zijn we eeuwig veroordeeld om enkel maar van meester te veranderen. Want men kan niet een ware antikapitalist zijn en tegelijkertijd de beelden aanvaarden van het geluk dat dit zelfde systeem produceert. Als men verlangt ‘hetzelfde te zijn als de meester’ of ‘te hebben wat de meester heeft’, dan zal men slaaf blijven.
De wegen van de vrijheid zijn niet te verzoenen met het verlangen van de meester. De drang naar de macht van de meester is tegengesteld aan het verlangen naar vrijheid. En vrijheid betekent vrij worden, dat is een strijd. Uit het verzet ontspruiten nu juist andere beelden van geluk en vrijheid, alternatieve beelden van creatie en van communisme (in de betekenis van vrijheid en samen delen, als een permanente beweging in plaats van een maatschappijmodel).
Het is nodig een libertair communisme te scheppen, niet een communisme van de noodzaak, maar van het genot dat solidariteit verschaft. Het mag er niet om gaan met elkaar te delen op een treurige manier omdat we ertoe verplicht zouden zijn, maar om het genot van een voller en vrijer leven te ontdekken. In de maatschappij van de scheiding, in de kapitalistische maatschappij, vinden de mannen en de vrouwen niet wat ze verlangen, zij moeten ermee tevreden zijn te verlangen wat ze vinden, zoals Guy Debord het uitdrukte. De scheiding betekent bijgevolg de scheiding van de ander, de scheiding van eenieder van de wereld, van de arbeider van zijn product, en tezelfdertijd is eenieder gescheiden, verbannen van zichzelf. Dat is de structuur van de triestheid.
7. Verzet en politiek van de vrijheid
De politiek is in zijn diepste betekenis verbonden met de verschillende vormen van emancipatie, met de ideeën en de beelden van geluk die eruit voortvloeien. De politiek is trouw aan de actieve zoektocht naar de vrijheid. Aan de tegenpool van deze opvatting van de politiek staat de ‘politiek’ als beheer van de situatie zoals zij zich voordoet. Maar dit element dat we beheer noemen, pretendeert heel de politiek uit te maken en stelt prioriteiten, waarbij de vitale energieën die haar overstijgen, afgeremd en geïnstitutionaliseerd worden. Het beheer betekent echter niet méér dan één moment, één taak, één aspect.
Het beheer betekent vertegenwoordiging, en de vertegenwoordiging is als zodanig niets méér dan een deel van de reële beweging. Deze heeft de vertegenwoordiging niet nodig om te kunnen bestaan, terwijl deze laatste ertoe neigt de kracht van de presentatie te beperken. De revolutionaire politiek heeft elk moment de vrijheid op het oog, niet als een essentieel aanhangsel van de mensen en de instellingen, maar als een permanent worden, dat weigert zich te binden, zich te vermengen, zich te ‘belichamen’ of zich te institutionaliseren. De zoektocht naar de vrijheid is verbonden met de vorming van de reële beweging, van de kritische praktijk, van de permanente bevraging en van de ongebreidelde ontwikkeling van het leven. In dit opzicht is de revolutionaire politiek niet het tegengestelde van het beheer. Als deel van het geheel is het beheer een deel van de politiek. Wanneer het beheer er daarentegen toe neigt de hele politiek te omvatten, dan vormt het dat mechanisme van de virtualisering dat ons tot onmacht veroordeelt.
De politiek als dusdanig is slechts de harmonie van de veelvoudigheid van het leven, dat in permanente strijd verkeert met zijn eigen begrenzingen. De vrijheid is de ontplooiing van zijn capaciteiten en van zijn vermogens; het beheer is slechts een beperkt en afgebakend moment waarin deze ontplooiing vertegenwoordigd wordt.
8. Verzet en tegencultuur
Verzet betekent de schepping en de ontwikkeling van vormen van tegenmacht en tegencultuur. De artistieke creatie is geen luxe voor de mens, het vormt een vitale noodzaak die de overgrote meerderheid evenwel moet missen. In de maatschappij van de triestheid werd de kunst gescheiden van het leven en de kunst wordt zelfs meer en meer gescheiden van de kunst zèlf, die overrompeld en aangevreten wordt door de handelswaarde. Vandaar dat de kunstenaars, wellicht méér dan vele anderen, begrijpen dat verzet een scheppende daad is. Het is dus ook tot hen dat wij ons richten opdat de creatie de triestheid, dat wil zeggen de scheiding, zal opheffen, opdat de creatie zich zal kunnen bevrijden van de logica van het geld en opdat zij haar plaats in het hart van het leven zal terugvinden.
9. Verzet tegen de scheiding
Verzet behelst eveneens de overstijging van de kapitalistische scheiding tussen theorie en praktijk, tussen de ingenieur en de arbeider, tussen het hoofd en het lichaam. Een theorie die gescheiden is van de praktijk vervaagt tot een steriel idee. Dààraan is het te wijten dat er in de huidige universiteiten ontelbare steriele ideeën voortwoekeren. Maar tegelijkertijd zijn de praktijken die gescheiden worden van de theorie veroordeeld weg te kwijnen en langzaam te verdwijnen. Verzet betekent bijgevolg het smeden van banden tussen de theoretische en de praktische hypotheses: dat ieder die iets weet ook in staat zou zijn deze kennis over te dragen aan degenen die hun bevrijding nastreven. Op die manier creëren we relaties en banden die theorieën en praktijken van emancipatie tot ontwikkeling brengen, en wenden we ons af van de sirenenzang die pretendeert dat ‘we ons met ons leven moeten bezighouden’, waarop wij antwoorden dat ons leven niet gereduceerd kan worden tot een overleven, dat zij zich voorbij de begrenzingen van onze huid uitstrekt.
10. Verzet tegen de normalisering
Verzet betekent eveneens de deconstructie van het valse democratische discours over de uitgeslotenen. In onze maatschappij bestaan er geen ‘uitgeslotenen’; wij zijn allemaal ingesloten, op een verschillende manier, op een min of meer onwaardige en verschrikkelijke manier, maar niettemin ingesloten. De uitsluiting is geen ongeval, het is niets ‘buitengewoons’. Wat men uitsluiting en onveiligheid noemt, zouden we moeten opvatten als de essentie zèlf van de huidige maatschappij die verliefd is op de dood. Daarom impliceert de strijd tegen de etiketten ook ons verlangen om in contact te treden met de strijd van degenen die men ‘abnormaal’ of ‘gehandicapt’ noemt.
Wij stellen dat er geen ‘abnormale’ of ‘gehandicapte’ mannen of vrouwen bestaan, enkel mensen en levenswijzen die anders zijn. De etiketten fungeren als miniatuurgevangenissen waarin eenieder gedefinieerd wordt volgens een bepaald niveau van onmacht. Maar wat ons interesseert is de kracht, de vrijheid. Een ‘gehandicapte’ bestaat alleen in een maatschappij die de scheiding tussen sterken en zwakken accepteert. Wanneer we die afwijzen, en aanklagen als barbarij, dan verwerpen we de opdeling en de selectie die eigen is aan het kapitalisme. Daarom impliceert het alternatief een wereld waarin ieder de broosheid die eigen is aan het leven, bewust accepteert en waarin ieder samen met de anderen en voor het leven tot ontwikkeling brengt wat hij of zij kan. De strijd voor de cultuur van de doven, die erin is geslaagd de gevangenis van de medische opdeling te doorbreken, de strijd tegen de psychiatrisering van de maatschappij, net zoals vele andere strijdvormen, waren helemaal geen kleine acties voor een kein beetje méér ruimte, maar vormden echte creaties die het leven verrijkt hebben. Daarom willen we ons aansluiten bij groeperingen die strijden tegen de medisch-sociale disciplinaire normalisering in al zijn vormen.
Hetzelfde gebeurt met de disciplineringsvormen die eigen zijn aan het onderwijssysteem. De normalisering verloopt hier via de permanente dreiging van de mislukking of van de werkloosheid. Er bestaan daarentegen parallelle en alternatieve ervaringen voor het onderwijs, waarin de onderwijsproblemen volgens een andere logica opgelost worden.
Gehandicapten, werklozen, gepensioneerden, marginale culturen, homoseksuelen: dit zijn allemaal sociologische classificaties die functioneren via scheiding en isolatie vanuit de onmacht, vanuit hetgeen men niet mag, en waarbij de vele aspecten, die een bron van kracht en rijkdom vormen, beknot en gefnuikt worden.
11. Verzet tegen een wereld van haves en have nots
Verzet betekent ook het afwijzen van de verleiding om zich terug te trekken in een identiteit die ‘autochtonen’ van ‘allochtonen’ scheidt. De immigratie en de migratiegolf vormen geen ‘probleem’, maar getuigen van een diepe realiteit, en dàt sedert het ontstaan van de mensheid, en wellicht voor eeuwig. Het gaat er niet om op een filantropische manier ‘goed te zijn voor de vreemdelingen’, maar om te verlangen naar de rijdom van de cultuurvermenging. Verzet betekent dat de have nots banden smeden met elkaar. Daklozen, werklozen, mensen-zonder-papieren, zonder waardigheid, landloze boeren: alle have nots die niet de ‘goede huidskleur’of de ‘goede seksuele praktijk’ bezitten, verenigen zich en vormen een broederschap, niet om ‘erbij’ te horen, maar om een maatschappij uit te bouwen waarin niet langer sprake zal zijn van haves en have nots.
12. Verzet tegen de onwetendheid
De hedendaagse maatschappijen die pretenderen wetenschappelijke culturen te zijn, vormen in werkelijkheid, vanuit historisch en antropologisch standpunt, het maatschappijtype dat de hoogste graad van onwetendheid ooit geproduceerd heeft. Indien de mensen in elke cultuur vormen van techniek gekend hebben, dan is de huidige maatschappij de eerste die door de techniek bezeten wordt. Negentig procent van ons weet niet wat er gebeurt tussen het moment dat men op een knop van een apparaat drukt en het moment waarop het gewenste effect zich voordoet. Negentig procent van ons weet niets af van de quasi-totaliteit van de mechanismen en de krachten van de wereld waarin we leven.
Deze cultuur produceert hierdoor onwetende mannen en vrouwen die zich uit hun milieu verbannen voelen en waardoor zij het zonder enige scrupule kunnen vernietigen. Het geweld van deze ballingschap is zo groot dat de mensheid zich voor de eerste keer geconfronteerd weet met de reële en concrete - en misschien onvermijdelijke - mogelijkheid van zijn destructie. Er wordt ons gezegd dat, omdat de techniek nu eenmaal zo complex is, we dit moeten aanvaarden zonder het te willen begrijpen, maar de ecologische catastrofe toont aan dat degenen die menen dat ze de techniek begrijpen, haar nog helemaal niet meester zijn. Het is dus dringend nodig om groepen, kernen, fora te vormen waarin de kennis gedeeld kan worden en waardoor de mensen opnieuw kunnen aarden in de reële wereld.
In de huidige tijd stelt de genetica ons bijna in staat om de menselijke wezens te selecteren volgens criteria van productiviteit en winst. De eugenetica (wetenschappelijk onderzoek naar alle factoren waardoor het menselijk ras verbeterd zou kunnen worden, J.L.) verontmenselijkt de mensheid in naam van de vooruitgang. We zouden momenteel in staat zijn een menselijk wezen te klonen terwijl de trieste, gedesoriënteerde mensheid niet eens weet wat een menselijk wezen is... Deze zeer politieke kwesties moeten niet in handen van technici blijven. Anders gezegd, de publieke zaak mag geen technische zaak worden.
13. Permanent verzet
Verzet betekent, in tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, dat de vrijheid nooit een eindpunt zal zijn. Op een paradoxale wijze veroordeelt de hoop ons tot de triestheid. Vrijheid en rechtvaardigheid bestaan slechts in het hier en nu, in en door de middelen die het gestalte geven. Er bestaat geen goede meester noch een gerealiseerde utopie. De utopie is de politieke naam van de essentie zèlf van het leven, van het permanente worden. Daarom zal het doel van het verzet nooit de macht kunnen zijn.
De macht en de machthebbers zijn er trouwens toe veroordeeld zich niet te ver te verwijderen van de verlangens van het volk. Wanneer men gelooft dat de macht over de realiteit van onze levens beslist, dan vloeit dit altijd voort uit een slaafse houding. De neerslachtige mens heeft, zoals we gezien hebben, behoefte aan de tiran. Het volstaat niet aan de mannen en vrouwen die aan het roer staan te vragen of ze de één of andere wet zouden willen uitvaardigen die gescheiden is van de praktijken van de maatschappelijke basis. Het gaat niet op om bijvoorbeeld aan een regering te vragen dat ze een wet uitvaardigt waarin aan de vreemdelingen dezelfde rechten toegekend worden als aan de anderen, als wij in de schoot van de maatschappelijke basis geen solidariteit creëren die in deze richting gaat.
De wet en de macht moeten, als ze democratisch zijn, de reële toestand van het leven in de maatschappij weerspiegelen. Het probleem bestaat er dus niet in dat de macht corrupt of inconsequent zou zijn, het is de maatschappij die door deze macht weerspiegeld wordt: het is onze taak, als vrije mannen en vrouwen, om banden van solidariteit, van vrijheid en van vriendschap te smeden die effectief verhinderen dat de macht reactionair wordt. Vrijheid bestaat alleen in vrijheidspraktijken.
14. Verzet betekent strijd
Het smeden van banden verhoogt de kracht, terwijl de kapitalistische scheiding haar vermindert. De strijd voor de vrijheid is wel degelijk een communistische strijd om de kracht te recupereren en te verhogen. Het kapitalisme daarentegen opereert via abstractie, via serialiteit, via verdinglijking, het vernietigt de banden en dringt ons in de onmacht. Het is dààrom dat de strijd voor vrijheid en democratie een permanent proces is dat nooit een definitieve belichaming zal vinden. De strijd evolueert steeds in de richting van de kracht, van het smeden van banden, van de bevrediging van het vrijheidsverlangen in elke concrete situatie.
15. Arbeidersverzet
Verzet als scheppende kracht vereist ook dat we ons bezighouden met de kwestie van het ‘revolutionaire subject’, en dat we definitief breken met de klassieke marxistische visie waarin de arbeidersklasse opgevat wordt als ‘het’ revolutionaire subject, als het messianistische personage in de moderne geschiedenisopvatting.
In tegenstelling tot wat postmoderne sociologen van de complexiteit tegenwoordig beweren, is de arbeidersklasse niet verdwenen: alleen wordt de arbeidsfunctie verplaatst en over het territorium verspreid. Indien er in de centrale landen numeriek gezien minder arbeiders bestaan, dan komt dit omdat de productie zich verplaatst heeft naar de zogenaamde perifere landen, waar de brutale uitbuiting van mannen, vrouwen en kinderen, garant staat voor de superwinsten van de kapitalistische bedrijven. En in de centrale landen stelt men aan de volksklassen, via het schrikbeeld van de ‘onveiligheid’, nationale bondgenootschappen voor, om de Derde Wereld beter te kunnen uitbuiten.
De kapitalistische productie is diffuus, ongelijk en veelzijdig. Daarom moet de strijd en het verzet veelzijdig zijn, maar ook solidair. Er bestaat geen individuele of sectoriële bevrijding. Vrijheid kan slechts in universele termen opgevat worden: mijn vrijheid stopt niet waar de vrijheid van de ander begint, mijn vrijheid is enkel mogelijk wanneer de ander vrij is.
Alhoewel er geen revolutionair subject ‘op zich’ bestaat, dat vooraf bepaald is, kennen we in elk geval wel velerlei revolutionaire subjecten, die geen vooraf bepaalde vorm hebben noch een definitieve belichaming. Tegenwoordig zien we allerlei collectieven en groepjes van arbeiders ontstaan die niet louter sectoriële eisen stellen. Binnen elke bijzonderheid, binnen elke concrete situatie zou de sectoriële strijd de beperkingen van de macht moeten doorbreken, de scheiding moeten afwijzen tussen werkenden en werklozen, tussen autochtonen en allochtonen, enz. Niet omdat de werkende, de autochtoon, de blanke, de man, ‘medelijden’ moet hebben met de werkloze, de vreemdeling, de vrouw, de gehandicapte, enz., maar omdat elke strijd die deze verschillen accepteert en bestendigt, een strijd is die, hoe gewelddadig ook, het kapitalistische systeem in stand houdt en versterkt.
Maar de arbeidsfunctie wordt ook in een ander opzicht verplaatst: van de klassieke fabriek als geprivilegieerde fysieke ruimte waar waarde gecreëerd wordt, naar de maatschappelijke fabriek waar het kapitaal de taak op zich neemt alle sociale activiteiten te coördineren en onder haar bevel te plaatsen. De waarde vervaagt in de hele maatschappij, zij circuleert door de vele vormen van arbeid. De kapitalistische accumulatie breidt zich uit tot het geheel van de maatschappij, en kan dus bijgevolg op elk punt van het circuit gesaboteerd worden.
16. Verzet en de kwestie van de arbeid
Een deel van de constructie van hiërarchieën en classificaties die ons opgelegd worden, ontspruit uit de verwarring tussen technische en maatschappelijke arbeidsdeling. Onder het begrip arbeid verstaan wij in feite twee verschillende zaken. Enerzijds een activiteit die vorm geeft aan de mens, in antropologische of ontologische zin, het geheel van maatschappelijke relaties die ons conformeren, in het materialistische perspectief van de maatschappij en de geschiedenis. Maar anderzijds betekent arbeid ook de vervreemdende plicht, de moderne slavernij waarmee het kapitalisme ons opdeelt in klassen. Dat maakt dat we lijden wanneer we werk hebben maar eveneens wanneer we het niet hebben. Arbeid in deze betekenis afschaffen, betekent dat de mogelijkheden van de libertaire communistische idee van arbeid in de eerste betekenis gerealiseerd worden.
De hiërarchieën die zich baseren op de homogenisering van het leven, op de vervreemde arbeid, zouden opgeheven moeten worden door de veelheid van levenskennis en levenspraktijken open te stellen. De arbeid, bekeken vanuit ontologisch standpunt, het geheel van activiteiten die effectief waarde verlenen aan de wereld (technische, wetenschappelijke, kunstzinnige en politieke activiteiten), vormt tegelijkertijd de basis voor een radicale democratisering en stelt op een definitieve en totale manier het kapitalisme ter discussie.
17. Verzet betekent praktijken uitbouwen
Verzet betekent dus niet het hebben van een mening. In de huidige wereld, en in tegenstelling tot wat men gewoonlijk aanneemt, bestaat er geen pensée unique, er bestaan vele verschillende ideeën. Maar een diversiteit aan ideeën impliceert daarom nog geen reële alternatieve praktijken, en daardoor staan deze opinies niet onder de knoet van de pensée unique, van de enige praktijk. We moeten een einde maken aan het mechanisme van de triestheid dat maakt dat er verschillende meningen bestaan, maar slechts één praktijk. Met de spektakelmaatschappij breken, dat betekent de weigering om nog langer toeschouwer van zijn eigen leven of van de wereld te zijn.
Om ons te disciplineren, om ons in series op te delen, wil de huidige wereld dat we allen op hetzelfde uur voor het TV-scherm zitten. Deze virtuele wereld bestrijden, wil niet zeggen dat de wereld, de economie, de opvoeding, abstract moeten worden. Verzet betekent het uitbouwen van miljoenen praktijken, van verzetskernen die zich niet laten strikken omdat de virtuele wereld ons oproept ‘serieus’ te zijn. Werkelijk ernstig zijn, houdt niet in dat we globaal zouden denken en onze onmacht constateren. Ernstig zijn houdt in dat we, hier en nu, netwerken en banden van verzet creëren die het leven bevrijden uit deze wereld van de dood. De triestheid is diep reactionair. Zij maakt ons machteloos. De bevrijding betekent uiteindelijk ook dat we ons bevrijden van de politieke commissarissen, van die trieste en zure bevrijdingsmeesters. Daarom loopt verzet ook via de creatie van netwerken die ons uit dit isolement halen.
De macht wil ons isoleren en triest maken, laten we blij en solidair zijn. Daarom zien we engagement niet als een individuele keuze. We kennen allemaal een bepaalde graad van engagement. Er bestaan geen ‘niet-militanten’ of ‘onafhankelijken’. Wij zijn allemaal met elkaar verbonden. Het gaat erom te weten in welke mate en aan welke kant van de strijd men geëngageerd is.
18. Verzet betekent banden smeden
Het is onontbeerlijk over onze praktijken na te denken, hen zichtbaar, verstaanbaar en begrijpelijk te maken. Het conceptualiseren van wat we doen, vormt een deel van de legitimiteit van ons opbouwwerk en maakt deel uit van de socialisering van de kennis: zèlf lezer, denker en theoreticus van onze praktijken zijn, in staat zijn de waarde van ons werk te appreciëren, om te verhinderen dat men ons beknot met een normaliserende lectuur.
Dit manifest is geen uitnodiging om een programma te onderschrijven, en nog minder om lid te worden van een organisatie. Wij roepen alleen de mensen, groeperingen en collectieven die zich hierin herkennen op om contact met ons op te nemen, ten einde het isolement te doorbreken. Wij vragen u ook deze tekst met alle mogelijke middelen te verspreiden.
Eenieder die er commentaar op wil leveren of voorstellen wil formuleren, is welkom. Wij engageren er ons toe dit te laten circuleren in de schoot van het Netwerk van alternatief verzet. Wij willen geen centrum of leiding vormen, en wij stellen de contacten van het Netwerk ter beschikking van alle kameraden en vrienden, zodat de dialoog en het uitwerken van projecten niet op een concentrische manier verlopen. 19. Verzet en collectief van collectieven
Veel van onze groepen en collectieven hebben een publicatie of geven een tijdschrift uit. Het Netwerk wil deze libertaire kennis verzamelen en ter beschikking stellen van andere groepen, hetgeen de strijd mogelijkerwijs kan vooruithelpen. Honderden strijdbewegingen verdwijnen doordat ze geïsoleerd zijn of geen steun krijgen, honderden strijdbewegingen zijn verplicht vanaf nul opnieuw te beginnen, en elke strijd die mislukt is niet slechts een ‘ervaring’: elke mislukking versterkt de vijand. Vandààr de noodzaak om elkaar te helpen, om ‘solidaire achterhoedes’ te vormen, opdat iedereen, waar ook ter wereld, op zijn/haar manier, in zijn/haar situatie, voor het leven en tegen de onderdrukking strijd levert, op ons kan rekenen, zoals wij hopen te kunnen rekenen op hem/haar.
Het kapitalisme wordt niet aan het wankelen gebracht van bovenaf. Daarom bestaat er in de opbouw van alternatieven geen klein of groot project.
Broederlijke groeten aan de broeders en zusters op het vasteland (2).
(1) Buenos Aires, herfst 1999. Dit manifest werd uitgewerkt door de volgende groeperingen: El Mate (Argentinië), Moeders van de Plaza del Mayo (Argentinië), collectief Amautu (Peru), groep Chapare (Bolivië), collectief Malgré Tout (Parijs), collectief Che (Toulon).
(2) Piratengroet: in tegenstelling tot de kapers, die in slaven handelden en op geld uit waren, waren de piraten communisten die vrije communes stichtten op de kusten waar ze aan land kwamen.
