Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Dirk Holemans
zaterdag 17 april 2004, door Dirk Holemans
Democratie is het georganiseerd meningsverschil. Elke beslissing, elk standpunt wordt gewikt en gewogen door de publieke opinie. Een publieke opinie die in een democratie los hoort te staan van de machthebbers. Democratie leeft van tegenspraak. Ze bestaat slechts bij gratie van levende debatten in vele publieke ruimtes, waar het onderscheid duidelijk wordt tussen een spontane opinie en de getoetste publieke opinie.
Deze evidentie is echter geen vanzelfsprekende realiteit. Steevast dreigt het gevaar van populisme, van mensen die het onderscheid willen opheffen tussen het publiek maken van ideeën en publiciteit opzoeken voor persoonsgebonden ideetjes. Waar dus populaire democratie wordt verward met goedkoop populisme.
Democratie berust op tegenspraak. Een cruciaal element van de ‘checks and balances’ van het systeem. Een vitale democratie leeft van een actief publiek debat vol tegenspraak waar actieve burgers, waaronder ook intellectuelen, een actieve rol te vervullen hebben.
Ons inziens is de huidige kritiek op intellectuelen dus ook niet onschuldig. Want intellectuelen vervullen een onmisbare rol in een democratie. Ten eerste voeden zij het debat met ideeën, die de bron vormen van nieuwe projecten (niet te verwarren met supermarkten vol ideetjes). De kracht van woorden kan niet onderschat worden, want zij zijn drager van betekenis. Ten tweede vervullen zij ten dele de maatschappelijk kritische stem. Zij wijzen op de consequenties van bepaalde standpunten, op interne tegenstellingen die bepaalde stellingen onbruikbaar maken. Zij verbreden het maatschappelijk debat als het dreigt dicht te slibben, brengen thema’s aan waar het politieke debat nog niet aan toe is.
Intellectuelen weerleggen de suggestie dat de toekomst in een steeds complexere wereld kan liggen in steeds simplistischer antwoorden. Want terwijl een aantal uitdagingen duidelijk een lange termijn inhouden (vergrijzing bevolking, gezinsverdunning, klimaatsopwarming) is het blijkbaar modieus om aan dagjespolitiek te doen. Je kan meer scoren op korte termijn, maar het politieke dient juist om de waan van de dag te overleven. Antwoorden die vandaag worden geformuleerd kunnen niet zonder dat lange termijn perspectief.
Intellectuelen herinneren ons er ook aan dat bepaalde woorden (progressief, links/rechts, ...) een historische invulling hebben gekregen die men niet schaamteloos naar de hand of aan de kant kan zetten. Ze herinneren politici er soms aan dat ze zich te veel laten leiden door het weer van de dag terwijl zich vooral moeten bekommeren om het maatschappelijk klimaat.
Men zou kunnen zeggen dat machtshebbers geen evidente vrienden zijn van intellectuelen, want deze laatste zijn inderdaad ‘lastig’, want nooit tevreden met de laatst gegeven uitleg. En daarom is een aanval op intellectuelen nooit onschuldig: het is de taal van machtshebbers die geen tegenspraak dulden.
Uiteraard staan ook intellectuelen niet buiten de kritische publieke ruimte, integendeel. En misschien horen we ze wel te weinig, of laten sommigen zich verleiden tot de rol van specialist, die vanuit een instrumentele rede eerder de dominante cultuur bevestigt dan kritische vragen naar voor schuift over de wenselijke sociale organisatie of politieke richting.
En uiteraard hebben intellectuelen niet het recht om zich op te sluiten in hun ivoren toren, zich als elite bepaalde privileges toe te eigenen. Ook zij zijn net als alle andere burgers voor hun daden en uitspraken onderhevig aan de principes van verantwoording. Wie aanspraak maakt op spraakmakende uitspraken moet hier ook de morele aansprakelijkheid voor willen dragen. Maar deze kritiek beoefenen mag nooit betekenen de intellectuelen beletten hun geliefkoosde bezigheid uit te oefenen. Het zijn de meest verstandigen die vragen om kritiek. Democratie zonder tegenspraak is ten dode opgeschreven.
Met dit manifest vragen we respect voor intellectuelen en engagement van intellectuelen, of het nu om denkers uit onder meer de culturele of de academische wereld gaat. Voltaire indachtig, gaat het dan om vertolkers van verschillende maatschappijvisies binnen het kader van de democratie. Maar we richten ons meer speciaal tot progressieve denkers. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de laatste jaren vooral conservatieve denkers in binnen- en buitenland het ideeënrijk bezetten, relevante maatschappijkritiek formuleren. Het zijn zij die vooral kritiek uitoefenen op vormen van populisme of overdreven massaconsumptie. Hier is meer dan ooit een taak van formaat weggelegd voor progressieve denkers. In een wereld van economische globalisering en harde dualisering is er grote nood aan het herijken van de idee van solidariteit. Met een doorgedreven individualisering ligt er de dringende vraag om het verschil duidelijk te maken tussen atomisering en persoonlijke emancipatie. Met de voortschrijdende ecologische crisis is er de dwingende uitdaging om de acute noden van een groot deel van de zes miljard huidige wereldbewoners te verbinden met de toekomstige negen miljard wereldburgers en hun leefomgeving. En last but not least: ook progressieve denkers kunnen niet omheen de voortdurende evenwichtsoefening tussen mensen ondersteunen in hun zoektocht en bevoogding. Voogden zijn niet meer van deze tijd, kritische bevragers des te meer.
Voorlopige lijst ondertekenaars Manifest
Frank Albers, essayist
Peter Algoet, filosoof
Meyrem Almaci, Wetenschappelijk medewerker VUB
Arne Baillière, Gemeenteraadslid te Oostende
Mohamed Benaouisse, danser
Yves Bex, animatiefilmmaker
Jan Blommaert, docent Universiteit Gent
Johan Boelaert, Gents Ecologisch Centrum cvba
Marc Boone, Professor Universiteit Gent
Eddy Boutmans
Wim Borremans
Johan Braeckman, docent Universiteit Gent
Nico Carpentier, Docent Katholieke Universiteit en Vrije Universiteit Brussel
Philippe Cailliau, Andersglobalist
Bambi Ceuppens, Antropologe, Universiteit Gent
Manu Claeys, essayist
Patrick Cohen
Eric Corijn, cultuurfilosoof VUB
Paul Corthouts, Kaaitheater
Johan Cottyn, Docent ethiek
Jan Cuyckens
Geertrui Daem, schrijfster
Filip De Bodt Gemeenteraadslid LEEF!Herzele
Tinneke Degraeuwe, Assistente Criminologie
Lieve De Kinder
Jo De Leeuw
Dirk De Meester, Links intellectueel
Dirk Depover, Directeur Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en -consulenten
Luc Desmedt, Directeur Humanistisch Vrijzinnig Vormingswerk
Magda Devos, Docent Universiteit Gent
Wouter De Vriendt
Wim De Weerd, Socioloog & coördinator Open Huis (Protestants Sociaal Centrum) Koen Dille
Patriek Dooms, Animator open huis beweging Antwerpen
Kristel Driessens, Docente Katholieke Hogeschool Kempen en Karel De Grote-Hogeschool
Jan Dumolyn, Dr. in de geschiedenis en andersglobalistisch auteur
Alain Dumon
Dirk Geldof, Socioloog
Jos Geysels, Vlaams volksvertegenwooriger en publicist
Eric Goeman, Attac
Werner Govaerts, Rudolf Steineracademie vzw
Delphine Hajaji, Wetenschappelijk medewerkster Universiteit Gent
Dirk Holemans, Vlaams volksvertegenwooriger en publicist
Marc Holthof, journalist
Dirk Jacobs, universitair docent
Roger Jacobs, Medewerker basiseducatie en publicist
Ivo Janssens, Coördinator Kunst en Democratie
Peter Tom Jones, postdoctoraal onderzoeker en andersglobalistisch auteur
Johny Lenaerts, publicist
Dries Lesage, postdoctoraal onderzoeker Universiteit Gent Thomas Leys, Student rechten K.U.Leuven
Herman Lodewyckx, Docent ethiek & HRM
Patrick Loobuyck, Aspirant FWO, Universiteit Gent
Heidi Maris, juriste
Sophie Martens
Jan Mertens
Johan Mertens, Prof. ecologie Universiteit Gent Francine Mestrum, ULB
Freddy Mortier, Prof. filosofie Universiteit Gent
Stijn Oosterlynck, Doctoraal onderzoeker Lancaster University (UK)
Geert Opsomer, Nieuwpoorttheater
Dirk Pauwels, Theaterhuis Victoria
Jef Peeters, Docent sociale filosofie en ethiek, hoofdredacteur Oikos
Rik Pinxten, hoogleraar Universiteit Gent
Jo Roets, theatermaker, Laika
Sien Simoens, Studiedienst H.V.
Olivier Starquit, Amis du Monde diplomatique, Luik
Jan Steyaert, burger en ’spectateur engagé’
Marc Swyngedouw, hoogleraar K.U.Leuven
Michel Uytterhoeven
Annelies Vanbelle
Sofie Van Bauwel, assistente Communicatiewetenschappen Universiteit Gent
Muriel VandenBosch, UGent
Hugo Van den Enden, Professor Universiteit Gent (ethicus)
Vic Van Den Eynden
Leen Van der Vorst, docent ipsoc
Filip Vanderbeek, Animator open huis beweging Antwerpen
Jeanneke Van de Ven, Aardewerk
Jan Van Duppen, huisarts en gemeenschapssenator
Desire van Hoeylandt
Tim Vanhove, Doctoraal onderzoeker, departement sociologie, KULeuven
Lode Van Outrive, Prof. Dr. Em. KULeuven
Philippe Van Parijs, hoogleraar UCL
Marijke Ven, Orthopedagoge
Peter Verhaeghe, Architect
Christel Verhas, Doctor in de rechten
Wim Verzelen, Lector sociologie Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen
Jenny Walry, publiciste
Noortje Wiesbauer, docent cultuurfilosofie
Dominique Willaert, coördinator Victoria Deluxe
Malte Woydt, Politicoloog en stadsgids
U kan dit manifest ondertekenen door een mailtje te sturen naar dirk.holemans@pandora.be met een cc naar peter.jones@mtm.kuleuven.ac.be.
U kan reageren op deze tekst door een bericht te sturen naar dirk.holemans@pandora.be met een cc naar peter.jones@mmtm.kuleuven.ac.be
Reactie Alain Dumon:
Dirk,
Je hebt overschot van gelijk met je manifest. Ik heb dan wel geen doctoraat- of licentiaattitel zoals vele andere ondertekenaars maar ook ik walg van de huidige generatie mediageile bandwerkers van de ideeënfabrieken. Buiten het spuwen van deze onsamenhangende kortzichtige goedklinkende voorstellen en de bijhorende "five minutes of fame" wordt er niets meer gerealiseerd waaruit blijkt dat er een langetermijnvisie achter zit. Al het belangrijke wordt overgelaten aan machtige drukkingsgroepen met hun megamiljarden euro’s waard zijnde economische belangen en ondertussen houden ze zich bezig de boel gezellig te maken. Deze economische belangen dienen nog enkel om zichzelf en hun bijhorende aandeelhouders zoveel mogelijk te verrijken op de kap van diegene die er net voor zorgt dat zij meer kunnen verdienen. Want de eenvoudige arbeider of bediende is niet enkel diegene die zo goedkoop mogelijk de goederen of diensten moet fabriceren, maar het is ook hij die het voor zo duur mogelijke prijs moet consumeren. Om het cru te stellen staan "de mensen" in dienst van de economie in plaats van dat de economie te dienste staat van "de mensen". We evolueren meer en meer naar een moderne versie van de film Daens waar iedereen in zijn kaste wordt opgesloten en opklimmen op enkele uitzonderingen uitgesloten is. Ik kom zelf uit een niet breed hebbende arbeidersfamilie en mag van geluk spreken dat ik nog in een tijd opgegroeid ben in een periode waar iemand de intellectuele capaciteiten had een diploma kon halen. Ik heb weliswaar naast het studeren moeten bijklussen, maar ik heb toch dankzij een beurs een diploma kunnen behalen. Nu hoorde ik een paar dagen geleden op de radio dat kinderen in het goed hebbende Europa? moeten gaan werken om het gezinsbudget rond te krijgen in plaats van hun humaniora af te maken, en dit terwijl ze eigenlijk nog schoolplichtig zijn. Zulke voorbeelden stoten mij geweldig tegen de borst omdat zij zonder diploma en de nodige vaardigheden nooit uit die vicieuze cirkel kunnen ontsnappen en ook hun kinderen hetzelfde lot zullen beschoren zijn en dan spreek ik nog niet over vier vijfden van de rest van de wereld waarvoor het lot en de kansen nog veel dramatischer zijn. De ideeënfabrieken zouden er moeten voor zorgen dat het onderwijs en alle andere welzijnsectoren uit de commercie worden gehouden. Waar de hogescholen en universiteiten niet schatplicht hoeven te zijn aan hun commerciële sponsors en zich door middel van staatssteun en betaalbare schoolgelden kunnen toeleggen op lokale en andere vergeten problemen om zo terug ten dienste te staan voor ?de mensen?.
Met vriendelijke groeten, Alain
Enkele bemerkingen bij dit manifest...
1. Wie zijn zij die zichzelf typeren als intellectuelen? Al de mensen die dit ondertekenen, of zij die een diploma hebben gekregen (en bijbehorende machtspositie) van de machthebbers zelf? Waarom lijken zelfbenoemde intellectuelen altijd op excuustruzen van het systeem, die wel kritiek geven maar voor de rest rustig mee aan tafel kunnen zitten met de machthebbers (of het nu bazen, politici, kerkherders,... zijn)?
2. In dit manifest komt toch duidelijk naar voren dat het ’politieke’ het werkterrein is van de intellectueel, met als werk een betaalde hobby. Kritiek geven als hobby. Politiek heeft echter niks te maken met de samenleving. Checks and balances, ik zou het het eerder hebben over een totaalpakket: hoe meer macht het politieke (dwz de staat) krijgt, hoe minder ruimte er is voor het sociale (dwz de basisdemocratische associaties), en omgekeerd. Het politieke zal dan ook nooit het terrein zijn van daadwerkelijke maatschappelijke omkeer of verandering, reglementeringen en wetjes bekomen via het politieke zullen altijd paleisrevoluties zijn. Het terrein waarop intellectuelen zich moeten begeven, niet om in naam van anderen te spreken (zoals de marxistische intellectuelen, of ze het nu toegeven of niet, altijd spreken in naam van anderen), maar om hand in hand met anderen te strijden, is het sociale, en niets dan het sociale terrein. Al wat zich boven de hoofden afspeelt, wat op het politieke plaatsvindt, is altijd neergekomen op een kanalisatie van het verzet en de sociale strijd. Intellectuelen die het politieke als werkterrein namen, hebben altijd de dynamiek en de vlam uit sociale groeperingen gehaald. Daarvoor hoef je zelfs niet diep de geschiedenis in te zoeken: de witte beweging, waar politici de genadeloze afkeer van hele groepen mensen voor het gerechtelijjke apparaat hebben gekanaliseerd naar ’witte ridders’, intellectuele juridische specialisten en ’spreekbuizen van het verzet’. Of de arbeidsters in Argentinie, die hun fabriek in zelfbeheer hadden genomen na de financiële crisis. Na enkele maanden succesvol zelfbeheer, kwamen de academische betweters (dwz de intellectuelen) die allemaal wisten hoe het werkte op de vergaderingen. Ze hebben de Brukman fabriek dan ook overgeleverd aan de politie en de ondergang, zo getuigenden vele arbeidsters....
3. ’Van onderop’ is geen loze slogan. Hoewel marxisten er dezer dagen graag gebruik van maken, snappen ze de consequenties (waarvoor intellectuelen volgens dit manifest voor dienen, om mensen te wijzen op de consequenties van hun overtuiging, sic!) er niet van. Van onderop betekent dat er aan een vrije samenleving gebouwd wordt, wars van het politieke (dwz de staat, sociale instituties,...) en wars van autoritaire betweters (die zogezegd ’goede raad’ komen geven, maar zelf nergens hun nek uitsteken, laat staan hun handen.)
4. Ik kan de kritiek op deze kritiek al voorspellen: "Dit is weer zo’n anti-intellectualist, die ons aanspoort om te doen zonder na te denken en die vies is van nadenken." Integendeel. Ik ben vies van denken dat vrijblijvend is. ’Denkers’ die aan de kant blijven staan, zijn denkers die vroeg of laat het verzet zullen kanaliseren en doen uitdoven. Geëngageerde intellectuelen beschouwen hun denken en hun concepten als een gereedschapskist voor de sociale strijd. Analyses en concepten zijn niet zaligmakend, niet eeuwig en niet dé referentie. Analyses en concepten zijn maar waardevol zolang ze gebruikt worden om efficiënter de sociale strijd te voeren. Analyses en concepten om machtssystemen en technieken mee te ontmaskeren en te vernietigen. Om met Michel Foucault, een intellectueel van formaat te eindigen (en in de intellectualistische traditie van het citeren):’Ik zou willen dat mijn boeken werken als een soort lancet, als molotovcocktails of als een mijnenveld, en dat ze na gebruiken verbranden zoals vuurwerk...’
Laurent Nelen
Elchardus gooit modder, zonder om te zien Dirk Holemans, in De Morgen (28/4/2004)
’Modder gooien is gezond’. Onder deze titel verscheen begin maart in Vrij Nederland een aardig stuk. De auteur Livestro vindt dat modder een onvermijdelijk bijproduct is van een levendig publiek debat. Vanuit deze aardse optiek wil ik een antwoord schrijven aan Mark Elchardus, die in deze krant (DM 22/4) reageerde op mijn ’Manifest voor het georganiseerd meningsverschil’ (www.yabasta.be). Daaruit blijkt duidelijk dat Elchardus en ik van mening verschillen over de invulling van democratie. Prima, want zo krijgen we weer wat debat ter linkerzijde over deze kwestie.
Maar eerst de modder. Ik lanceerde mijn manifest in een uitvoerig Zeno-interview (17/4). Daarin benadrukte ik de structurele inkrimping van de dialoogruimte in onze samenleving. Quotes op televisiejournaals worden steeds korter, bepaalde thema’s zoals fiscale hervormingen haast onbespreekbaar. Wat er toe leidt dat politici steeds meer kiezen voor het scoren op korte termijn, voor dagjespolitiek. Een gegeven dat niet alleen gebald is terug te vinden in mijn manifest. Het maakt ook het onderwerp uit van het boek De dramademocratie van, jawel, Mark Elchardus! In dit boek wijst de auteur vooral de VLD van Verhofstadt met de vinger na als het gaat over dramademocratie en populisme.
Omdat mijn manifest gaat over maatschappelijke trends die personen en partijen overstijgen, vond ik het niet relevant om voorbeelden aan te duiden. Want die worden dan vaak misbruikt om op figuren en niet op de inhoud te moeten reageren. In die zin is het toch wel verbazend, en misschien wel verhelderend, hoe Elchardus omgaat met het deel van het manifest dat gaat over populisme. Ik schreef: "Steevast dreigt het gevaar van populisme, van mensen die het onderscheid willen opheffen tussen het publiek maken van ideeën en publiciteit opzoeken voor persoonsgebonden ideetjes. Waar dus populaire democratie wordt verward met goedkoop populisme."
Voor mij blijft dat een gedegen analyse van een dominante trend binnen de politiek. Sterker nog, ik voel me daarin volledig gesteund door wat Elchardus in De dramademocratie schrijft. Maar wat is de reactie van Elchardus? Dat deel van het manifest komt volgens hem enkel neer op het viseren van Stevaert, het manifest zou louter een ’stuiptrekking’ zijn van ’Stevaert-haat’. Hier gooit Elchardus toch wel met modder zonder inhoudelijke basis. Mocht hij vermoed hebben dat ik louter over Verhofstadt schreef, had hij dan met bloemen gegooid? Wat overblijft, is de nuchtere vaststelling dat niet ik, maar wel Elchardus stelt dat een beschrijving over populisme naadloos past bij Stevaert. Maar blijkbaar moet voor Elchardus vooral de VLD in dit debat kop van Jut zijn. Als ik met modder wilde gooien, ik zou redenen kunnen opperen voor deze selectieve modderpartij, maar liever houd ik het bij mijn stokpaardje: de inhoud.
Uit wat overblijft van de bijdrage van Elchardus blijkt dat we verschillen van mening over de toekomst van de democratie. En dat is een debat dat de moeite waard is om te voeren. Zoals geweten ben ik een actieve pleitbezorger van een verdieping van onze parlementaire democratie tot een dialogische democratie. Zoals te lezen staat in mijn essay Ecologie en Burgerschap, betekent dat een oproep tot actief burgerschap, een uitnodiging aan de burgers om zoveel mogelijk deel te nemen aan publieke debatten. Daarbij ondersteun je actief en emancipatorisch groepen in de samenleving die het moeilijk hebben om hun stem te laten klinken.
Dialogische democratie houdt ook de omvorming in van de huidige beleidsvoering tot een open proces. Daardoor kunnen burgers en verenigingen maximaal hun rol spelen in alle fasen van de besluitvorming, van het bepalen van de agenda tot de concrete uitvoering ervan. Juist deze vorm van democratie laat toe dat actieve burgers nieuwe thema’s op de politieke agenda zetten. Iets wat nieuwe sociale bewegingen sinds de jaren zeventig trouwens actief hebben gedaan. Denk aan de vredes-, derdewereld- en milieubeweging, die vroeger en nu actief de agenda van de parlementen voeden. Dat ze daarmee de gevestigde orde onder druk zetten, lijkt me in een democratie een uitstekende zaak.
Elchardus is het duidelijk niet eens met deze visie op democratie. In zijn opiniestuk lezen we: "Schuilt in de nadruk op actief burgerschap trouwens niet het gevaar dat de zeer actieve burger de andere burgers verdringt en zijn mooi verwoorde opvattingen zo luid laat klinken dat de meningen en de zorgen van de anderen onhoorbaar worden; tot de onzin van een Pim Fortuyn ook over de landsgrenzen heen voor velen klinkt als een bevrijding van het woord." Deze opmerkelijke redenering verwijst naar zijn eerdere kritiek op actief burgerschap zoals hij dat verwoordde in Het Maatschappelijk middenveld in Vlaanderen. Daarin belijdt hij ten volle zijn geloof in het model van vertegenwoordigende democratie, en zijn scepsis ten aanzien van nieuwe sociale bewegingen. Zo noemt Elchardus het ten aanzien van de nieuwe sociale bewegingen ’zorgwekkend’ dat het lidmaatschap ervan leidt tot het aanvreten van het vertrouwen in de instellingen en scepticisme ten opzichte van de vertegenwoordigingsdemocratie. Vanuit deze positie wordt ook de afstand tussen Elchardus en mijn manifest inhoudelijk duidelijk. Ik vind namelijk het model van vertegenwoordigende democratie niet meer aangepast aan deze tijd. En als nieuwe sociale bewegingen het vertrouwen van instellingen op de proef kunnen stellen, dan is het vooral omdat die laatste vergeten zijn te evolueren met hun tijd. Of moeten actiegroepen thuis passief zitten wachten tot alle politici het licht hebben gezien? Dan pas wachten er ons donkere tijden!
Eerder dan zoveel mogelijk mensen te stimuleren tot actief burgerschap schrijft Elchardus, niet gespeend van enig cynisme tussen de haakjes: "Politiek moet (oei, oei, oei) naar de mensen luisteren." Ik kan met een dergelijke aanbeveling niets aanvangen. Want ’de mensen’ bestaan niet. Er zijn in Vlaanderen allochtonen en autochtonen, middenklassers en kansarmen, ouderen en jongeren, hoog- en laaggeschoolden. Allen hebben verschillende verzuchtingen en verwachtingen. Allen willen op hun manier beluisterd worden. Enkel door recht te doen aan deze diversiteit in de samenleving kan een beleid op poten worden gezet dat elke burger versterkt in zijn of haar levensproject, zijn of haar rechten poogt te realiseren in de feiten. Enkel door deze diversiteit te erkennen kan gestreefd worden naar een nieuw gedeeld belang dat ons verbindt. Wie enkel wil spreken namens of luisteren naar ’de mensen’, heeft het vooral moeilijk om op te komen voor zij die hun stem moeilijk kunnen laten horen. Fortuyn klonk in Nederland misschien voor de onderklasse als een ’bevrijding van het woord’, zijn programma was op zijn minst geen toonbeeld van een emancipatorisch project gericht op de kansarmen in de samenleving.
Tot slot. Ik vind dat politieke intellectuelen het recht hebben het partijpolitieke kader te overstijgen en vrijelijk het maatschappelijk debat te voeden. Elchardus dus niet. Zijn opiniestuk is een poging om me weer in een partijpolitiek hokje te steken, in de hoop zo het debat te kunnen sluiten. Of dat gelukt is, valt nog zeer te bezien. Maar in één zaak is hij nu al mislukt: namelijk door met mij van mening te verschillen te proberen mijn stelling onderuit te halen dat democratie het georganiseerd meningsverschil is!
J’accuse ! Met deze slagzin katapulteerde Emile Zola zich in januari 1898 in de analen van de geschiedenis als invloedrijk geëngageerd intellectueel. De publicatie van zijn open brief aan de Franse president in de zaak Dreyfus was de geboorteakte van de moderne westerse progressieve intellectueel: niet alleen een studax, een “homo universalis”, een academicus, een man of vrouw van de wetenschap, maar ook een “homme/femme engagé(e)”.
Zola’s actie ter verdediging van Dreyfus staat model voor het engagement van de typisch Franse intellectueel die op kritieke momenten zijn of haar stempel zet op de maatschappelijke ontwikkelingen op lange termijn. Vandaag wordt dit prototype intellectueel in Frankrijk vertegenwoordigd door de (netwerken van) intellectuelen die zich vooral sinds de sociale beweging van 1995 mobiliseren en waarvan de meest bekende Pierre Bourdieu is. Ook in andere landen zijn geëngageerde intellectuelen opgestaan.
De invloed van dit prototype intellectueel steunde niet op de vraag naar “respect voor de geliefkoosde bezigheden” van intellectuelen maar op het vermogen om aan te klagen. Niet om te klagen over onbegrip voor de rol van intellectuelen in de maatschappij, maar om begrip op te brengen voor de werkelijke verhoudingen in de wereld. Het vermogen om verhulde verhoudingen te onthullen zonder “voogdij” van de gevestigde machten.
Zola combineerde al deze kwaliteiten in één tekst, in één figuur, op één moment en trok door de Franse samenleving van het eind van de 19de eeuw een duidelijke grens tussen links en rechts, tussen correct en fout, tussen slachtoffer en dader. En dat in een turbulente periode, net als vandaag, vol verwarring en snelle transformatie als gevolg van de globalisering van het kapitalisme.
Frankrijk stond aan de rand van een burgeroorlog rond de pietluttige vraag of een joods officier al dan niet landverraad had gepleegd. Nooit zijn complexe maatschappelijke vraagstukken in één woord of in één metafoor uit te drukken, nooit zijn grote maatschappelijke bewegingen het werk van één figuur. Maar in het geval van Zola heeft één persoon gedurende jaren het roer in handen gehouden tijdens de diepe maatschappelijke polarisaties die de Franse politiek grondig herstructureerden en duidelijk afbakenden: een links, democratisch, republikeins (en later socialistisch) kamp én een rechts royalistisch (en later republikeins) kamp.
De huidige kritiek op de intellectuelen van vandaag is natuurlijk niet onschuldig. Maar geldt hier niet het eenvoudige gezegde ‘eigen schuld, dikke bult’ ? Moeten de actuele progressieve intellectuelen in Vlaanderen het respect krijgen dat het manifest van Dirk Holemans ons vraagt, respect voor “ intellectuelen en het engagement van intellectuelen, of het nu gaat om denkers uit onder meer de culturele of academische wereld”? Respect is iets dat je verdient ! Dat hang je niet op 10 m2 aan de muur zoals bij de CD&V. En dat krijg je niet door zichzelf op te blazen als “ de maatschappelijke kritische stem” die “een onmisbare rol vervult in een democratie”.
De toespraak van Pierre Bourdieu voor het stakend treinpersoneel in december 1995 was ondermeer een aanklacht tegen de reactionaire ideeën van de ‘verlichte elite’. Deze experten denken van zichzelf dat ze over een lange termijnvisie beschikken, in tegenstelling tot het beperkte, impulsieve korte termijn denken van de bevolking. Bourdieu koos duidelijk voor het heroveren van de democratie op deze technocratie: “ er moet een einde gemaakt worden aan de tirannie van de ‘experten’ à la Wereldbank en IMF (...) die niet willen onderhandelen maar het komen uitleggen; men moet breken met het nieuwe geloof in het historisch fatalisme dat verkondigd wordt door de theoretici van het liberalisme”. Bourdieu was er van overtuigd dat men de nationale en internationale technocratie slechts kan bekampen door hen aan te vallen op hun geprivilegieerd terrein, dat van de wetenschap, waaronder de economische, en door tegenover deze abstract, van de sociale realiteit geamputeerde kennis, een andere kennis te plaatsen die meer respect heeft voor de mens en de realiteiten waarmee de mens geconfronteerd wordt. Daarom moeten onderzoekers hun kennis en instrumenten ter beschikking stellen van de sociale bewegingen en de vakbonden die vechten tegen de neoliberale politiek om samen te werken aan een collectief alternatief project. Zij die door hun wetenschappelijke kennis kunnen anticiperen op de funeste consequenties van het neoliberalisme, mogen niet zwijgzaam blijven. [1]
De tekst van Holemans pakt het populisme aan, maar zwijgt in alle talen over de neoliberale politiek en praat over een abstracte (idealistische) democratie, los van de sociale krachtsverhoudingen,waarbijhetenkelzou gaan om het uitwisselen van verschillende meningen en het organiseren van tegenspraak.
Na zwarte zondag hebben de Vlaamse progressieve intellectuelen hun grote bijdrage geleverd. Zij hielden de politiek een spiegel voor. Zij hadden in de jaren ‘90 de kans om hun actie te delen met bredere lagen van de bevolking. Maar in tegenstelling tot Bourdieu waren zij niet te zien in de strijd tegen het globaal plan of in de stakingen tegen het Spaghetti-arrest. Zij hebben hun kans gemist. De politiek heeft het terrein van de kritiek van het volk op de instellingen herwonnen onder de vorm van ondermeer het populisme en laat het gros van de intellectuelen voor wat ze zijn: waterdragers van de macht.
De maatschappij wordt altijd geleid door intellectuelen, in de zin dat zij leiding geven, projecten en plannen uitwerken, de gang van zaken coördineren. Intellectuelen scheppen orde, van boven naar beneden. Maar al “ deze geliefkoosde activiteiten” krijgen maar betekenis in functie van een sociaal systeem, van sociale klassen die dit systeem schragen. Alleen die intellectuelen die net als Zola durven zeggen “j’accuse” zullen het respect verdienen van de massa’s die de maatschappij dragen en van onderuit op zoek zijn naar een andere politiek.
Griet Van Meulder, Raf Verbeke andersglobalisten.
[1] Pierre Bourdieu, Discours aux cheminots grèvistes, Paris, Gare de Lyon, 12 décembre 1995. Pierre Bourdieu, Pour un savoir engagé, in: Le Monde Diplomatique, février 2002, p.3.
Naar aanleiding van dit manifest verscheen in De Morgen (17/4/2004) een uitgebreid interview met Dirk Holemans. De tekst werd nadien door tal van mensen ondertekend. Het manifest vormde vervolgens het onderwerp van felle discussies.
U kan dit manifest ondertekenen door een mailtje te sturen naar dirk.holemans@pandora.be met een cc naar peter.jones@mtm.kuleuven.ac.be.
