Guy Debord is een helse machine die moeilijk te ontmijnen is. En toch heeft men het geprobeerd. En probeert men het nog steeds. Men probeert hem te neutraliseren, te verzachten, te esthetiseren, te banaliseren. Niets helpt. De dynamiet blijft erin en riskeert te exploderen in de handen van degenen die het willen ontmijnen.
René Schérer en Giorgio Passerone hebben een boek over Pasolini gepubliceerd, onder de titel ‘Passages pasoliniens’. De Franse vrije zender Radio Libertaire interviewde één van beide auteurs over de Italiaanse cineast, dichter, schrijver, homo en activist. Johny Lenaerts vertaalde.
We leven in een tijd die door Marx gekenmerkt werd als een tijd van algemeen verval, van universele koopbaarheid. En nu schildert ons Elvis Peeters, in zijn nieuwste roman ‘Wij’, een vriendengroepje – vier meisjes, vier jongens – dat een seksbedrijfje ontwikkelt, waar we op microschaal de hedendaagse wereld in kunnen herkennen.
Nieuw aan deze crisis is dat niemand de schuld aan de werklozen geeft. Niemand klaagt erover dat ze te lui zijn. Niemand verlangt dat ze asperges steken. Niemand beweert dat ze te veel geld van de staat ontvangen. De laatste keer was dat anders. Ook in de jaren 2002 tot 2005 kende Duitsland een zware crisis. Het aantal werklozen lag haast bij de vijf miljoen, veel hoger dan nu, in de talkshows stelden de moderatoren steeds weer dezelfde vraag: Waar is het aan te wijten? Waarom gaat het het land zo slecht?
De Duitse schrijver Alfred Döblin geeft een beeld van de economische crisis van de jaren dertig, dat, in het licht van een aantal recente gebeurtenissen, erg vertrouwd overkomt.
Toen ik nog werkte in België woonde ik ooit een "studiedag" bij (met Electrabel als één van de promotoren) waarin het effekt van hoogspanningskabels toegeschreven werd aan "massahysterie". Uit de brief van Joris Bosmans (Humo 3514) blijkt dat er de afgelopen 15 jaar geen stap vooruit is gezet in deze materie, en "massahysterie" nog steeds de officiële leer blijft. Van mijn kant heb ik wel de moeite genomen om mijn licht op te steken bij andere bronnen. Laat ons beginnen bij het begin. De (...)
Mathias Bienstman, medewerker van Netwerk Vlaanderen, pleit in deze tekst voor een sociaal transitiefonds in de sector van energierenovatie. Opmerkingen en commentaren zijn welkom bij de auteur. Zie onderaan voor gegevens.
Het concept ’transities’ is vandaag in volle opgang. Zoals we al eerder aangaven op de website is het belangrijk om aandacht te geven aan hoopvolle, enthousiasmerende projecten en experimenten. Transition town Totnes is zo’n voorbeeld hiervan. Het volgende artikel van Peter Polder verscheen in het Nederlandse webzine Ravagedigitaal (25 juli 2008).
Het is een oorlog van een nieuw type dat de Scientology Kerk sedert enkele dagen te verduren heeft. Want het is namelijk op het virtuele terrein dat zich momenteel de strijd van de antisekteactivisten afspeelt. Verschillende internetsites van de Scientology Kerk (die volgens rapport nr 2468 van het Franse parlement als een sekte beschouwd wordt) worden aldus door internet-‘hacktivisten’ en door een denkbeeldige groep onder de benaming ‘Anonymus’, geviseerd.
Midden jaren zestig. Raymond Borde is een vermaard filmcriticus. Zijn specialiteit: de erotische film. Op lyrische wijze schrijft hij over ‘het zoete, zeer zoete droombeeld’ van lesbiennes die in een somber kasteel opgesloten worden. Hij beschrijft hoe in het leven van de man het opduiken van de eerste lesbiennes op het witte doek ‘de opborreling van het meest natuurlijke wonder ter wereld’ met zich meebrengt. ‘Dat gebeurt rond het zestiende jaar. (...) Maar meedogenloze regels leggen deze waanzin het zwijgen op. Op de eerste plaats is er niemand die op dit droombeeld antwoordt. Het poogt zich tevergeefs te objectiveren.’
Gunther Lippens
Een pleidooi tegen uniformiserende normen en institutionele onderdrukking
maandag 11 oktober 2004, door Gunther Lippens
INLEIDING
Vermits dit boek eveneens bedoeld is als een praktische actiehandleiding, gaan we het hier niet hebben over allerlei mogelijke (academische) invalshoeken over seksualiteit, noch over de heel diverse theoretiseringen ervan. Wie daar meer wenst over te weten, verwijzen we naar de literatuurlijst op het einde van deze bijdrage. Daarnaast stellen sommigen zich misschien de vraag wat de rol is van een bespreking van seksualiteit in een actiehandboek. Het zal blijken dat er omtrent seksualiteit en bevrijding nog heel wat leuke acties kunnen bedacht worden. Meer nog, het is vaak een thema waar nogal eens over heen gekeken wordt. Seksualiteit en relaties lijken iets te zijn om in de privé-sfeer te beleven. Dat is natuurlijk voor een groot stuk wel zo, maar het thema heeft wel degelijk een politiek en maatschappelijk karakter.
Het is een feit dat er tal van wetsartikels bestaan die de relaties tussen mensen regelen en controleren. Vanuit één of andere statistische controlefreak-houding meent men dat de wereld een chaotische duivelse meute wordt als men de relatievorming tussen mensen niet in handen heeft. Een knoert van een onevenwicht blijft zich aldus in stand houden: enerzijds zitten we met een maatschappelijke norm die redelijk vast omlijnd is (alhoewel op dit vlak het één en het ander aan het wijzigen is in België - zie verder), terwijl er anderzijds een enorme diversiteit in de praktijk bestaat.
NORMASSIMILATIE EN DE GEVOLGEN
Alhoewel de mogelijkheid bestaat je in allerlei publieke fora te bewijzen door maatschappelijk-progressieve ronkende statements ten beste te geven, blijft het normgevaar om de hoek gluren. Zo worden we op niet-periodieke tijdstippen, meestal uit onverwachte hoek, getrakteerd op een progressieveling die op dat moment in staat blijkt te zijn met onnoemelijk reactionaire standpunten op de proppen te komen. Een mooie illustratie hiervan vormen een aantal publicaties en speeches waarvan we konden genieten in de periode van de zaak Dutroux en de indertijd ontdekte (flagrante) gevallen van kindermisbruik. In elk geval geleid door één van de basisdogma’s die in elke massabeweging aanwezig lijkt te zijn, onderscheidden een aantal grote lichten zich met een paternalistische speech waarin werd opgeroepen omzichtiger om te springen met onomkaderd je kinderen te knuffelen. Het vaderlijk in de gaten houden of de veertienjarige dochters het al aan het doen waren of niet, was ook één van de belangrijke punten van de strijd.
In allerlei publicaties liet men het na om een kritiek te uiten op de frequent voorkomende vermenging van kindermisbruik met homoseksualiteit. Ongewapend door enige discussie over thema’s als relaties en seksualiteit, jarenlang ontwapend door pragmatiserende redeneringen zoals ‘dit is een achterhoedegevecht’, werd menig antikapitalist meegezogen door een conservatief-reactionaire dwangreactie. Op de Witte Mars werden samen met extreem-rechts gelijkaardige eisen geformuleerd. Het was een sfeer waar elke gezonde down-to-earth-discussie onmogelijk was: een discussie die nochtans broodnodig was en is, gezien de nog steeds, bijna ongeloofwaardige cijfers over kindermisbruik in familiecontext.
Nog een illustratieve anekdote over dit onderwerp is het verhaal van een spandoek van het intussen ter ziele gegane Roze ActieFront (RAF). Bij wijze van relativering hadden zij de spandoek ‘Dutroux is hetero’ bedacht en in elkaar geknutseld. De sfeer op de Witte Mars was echter zodanig repressief en agressief dat de doorwinterde actievoerders het gewoonweg niet aandurfden hun spandoek te ontvouwen. Dit voorbeeld toont aan dat niemand immuun is voor de continue normering vanwege de machtige entiteiten. Reclame reproduceert dagelijks ontelbare keren het gezinsideaal, vaak met behulp van glanzende foto’s van glimlachende onderdelen van het gezin, het aan te prijzen product in de aanslag. School en eigen opvoeding laten naast positieve, vaak ook negatieve sporen na. Nog veel te vaak zijn opvoedende instanties gericht op het assimileren van het normenpakket, in plaats van zelfontdekking en een kritische ingesteldheid te stimuleren.
Kort overzicht van de holebibeweging
Het is essentieel voor een revolterende beweging om zich terdege bewust te zijn van de eigen geschiedenis en de restanten ervan. Hier presenteren we een kort en daardoor onvolledig overzicht van het actiepalmares van de naoorlogse holebi-beweging. Zij ontstond schoorvoetend in de jaren zestig, met als één van de mijlpalen de geteleviseerde coming-out van de Vlaamse charmezager Will Ferdy. In die jaren was de katholieke invloedssfeer nog alomtegenwoordig en de organisatiewijzen van holebi’s waren navenant: organisaties die heel gesloten waren en nauwelijks maatschappelijke zichtbaarheid hadden. In een context van bijna uitsluitend bars zonder vensters en met deurbel, was het geen sinecure homoseksualiteit als vanzelfsprekend voor te stellen. In die tijd bestempelden verscheidene psychologische scholen homoseksualiteit als een ziekte, waarvoor zij ‘aangepaste behandelingen’ had. Een belangrijk keerpunt was een gebeurtenis die plaatsvond in New York (Duberman, 1994) eind jaren zestig.
In de travestiebar Stonewall Inn was het al jarenlang de gewoonte dat de Metropolitan Police wekelijks een bezoekje bracht en het in ruil voor smeergeld bij enkele identiteitscontroles hield. Die pesterijen voltrokken zich al een aantal jaren. Toen het moment was gekomen dat het geld via derden niet tijdig bij de politie was geraakt, vielen officieren de bar binnen en trachtten de bezoekers te arresteren. De maat was vol voor de travestieten, die zich hardnekkig verweerden. Een tijdje later werden de politieagenten gedwongen om zich te verschansen in de Stonewall Inn aangezien de uitzinnige travestieten de omliggende straten hadden bezet. Een weggevluchte officier van dienst zag het niet meer zitten en seinde een speciale code door naar Washington DC om hulp te vragen. Speciale troepen die nog in Vietnam dienst gelopen hadden, kwamen afgezakt naar New York en zouden... twee van de drie dagen die gevuld waren met de travestie-rellen het onderspit moeten delven.
De Stonewall-rellen worden nog elk jaar herdacht met de wereldwijde Gay Prides of Roze Zaterdagen. De gebeurtenissen in New York vormden een belangrijke mijlpaal. Ze markeerden de overgang van een brave, nederige en schuldcomplexerige attitude naar één van trots. De eerste significante naoorlogse betogingen ontstonden en de beweging begon eisen te stellen in plaats van te smeken om ‘begrip’. Die kenmerken zouden grosso modo die van de jaren zeventig worden. Mei ’68 had een andere kleine seksuele revolutie meegebracht en het bleek uitstekende potgrond te zijn om een bloei van verschillende nieuwe bewegingen te stimuleren. De Rooie Vlinder was één van de belangrijke groepen die toen het licht zagen. Zij noemden zichzelf ‘Socialistische actiegroep’ en organiseerden militante anarchisten, communisten en onafhankelijken. Ze voerden tal van belangrijke acties die de organisatie van de allereerste homodagen eind jaren zeventig mogelijk maakten. Het was een tijd waarin het uitdelen van pamfletten die opriepen om naar een nationale homodag te komen nog goed was om door vadertje staat getrakteerd te worden met een jarenlang aanslepend proces. Vele acties werden toen gelanceerd tegen het vage en ruim interpreteerbare wetsartikel met betrekking tot het bestraffen van ‘ontucht’. Men had de handen vol met het aanklagen van het in die tijd nog veelvuldig psychiatriseren van homoseksualiteit. Voor een geëngageerde weergave van dit tijdperk verwijzen we naar Cantillon et al. (1982). Begin jaren tachtig werd de actiefakkel gedeeltelijk doorgegeven aan het Roze AktieFront. Het actieterrein werd uitgebreid naar scholen, die gratis en voor niets pamfletjes kregen die de leerlingen uitnodigden om met hun lerares of leraar te praten over (homo)seksualiteit. Het oude flashy oranje CVP-kantoor in de Tweekerkenstraat in Brussel is meerdere malen de eer te beurt gevallen een delegatie holebi-actievoerders te woord te mogen staan. Belangrijke aandacht ging toen ook uit naar het in de aandacht brengen van de extreem homofobe standpunten van het Vlaams Blok, iets wat toen nog niet zo’n wijdverspreide kennis was. Grootschalige stickercampagnes tegen het blok werden gelanceerd. De actiemethode outing (het bekend maken van iemands angstvallig geheimgehouden homoseksuele oriëntatie, in het geval deze persoon op één of andere manier schade toebrengt aan de holebi’s of beledigende uitspraken doet over holebi’s) maakte toen haar opgang. Een outing-brochure werd uitgegeven en betekende een waarschuwing voor de vele kanshebbers. In de jaren negentig werd de zanger van de toenmalig populaire boysband Get Ready, die een heteroseksueel beeld van zichzelf verkocht dat - om het eufemistisch te stellen - niet erg strookte met de werkelijkheid, door het holebi-weekblad Zizo geout. Een knaller van een actie omdat zij een breed maatschappelijk debat initieerde. Tegen het einde van de jaren tachtig was er vaak een vruchtbare samenwerking tussen de Holebifederatie (die toen nog Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit heette) en het Roze Actiefront. Laatstgenoemde nam meestal het actieluik voor zich, terwijl woordvoerders van de Federatie een onderhoud aanknoopten met de niet zo goed meewerkende politicus, onder het goedkeurend oog van de geïnteresseerde pers. Een flink decennium geleden hadden holebi-items een hoog sensatiegehalte: iets waar soms over geklaagd werd, maar waarvan op andere tijdstippen handig gebruik gemaakt werd om de acties bij een breder publiek kenbaar te maken. Ook de holebi-jongerengroepen, die zich autonoom organiseren als het samenwerkingsverband Wel Jong, Niet Hetero, voer(d)en vaak actie in samenwerking met voornoemde organisaties, rond specifieke jongerenthema’s (zoals voorlichting op school) of in andere gevallen ondersteunen zij een actie van de Holebifederatie. Een volgehouden actiebereidheid, gecombineerd met de positieve invloeden van de ontkerkelijking van ons land, hebben in combinatie met de actie-onderhandelingstandem uiteindelijk belangrijke vruchten afgeworpen. De positie van de Holebifederatie na het bekend worden van de historische stappen in verband met de antidiscriminatiewet en het holebi-huwelijk op dit moment, is er duidelijk één die de verdere dynamiek van de emancipatie ten goede zal komen. Een goede partnerregeling voor buitenlandse partners werd als eis op de voorgrond geplaatst, samen met die voor een adoptieregeling. Het zullen niet de enige uitdagingen blijven om een brede maatschappelijke emancipatie, niet alleen die van de holebi’s maar van seksualiteit in zijn algemeenheid, mogelijk te maken.
Centrale controle en normen
Hierboven hadden we het al over de normatief dwingende mechanismen die in onze maatschappij werkzaam zijn. Normen zijn natuurlijk niet zomaar onhebbelijke dingen die door vervelende mensen worden opgelegd. Veel heeft met macht te maken, met de controle over de onwetende of fout handelende medemens. Wie een beetje de geschiedenis bestudeert (cfr. Foucaults De Wil tot Weten (1984)), ziet een duidelijk verband tussen de inmenging van Kerk en staat in het privé-leven van de mens en het opkomen van een strenge afbakening van wat wel en niet kan binnen het relationeel leven van de burger. Aan de betekenis van het begrip burger zijn intussen de connotaties ‘deftig’, ‘voorkomend’ en ‘normaal’ in de betekenissen van ‘gehoorzamend aan de norm’ vastgegroeid. Men argumenteert de noodzaak voor dergelijke ‘ordening’ van de maatschappij heel vaak vanuit een paternalistisch goedmenend axioma dat stelt dat als al die regels niet dwingend worden opgedrongen, de maatschappij verzandt in een onleefbare wanorde. Nu is dit streven naar centralistische uniformiteit zeer nefast voor het maatschappelijke leven zelf, en onafhankelijk van hoe men een invulling geeft aan het politiek verkrachte woord ‘ordelijk’, kan men besluiten dat die stuurpsychose tot behoorlijk wanordelijke toestanden leidt. In de jaren zeventig werd de slogan gehanteerd ‘liever abnormaal’. Een hiermee verwante Angelsaksische term en internationaal gekende term is queer: een ruim begrip dat min of meer voor iedereen van toepassing is die niet binnen de lijntjes kleurt of wil kleuren wat seksualiteit en relaties betreft.
KADER 1 - Queer. Dit woord hoort eigenlijk niet thuis in dit kadertje, dat gemaakt is om een begrip te verduidelijken. Queer is een begrip dat in de eerste plaats niet vastomlijnd is, en door iedereen geherdefinieerd mag worden. Het is ontstaan als reactie tegen bepaalde delen van de holebi-beweging die streefden naar normaliteit en geen problemen hadden met het uitsluiten van bepaalde groepen. Oorspronkelijk een scheldwoord voor wie er niet normaal uitzag: ‘vreemd’, ‘bizar’, ‘abnormaal’, is het een verzamelterm voor (even ademhalen): feministen en agressieve lesbiennes, mystieke nichten, mensen met een goed ontwikkelde fantasie, drag queens en drag kings, klonen, leerverslaafden, troetelbeertjes, vrouwen op de moto, feministische vrouwen en feministische mannen, janetten, truttige mietjes, relnichten, diva’s, razende androgynen, passieve macho’s, mythomanen, biseksuele transseksuelen, wannabees, queens, butches, rugby-ende femmes, mannen die zichzelf vrouw noemen, lesbiennes die seks met mannen hebben, nichterige hetero’s, twijfelende hetero’s, tantes, chansonnières met de baard in de keel, pomosexuelen, en nog vele anderen.
We maken hier ook nog de belangrijke bemerking dat deze dwang om aan de norm te voldoen, de norm op zich van zijn inhoud ontdoet. Het machtsaspect domineert. Als gevolg van de groepsdruk en de angst voor het verliezen van allerlei privileges, wordt in de eerste plaats aandacht besteed aan het aan de medemens bewijzen dat men aan de norm voldoet, in plaats van over de norm na te denken, hem eventueel te actualiseren, of hem als illegitiem te klasseren. In dit laatste geval gaat het eigenlijk niet meer over een norm, maar over een maatschappelijk standpunt dat, zoals het hoort in democratische besluitvormingsprocessen, gekoesterd wordt als waardevol zolang belangrijke kritieken niet nopen tot een evolutiestap.
Diversiteit
Wat al gezegd kan worden over de wijzen waarop mensen met elkaar maatschappelijke contracten van velerlei aard willen aangaan, geldt des te meer voor de relationele en seksuele sfeer: bestaande situaties zijn zodanig verschillend dat een samenvattende aanpak onwenselijk is en soms zelfs een aantal gevallen uitsluit of als onbelangrijk bestempelt. Met het opkomen van het andersglobalisme is een belangrijk item als diversiteit terug op de voorgrond getreden. Dit hangt samen met het afsterven van het oude orthodox-marxistische streven naar de opbouw van een centralistisch controleorgaan (de éénpartijstaat) die garant moet staan voor een succesvolle revolutie. Hetzelfde geldt voor de gelijkaardige centralistische besluitvorming in het huidige bestel. Een aantal historische ervaringen bieden een duidelijke kijk op de nefaste gevolgen van centralisme van gelijk welke aard op de vrije ontplooiing in diversiteit. Het zal dus nodig zijn om de positieve ontwikkelingen in de andersglobaliseringsbeweging te koesteren en ze niet te laten verkwanselen door groepen en individuen, die al die diversiteit wel ‘schattig en lief’ vinden (een soort eerste fase), maar op boekhoudkundige wijze vinden dat er dringend werk moet gemaakt worden van een duidelijke sturing aan dat wanordelijk geheel. Of aan entiteiten die menen dat het gaat om een belangrijke massabeweging, die uiteraard georganiseerd moet worden onder de ‘enige objectieve vertegenwoordiger’ van de arbeidersbeweging, namelijk de communistische partij. Dat is een vaststelling die uiteraard niet slechts geldig is in het domein van de seksualiteit maar ook kan uitgebreid worden naar andere onderwerpen.
Ruimte maken voor affiniteit
De noodzaak van een kritiek op de normeringdrang is evident. Er wordt te weinig belang besteed aan het omgaan met diversiteit. Vanuit de opvoeding leert een mens in onze streken nog steeds afgelijnde en eenvoudige schemata die de wereld moeten verklaren. Te weinig nadruk ligt op het leren omgaan met het feit dat de werkelijkheid veel complexer is dan een rijk gevulde boekenkast ooit kan weergeven, en op het aanleren van een aantal tools om met die werkelijkheid om te gaan. Ook de culturele en opvoedkundige bagage is tot op heden volgepropt met geijkte stellingen en waarheden. Het voldoende herhalen van bepaalde beelden (één van de belangrijkste reproductiemechanismen), levert nochtans geen bewijs van de ‘waarheid’ van die concepten. Een belangrijk aspect van het normaliteitgebeuren is de notie ‘macht’. Het komt er dan in vele gevallen op aan dat men haar of zijn visie als de Groote Waerheid beschouwt die men van bovenaf aan de anderen moet opleggen. De onderliggende attitude is er één van superioriteit ten opzichte van subjecten die nog niet helemaal doorhebben hoe de vork in de steel zit. Wat we hiervoor in de plaats kunnen stellen, vertoont parallellen met de aandacht van de andersglobaliseringsbeweging voor lokaliteit. Directe democratie kan enkel verwezenlijkt worden als de beslissingsmacht daadwerkelijk een lokale realiteit is, en niet vanuit een centraal georganiseerd staatsorgaan. Hier gaat het om geografische lokaliteit, die men concreet kan maken door te denken aan zelfbestuur van dorpen, steden en kleinere regio’s. Men zou het begrip lokaliteit abstracter kunnen definiëren. In plaats van te verwijzen naar mensen die op verschillende plaatsen wonen, zou het kunnen gaan over mensen die met verscheidene maatschappelijk relevante items bezig zijn. Een mooi voorbeeld hiervan vormen de affiniteitsgroepen, die historisch hun oorsprong kennen in Spanje op het einde van de negentiende eeuw. Het is nu eenmaal een waarheid als een koe dat mensen zich groeperen met anderen waarmee ze een band hebben. Door het feit dat zij die specifieke affiniteit met elkaar hebben, zijn zij uiteraard de best geplaatste personen om te beslissen over zaken die te maken hebben met die bepaalde affiniteit. Concreet betekent dit dat één of andere bureaucraat niet moet gaan beslissen over wat transseksuelen al dan niet nodig hebben, maar dat zij dat vooral zelf moeten bepalen.
Normen, hokjes en nieuwe koterijen
Een opmerking die tijdens een occasionele workshop (op school of bij de jeugdbeweging) rond het thema seksualiteit af en toe wordt gemaakt, luidt dat men mensen te veel in hokjes wil duwen. Men uit deze kritiek soms ook aan het adres van de sprekers van de workshop. Vaak neemt men deze kritiek niet ernstig en snijdt men gauw een ander onderwerp aan. Wat hier aan de oppervlakte komt, is een te weinig flexibele opstelling van de spreker. Zij hebben een vastgelegde idee over hoe het gespreksonderwerp in elkaar zit en willen die visie dan ook uitgebreid verkondigen en verdedigen. Het onderscheid tussen een vrije discussie en een belerende monoloog kan soms heel dun zijn. Als iemand de kritiek uit dat er te veel in hokjes wordt geduwd, is dat vaak een aanwijzing dat die persoon niet in de besproken hokjes past. Of dat er verschillende passende hokjes zijn waartussen wel eens wordt gewisseld. Of dat men geen behoefte heeft om zich voor onbeperkte tijd met één of ander hokje te associëren. Het is veel belangrijker dat er ruimte gecreëerd wordt om over deze onderwerpen te praten dat wat men er nu net vertelt. Hoewel bepaalde termen en de ermee gelieerde hokjes noodzakelijk zijn als referentiepunten, moet men beseffen dat de werkelijkheid zich afspeelt in de ruimte ertussen. In die context is de op Foucault voortbouwende invalshoek van Georges Bataille (1993) zeer waardevol. Een van de vaststellingen die we kunnen maken is dat de mens, ook al heeft zij of hij mei ’68 meegemaakt, het domein seksualiteit het minst onder controle heeft. Het betreft iets waar de mens zich in verliest en zich helemaal aan de ander overgeeft, iets waar machtsverhoudingen op zijn kop worden geplaatst. Het is een context waarbij het meest fascinerende aspect het dynamische is: het verlangen naar. In die zin hebben de jaren zeventig hun ambitie (gelukkig) niet geheel kunnen waarmaken: een Fukuyama-achtig einde van de geschiedenis, waar de mens alle ‘problemen heeft opgelost’, heeft in deze context niet plaatsgevonden. Dat is uiteraard een goede zaak voor de scenaristen van de toekomst.
De gevolgen van de deconfessionalisering
Een door velen als belangrijk keerpunt omschreven feit is dat voor het eerst sinds lang België een niet-confessionele regering heeft gekend. Dat heeft in elk geval voor een stuk zijn gevolgen gehad op de politiek die verband houdt met seksualiteit en relaties. Het is gekend dat de katholieke machtsblokken steeds hebben gestreefd naar een uniform beeld over hoe de mensen hun relaties dienden in te vullen: het heteroseksuele gezin als hoeksteen van de maatschappij, soms aangevuld met het vrouw-aan-de-haard-idee of met afgezwakte varianten ervan. Veel ruimte voor variatie op dit model was er niet en deze politiek had tot gevolg dat vele concrete samenlevingsvormen niet erkend waren of zelfs als immoreel werden bestempeld. Het is niet voor niets dat de erkenning van het holebi-huwelijk en de antidiscriminatiewet veel meer kans op slagen had (wat de facto nu ook bewerkstelligd is) in een configuratie zonder conservatief-christelijke strekkingen. Dat betekent niet dat alles nu koek en ei is voor de holebi in België: toch zijn er in vergelijking met de overgrote meerderheid van de andere landen ter wereld historische stappen gezet. De antidiscriminatiewet kan nu hopelijk een effectief instrument zijn om de nog steeds massaal aanwezige institutionele discriminaties de wereld uit te helpen, zodat men eindelijk komaf kan maken met achterlijke ‘cursussen’ seksualiteit die in sommige conservatief-katholieke scholen nog worden geassimileerd, en die onnoemelijke schade aanrichten. Een korte selectie van een aantal discriminatiemeldingen die de Holebifederatie (www.holebifederatie.be) recent noteerde, verschaft een goede kijk op het belang van de antidiscriminatiewet.
• 20 jan 2000. Vrouw verliest in hoger beroep co-ouderschap (ondanks positief sociaal verslag en keuze van de kinderen) omdat de man in een ‘traditioneel’ huwelijk leeft.
• 19 mei 2000. Pedagogisch directeur van Mechelse school zegt in de klas dat homo’s druggebruikers zijn.
• 8 juli 2000. Jongen van 14 moest na coming-out op school bij de directrice komen en kreeg de opdracht ‘erover te zwijgen’.
• 17 aug 2000. Lichamelijk gehandicapte vrouw heeft bijberoep als kapster. Doordat ze niet kan huwen met haar vriendin, worden hun inkomens niet samengeteld, waardoor zij als zelfstandige zwaar belast wordt.
• 3 jan 2002. Personeelslid ontslagen uit rustoord omwille van zijn homo-zijn. Had hierover gepraat met de hoofdverpleegkundige, die de directie en de ouders van het personeelslid heeft ingelicht en de man aanraadde om naar de psychiater te gaan.
• 28 jan 2002. Homokoppel wordt geweigerd als huurders in Londerzeel. De huisbazin had vooraf al haar toestemming gegeven, maar had zich niet gerealiseerd dat het om twee mannen ging.
• 10 mei 2002. Leerkracht komt er via een collega achter dat hij destijds uit de school werd gezet omwille van zijn homoseksualiteit. De directie kwam te weten dat hij homo is via een bestand op een diskette die hij aan een collega had meegegeven. Dat bestand bestond uit een brief van een holebi-organisatie waarmee hij samenwerkte.
Dit is slechts een min of meer representatieve keuze van de meest recente gevallen uit behoorlijk lange lijst die door de Holebifederatie wordt bijgehouden. In vele gevallen valt het op hoe de discriminaties institutioneel verankerd zijn en hoe de vrije keuze belemmerd wordt door de heersende machten, veeleer dan door diegenen die erdoor onder de knoet worden gehouden. In die zin is de bedenking van belang dat de antidiscriminatiewet eigenlijk niet nodig zou mogen zijn. Het kan hoogstens een instrument vormen waarmee achterhaalde machtsblokken en de ermee gepaarde onderdrukkingsmechanismen kunnen bestreden worden. Beschouw het als een tijdelijk noodzakelijk kwaad waarmee de schade die door de conservatieve instellingen wordt (en historisch is) aangericht, kan hersteld worden. Iedereen beseft immers dat de opname van seksuele voorkeur in de algemene antidiscriminatiewet de facto enkel van toepassing zal zijn voor het ‘niet-heteroseksuele’ deel van de bevolking. Een gelijkaardige bemerking geldt voor het antiracismedeel van de wet. Van Heeringen en Vincke (2000) toonden aan dat het zelfmoordcijfer bij lesbische meisjes tot vijf maal hoger ligt dan bij heteroseksuele meisjes, en dat de oorzaak maatschappelijke discriminatie en onbegrip is. Tot ver in de jaren negentig (en het is helemaal niet zeker dat dit nu definitief uit de wereld geholpen is) kon je in vele gerespecteerde kranten koppen lezen à la ‘Lesbische moord’. Velen stelden daar geen vragen bij, maar lees eens een kop als ‘Heteroseksuele moord’, en de mist klaar dra op. Een stoutmoedige holebi-journalist zou eens op het idee moeten komen bij elk gezinsdrama een krantenkop ‘Heteronorm slaat weer toe’ te publiceren. Het land zou op z’n kop staan.
Cultuur als bevrijding en als stok om mee te slaan
Progressieve jongerenculturen zijn vaak sterk politiek gekleurd. Een van de belangrijke subculturen is de punkscene. Onlosmakelijk hiermee verbonden kenmerken zijn: nonconformisme, verzet tegen normeringsdrang, antiseksisme en antiracisme. Vele van de zines besteden aandacht aan het opvoeden van kinderen zonder het opdringen van de geijkte treintjes-poppetjes-opdelingen en het filosoferen over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het is de beweging bij uitstek wat het radicaal doortrekken van de gelijkheidsgedachte betreft. De muziekbeweging is voor het grote publiek bekend geworden tijdens de jaren zeventig en tachtig. Al in de jaren vijftig werden nochtans jongeren die niet aan de gangbare normen voldeden, gekenmerkt als ‘punk’ en mochten deze de ermee samengaande repressie ondervinden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de punkbeweging een sterke band heeft gehad met de queerbeweging. Met de interesse van de platenindustrie voor het potentieel lucratieve zaakjes creërende genre, is een klein gedeelte ten prooi gevallen aan het tegenbeeld waar punk voor staat: braafjes de normen reproduceren en lekker aan conformisme doen. Het feit dat dit kleine gedeelte de financiële promotionele ondersteuning geniet, doet vaak het waanbeeld ontstaan alsof een groot deel van de punkscene uitverkocht zou zijn. Personen die dit waarnemen, moeten eens vaker een kraakpand binnenstappen. Voor de punk- en de queerbeweging zijn vele van die surrogaatgroepjes wel degelijk een probleem. Los van het feit dat het grote geld geroken wordt, zijn ze een gewichtige factor in de reproductie van de kapitalistische hoekstenen van de maatschappij. Het is zelfs zo dat aparte subculturen ontstaan zijn die dit conformisme als deelaspect in zich hebben opgenomen.
Als tegenreactie tegen de machogerichte groepsdruk in English drunken punk-middens, ontstond begin jaren tachtig een subcultuur die zich Straight Edge noemde, naar een song van de groep Minor Threat. De boodschap die werd meegegeven was dat je niet per se straalbezopen of stoned moest zijn om je te amuseren. Afhankelijk van bron tot bron kwamen er nadien aanbevelingen bij tot monogamie en eventueel veganisme of vegetarisme. Aanvankelijk was er weinig mis met die subcultuur omwille van het feit dat zij geen stigmatiserende toon uitdroeg, maar wel een kritiek wenste te uiten tegen de alcohol-geïnduceerde en tot in het geheel geen politieke actie leidende vechtpartijen in een scene die grotendeels was gerecupereerd en gecreëerd door de fashionable Londense muziekindustrie. De Straight Edge-aanbevelingen zijn evenwel gemakkelijk als morele standaard te interpreteren en twee decennia later is het grootste deel van deze scene verworden tot een homofobe, conformistische, blanke middenklascultuur. Het is niet voor niets dat Minor Threat-zanger Ian MacKaye (verder actief bij Fugazi) zich steevast weigert Straight Edger te noemen omwille van het paternalistisch-normerende karakter van de huidige beweging. Met name het soort Straight Edge-hardcore dat eind jaren tachtig New York en Boston (en daarna de Eastcoast en overseas) vervuilde, toont een beeld van netjes gecoiffuurde blanke jongelui in sportkledij die een machobeeld ophangen en bij tijd en stond homofobe en seksistische teksten in de hoofden rammen.Desceneheeftbijwijlensectarischetrekken en haalt veroordelend uit naar al wie niet aan hun sojamelk-veggieburger-blank-monogaam-vriendinnetjes-fixatie voldoet. Grote platenlabels konden in de jaren negentig dan zonder problemen vette contracten bezorgen aan die bands, die totaal geen politieke bedreiging meer betekenden. Zij waren integendeel koren op de molen van de bewakers van de goede zeden. We maken even ruimte in dit boek om een dikke dankjewel te zeggen aan het New Yorkse kraakpand ABC No Rio (East Village) die een belangrijke strijd leverden om punk weer op de agenda te zetten. In het pand vinden praktisch elke dag punk/hardcore-optredens plaats en is er op de bovenverdiepingen een infotheek met een flinke sectie antiseksistische en queer-literatuur.
Een gelijkaardig probleem is opgedoken met bepaalde delen van de hiphop- en raggacultuur. Weerom valt een gelijkaardig geschiedenispatroon te herkennen. Pioniersgroepen van deze subculturen droegen emancipatie hoog in het vaandel. Pas later, onder aandacht van de grotere platenmaatschappijen, kwamen machoteksten en homofoob gedrag aan de oppervlakte drijven. De Britse actiegroep Outrage! voerde reeds actie tegen de extreem homofobe teksten van Elephant Man. In het geval van de uit Jamaica afkomstige ragga blijkt het te gaan om een relikwie van good ol’ imperialism, waardoor een flinke brok homofobie door de huidige machthebbers in het land werd overgenomen. Een van de belangrijkste neveneffecten van kolonisatie blijkt overigens het overbrengen van homofobie te zijn. De Jamaicaanse bisschoppen van vandaag hebben een aanzienlijke verantwoordelijkheid in het bestendigen van extreem gewelddadig gedrag tegen de zogenaamde battyboys. Het is voor deze lui overigens een gemakkelijk instrument om de verdeeldheid onder de arme bevolking in stand te houden: hoe Caesars adagium nog maar eens toegepast wordt.
In onze kritiek naar bepaalde subculturen, zit er helemaal geen muggenzifterij. Er zijn vast en zeker in elk muziekgenre passages te vinden die de politieke correctheid overschrijden, en men hoeft daar niet altijd een groot probleem van te maken. Echt problematisch is het wél als het een stuk seksistisch-homofobe cultuur betreft die zichzelf reproduceert, doordat groepen de homofobie en het seksisme op elkaar overdragen. Hoe zit dat nu weer in elkaar, die rechtse cultuurtheorie? In die gevallen wordt een dwangmatige sfeer gecreëerd, waar niet alleen de holebi’s en de vrouwen kotsmisselijk van worden, maar waar iedereen die zichzelf in die publieke ruimtes ‘hetero’ en/of ‘man’ noemt de mogelijkheid ontnomen wordt een beetje in de richting van een ander hokje te bewegen. Het wordt een ruimte gevuld met angst, waar imago, eerzucht en uiterlijk gaan domineren op inhoud, vrijheidsstreven, respect voor diversiteit, aandacht voor zorg, en uiteindelijk politieke actie. Het decoreren van de kledij met gecirkelde a’s en andersglobalistische slogans, kunnen daar dan helemaal niets aan verhelpen.
Politiek-antropologische redeneringen
In 2002 waren de landhervormingen in Zimbabwe prominent in de actualiteit aanwezig, mede door dreigende taal van met neoliberale agenda’s beladen politici. Het streven naar een rechtvaardige landherverdeling van de Zimbabwaanse regering was voor sommige autoritaire communisten aanleiding om onvoorwaardelijk de kaart van Mugabe te trekken. We hernemen de discussie die daarop in de Vlaamse linkerzijde volgde, omdat het een interessant geval is waar verschillende redeneringen aan bod komen uit ‘progressieve’ kringen die soms hun uiterste best doen om een correct standpunt in te nemen over politiek-economische onderdrukking, maar tegelijkertijd een onverklaarbare dwang voelen om andere discriminaties dood te zwijgen, te ontkennen of te betwisten. De feiten spreken nochtans boekdelen.
Een aantal uitspraken van dergelijke ‘progressieven’ die destijds een fikse discussie teweegbrachten, gingen ongeveer als volgt: ‘Een bepaald deel van de linkerzijde vindt het nodig flink te keer te gaan tegen vermeende homofobe en seksistische tendensen in de Derde Wereld. Terwijl een leider van een vooralsnog soeverein land in het nauw gedreven wordt vanwege zijn onafhankelijke opstellingen, vinden bepaalde mensen dat wij in dat geval deze leider niet mogen steunen omdat hij in het verleden homofobe standpunten heeft ingenomen.’ Of nog: ‘Wat... zegt over die systematische anti-homopolitiek is helemaal klinkklare onzin’. Het betreft president Robert Mugabe van Zimbabwe. Laten we een blik werpen op wat men hier bestempelt als ‘vermeende homofobe tendensen’. In hoeverre betreft het hier homofobe standpunten? En zijn deze enkel in het verleden te situeren? In een rapport van Amnesty International staat het volgende te lezen:
Militaire ondervragers sloegen beide mannen over het hele lichaam met vuisten, houten planken en rubberen stokken, vooral op hun voetzolen, en dienden hen electrische schokken toe op hun lichaam, inclusief de genitaliën. De mannen werden eveneens blootgesteld aan ‘the submarine’ - waarbij hun hoofden in een plastic zak werden gestoken terwijl ze nadien werden ondergedompeld in een watertank tot ze stikten. (Amnesty International, 21/1/1999)
Het citaat staat te lezen op de website van Outrage! (www.outrage.org.uk), een consequente en inventieve actiegroep waarvan de meeste leden in arbeiderswijken rond Londen leven. Men kan hen bezwaarlijk beschuldigen van primitief anticommunisme. Peter Tatchell van Outrage!, ‘arresteerde’ Mugabe in Brussel op 5 maart 2001. De beschuldigingen waren niet mals: schendingen van de mensenrechten, verantwoordelijk voor talrijke doden in Matabeleland en schuldig aan het toestaan van martelingen. Tatchell zei: ‘President Mugabe, u staat onder arrest wegens folterpraktijken. Foltering is een misdaad volgens de VN-Conventie Tegen Foltering van 1984. U gaf de opdracht tot foltering van Ray Choto and Mark Chavundaka.’ De bodyguards vielen Tatchell aan en sloegen hem bewusteloos. Dat Tatchell nochtans niet zomaar iemand is die zich voor de kar van het imperialisme laat spannen, wordt verder nog besproken. Twee Zimbabwaanse agenten maakten alleszins duidelijk wat ze met Tatchell van plan waren: ‘you are dead’ en ‘we will find and kill you’ (Geciteerd op Tatchells website: www.petertatchell.net, 2001).
Het is ontgoochelend hoe ‘progressieven’ zich verlagen tot het minimaliseren of het ontkennen van deze feiten. Om het op te nemen voor Mugabe, haalt men mooie theorieën boven en citeert men uit allerlei werken. Spijtig dat men dat zeer selectief doet waarbij sommige begrippen door elkaar worden gebruikt. Men gaat homoseksueel gedrag en (westerse) homoseksualiteit (als een verzameling van begrippen uit het Westen) met elkaar verwarren. Men stelt vast dat ‘homoseksualiteit een importproduct is van de westerse cultuur’. Die uitspraak is correct maar je moet er een betere omschrijving van geven waarbij de juiste context van vitaal belang is. Homoseksualiteit moet hier dan in het kader van een geheel van westerse waarden bekeken worden. Eigenlijk zeg je dan ‘twee is gelijk aan twee’ wat natuurlijk waar is. Het is een feit dat homoseksualiteit op zich in grote gedeelten van Afrika geen naam heeft, dat je het woord eenvoudigweg niet kan vertalen. Dat geldt er echter evengoed voor heteroseksualiteit. Een andere vaststelling die je kan maken, is dat overal ter wereld vrouwen het met vrouwen doen en mannen met mannen. En dan nog heeft de plaatselijke groepering het recht om zichzelf te omschrijven als gai et lesbienne en daarbij heeft ze geen nood aan Belgische schoonmoeders die hen zeggen dat ze met on-Afrikaans vuur aan het spelen zijn.
Universaliteit versus etnocentrisme?
Om een ander voorbeeld te noemen: in Zuid- en Midden-Amerika wordt bij mannen die homoseksueel gedrag vertonen, enkel de passieve partner als homoseksueel bestempeld. In die zin is het aan andere landen opdringen van begrippen van bij ons, ontegensprekelijk paternalistisch. Het ontkennen van homoseksueel gedrag in Zimbabwe om de politiek en de uitspraken van Mugabe te relativeren, is echter even paternalistisch naar de bevolking toe. We citeren Barney Pityana, voorzitter van de Zuid-Afrikaanse mensenrechtencommissie te citeren, toen men hem verweet dat hij met de nieuwe grondwet - die vrijheid van seksuele oriëntatie garandeert - met iets on-Afrikaans kwam aandraven: ‘Als dat klopt, dan verklaart u daarmee onderdrukking van minderheden, corruptie en schending van de mensenrechten tot Afrikaans’ (van den Akker & Luirink, 2000). Het gaat hier over een belangrijk verschil tussen de 122 stammen die om één of andere reden blijkbaar toch homoseksueel gedrag vertonen, én het autoritaire regime van Mugabe, dat deze mensen als erger dan honden en varkens bestempelt en martelingen tegen sommigen van hen organiseert. Zoals steeds in de geschiedenis, heeft een autoritair systeem geen oog voor de noden van de bevolking en blijken centralistische regimes van gelijk welke aard natuurlijke biotopen te zijn voor zij die macht misbruiken en de vrijheden van de bevolking onderdrukken. Men moet dus een duidelijk verschil maken tussen de bevolking van Zimbabwe en het regime in Harare.
De discussie die steevast wordt gemeden, is die rond de vraag wie verantwoordelijk is voor de homofobe uitspraken en beleidsdaden. Het in intellectuele kringen populaire namedropping mag in deze context dan ook wel eens op de korrel genomen worden. Al te vaak vereenzelvigt men de politiek van een land met de achternaam van de president of eerste minister. Soms wordt ook de tijdsgeest vergoelijkend als argument gebruikt. Dat Berlijn in de jaren voor het nazisme uitbrak, een bloeiend holebi-leven kende, is vaak niet geweten. De anarchistische feministe Emma Goldman (1979) schreef een eeuw geleden al emanciperende literatuur over holebi’s. Literatuur die je zonder wijzigingen vandaag kan overnemen. Af en toe wordt bovendien een flink potje gescholden en beledigd. Het was duidelijk dat het ontstaan van de discussie voor een groot deel gestimuleerd wordt door anti-Zimbabwe-propaganda vanuit het IMF. Wie toen kritiek had op Mugabe, werd verweten zich te laten prostitueren door de mainstream-pers. Maar je kan je natuurlijk evengoed afvragen waarom anderen op de actualiteit inhaken om de misbruiken van het regime van Mugabe te verdoezelen. Of zoals de holebi-groepering GALZ uit Zimbabwe stelde in een reactie op een artikel in een holebitijdschrift: ‘Foltering en genocide zijn ernstige kwesties ter attentie van de internationale gemeenschap: het zijn geen kleine huishoudelijke probleempjes.’ (Outrage!, 1999) Sommigen kunnen blijkbaar onmogelijk het onderscheid maken tussen een kritiek op de imperalistische politiek van het westen en het IMF enerzijds en op de schendingen van de mensenrechten onder Mugabe anderzijds.
Hierboven werd de ‘arrestatie’ die Peter Tatchell in Brussel verrichtte reeds vermeld. Dit was niet de eerste ontmoeting tussen Mugabe en Tatchell. Onrechtstreeks hadden ze zelfs een band in de jaren zeventig. In 1997 schudden ze de hand terwijl Tatchell zei: ‘Hallo, President Mugabe. Toen ik een jonge student was tijdens de jaren zeventig, droeg ik mijn steentje bij om fondsen te verwerven voor de bevrijdingsoorlog van ZANU.’ Het is dus niet zo dat Mugabe geen kans gekregen heeft en op geen respijt kon rekenen. Outrage! en Tatchell hebben zich consequent met andere verdrukten verbonden. Tatchell publiceerde onlangs een vlijmscherpe kritiek op de Britse holebibeweging omdat die zich liet sponsoren door multinationale farmaceutische bedrijven, maar niet de minste inspanning leverde om de strijd voor goedkope aidsremmers te steunen. In de jaren negentig bracht het RAF een bezoek aan Outrage! in Londen. Volgens Tatchell:
De president heeft het mis wanneer hij suggereert dat ikzelf en Outrage! een onderdeel zijn van een complot van de Britse overheid teneinde zijn landhervormingsprogramma te saboteren. We zijn het eens met President Mugabe dat Groot-Brittannië de morele plicht heeft om de onrechtvaardigheid veroorzaakt door het koloniale tijdperk te remediëren via de vrijmaking van financiële steun voor het terugkopen van boerderijen van blanken (Geciteerd op Tatchells website, 2001).
Het is evenwel zeer spijtig dat Tatchell omzeggens alleen stond in zijn kritische openheid naar Mugabe toe: uitgespuwd door de Britse mainstream-holebibeweging en totaal oninteressant bevonden door bepaalde delen van ‘links’. Om GALZ te citeren: ‘Mensen die een pleidooi houden tegen directe actie ten voordele van graduele wijzigingen spreken de taal van de onderdrukker’. Een studiereis naar de martelkamers (alleen toekijken is voldoende) zou een goede praktijkles zijn voor sommige ‘progressieven’. Net zoals de antiracistische beweging een sterke strijd voert tegen racistische uitspraken, racistische daden, en tegen het aanzetten tot racistische daden, dient een humane politiek homofobie onvoorwaardelijk te veroordelen, zonder zich evenwel met allerlei imperialistische aasgieren in te laten. GALZ:
Geweld tegen lesbiennes en homo’s is in stedelijke gebieden in het algemeen aan het toenemen. Nochtans is de ‘schade’ die de lesbische en homogemeenschap ondervindt, rechtstreeks het gevolg van President Mugabe’s anti-homo-retoriek die een verschrikkelijke impact op ons heeft: de schuld voor het geweld rust grotendeels op de schouders van Mugabe en zijn hulpjes, niet op de onafhankelijke acties van buitenlandse groepen.(Website Outrage, 1999)
Met ‘buitenlandse groepen’ alludeert men hier op Outrage!.
Een grote verscheidenheid in organisatievormen
De emancipatie van holebi’s hangt in onze streken grotendeels af van de ontwikkeling van de welvaartsstaat en de financiële mogelijkheden. De kansen op zelfontplooiing zijn immers beperkt wanneer het niet mogelijk is de familie te verlaten en zelfstandig een leven uit te bouwen in de vrijere steden. Het is een geïndividualiseerde vorm van emancipatie die het gevaar loopt van gettovorming in de hand te werken. Bovendien wordt een aanzienlijk deel van de specifieke ontmoetingsplaatsen commercieel uitgebaat. In de landen waar geen sociale opvangnetten voorzien zijn, zijn relaties en familiebanden dikwijls de enige vorm van sociale zekerheid. Het is geweten dat men in zwarte townships in Zuid-Afrika en in Braziliaanse favela’s de partner van een gelijkslachtig koppel uitnodigt om met de familie te komen inwonen. Dit biedt de mogelijkheid om emancipatie overal (en niet in ruimtelijk beperkte vrijplaatsen) concreet te maken en queer-identiteiten spontaan te vermengen met het lokale dorps- en familieleven.
In het streven naar maatschappelijke erkenning, en door allerlei strategische overwegingen die daarmee gepaard gaan, zijn bepaalde delen van de holebi-gemeenschap het rebelse ‘we don’t care what you think about us’ kwijtgespeeld. In sommige gevallen grijpt men terug naar de nederigheid van de jaren zestig en duiken allerlei compromissen op. Zelfs binnen de holebi-beweging wordt het dan van belang om er ‘normaal’ uit te zien en om ‘normale’ relatievormen aan te gaan.
Het gevaar ontstaat dan dat ‘niet-normale’ groepen zoals transgenders weggemoffeld worden, door ze bijvoorbeeld in publicaties niet te vermelden. In die zin wordt de uitdaging om transgender-identiteiten te emanciperen op dit moment voor een stuk getrokken door vele groepen uit andere landen. In de jaren zestig voerden de transgender hijra’s in Pakistan een succesvolle strijd tegen de autoriteiten die hun activiteiten wilden verbieden. De Turkse transseksueel Demet Demir is bekend geworden door talrijke overwinningen in verband met HIV/AIDS en in de opbouw van de feministische beweging. Sinds 1993 hebben Braziliaanse travestieten zich georganiseerd en de holebi-beweging gedwongen om voor hen open te staan. In het geval van de seskanas en de injonga’s die in 1992 de Gay Pride van Johannesburg trokken, gaat het zelfs om het organiseren van niet-holebi’s met transgenders. Wie op zoek is naar een overzicht - wat we hier niet pretenderen te bieden - van de internationale context, verwijzen we naar Drucker (2001).
De anti-homo-hetze in Zimbabwe reikt verder dan men had kunnen vermoeden. Niet alleen is de homobeweging erop vooruitgegaan; de Zuid-Afrikaanse politicoloog Peter Vale zegt over GALZ dat ze lastige vragen stelt en behulpzaam is bij het uitbouwen van bredere allianties die een maatschappelijke discussie ontketenen over Afrikaanse identiteit, waarbij ook eisen als respect voor de mensenrechten, vrijheid van meningsuiting, goed bestuur en democratie sterk aan bod komen.
DE GRAND UNIFIED THEORY VAN DE ANDERSGLOBALISTEN
De wereldpolitiek kan gezien worden als klassenstrijd, zoals Marx al beschreef. De motor die de historische evolutie aanzwengelt, wordt gevormd door de tegenstellingen tussen de belangen van de heersende klasse en de ontwikkelingsdrang van de productiekrachten. Op een bepaald moment in de geschiedenis worden de productiekrachten steeds meer gehinderd door de belangen van de heersende klasse. Na Marx kwamen anderen die zijn analyse trachtten aan te vullen. Theorieën als ‘de strijd tussen twee lijnen organiseren’ en ‘de hoofdtegenstelling van de neventegenstelling onderscheiden’ zijn echter denkkaders die tot zeer ondemocratische besluitvorming en politiek leiden. Homo’s zijn in de geschiedenis bijna uitsluitend object geweest van een neventegenstelling, in enkele gevallen beschouwde men ze zelfs als vijanden van het proletariaat.
Afhankelijk van wat in je kraam past, kan je steeds om het even wat tot neventegenstelling bombarderen. Het ad hoc-getheoretiseer leidt nergens toe en vertoont geen enkele interne consistentie. Als een soort statistische uitmiddeling wordt elke politieke situatie verdeeld in twee delen van een tegenstelling. In het geval van de homofobe president van Zimbabwe Robert Mugabe is dat dan: ‘ik steun Mugabe of ik steun Mugabe niet. En als ik hem steun, dan gebruik ik alle mogelijke argumenten om hem te verdedigen, of dat nu tot een eerlijke discussie leidt of niet.’ De oorspronkelijke geest van de libertaire ideeën, dat het volk zich uiteindelijk zal bevrijden van ALLE vormen van onderdrukking, wordt geridiculiseerd. Steeds opnieuw zien we, of het nu fundamentalistische Europese katholieken of leiders van autoritaire regimes betreft, dat men zich opwerpt als de verdediger van alle waarden en zich het alleenrecht toe-eigent om die waarden te bepalen en te wijzigen.
Men moet er zich voor hoeden om op synthetische manier naar een allesomvattende theorie te willen werken die elk deelgebied van het maatschappelijke leven moet beschrijven. Zo’n theorie kan haar ambities nooit waarmaken. Het willekeurig oplappen van de theorie wordt inconsistent en neemt dan belachelijke vormen aan. Terwijl men bezig is met theorievorming, kan het af en toe geen kwaad om op zijn Pink and Greens (een libertair andersglobalistisch actiecollectief) eens te kijken wat het ‘onderbuikgevoel’ te zeggen heeft over het onderwerp. Wat betekent deze of gene situatie in het concrete dagelijkse leven voor die bepaalde groep mensen en hoe voelen ze zich daarbij? Dit wordt al te gemakkelijk afgedaan als fuckin’ hippy shit: toch vormt het één van de meest effectieve tools om bureaucratisch-verzuurde rekensommetjesmakers en achter de schrijftafel of computer zittende militaire strategen van de andersglobaliseringsbeweging bij tijd en stond op hun plaats te zetten. En tegelijkertijd kan dit de beweging een stukje vervrouwelijken en de aandacht voor zorg op de voorgrond plaatsen.
Dat het niet altijd even eenvoudig is om een overdacht standpunt in te nemen in het kluwen van de wereldpolitiek, is duidelijk. Daarom kan je maar beter je standpunt genuanceerd opbouwen en de situatie niet beschouwen als een bipolaire tegenstelling. Doe je dat wel, dan verlies je niet alleen de kans serieus genomen te worden, je behandelt je lezerspubliek op paternalistische wijze als een stel idioten die niet in staat zijn een onderscheid te maken tussen imperialistische propaganda en belangen van multinationals in Zimbabwe enerzijds en manifeste problemen met mensenrechten anderzijds. Men moet bovendien zeer voorzichtig zijn iemand in de internationale context van cultureel paternalisme te beschuldigen. We moeten ervoor oppassen om aan de Afrikanen, die homoseksueel gedrag vertonen, vormen van door historisch imperialistische banden met het ‘moederland’ geïmporteerde homofobie op te leggen, en dat te gaan argumenteren vanuit ‘Afrikaanse’ cultuurnormen. Bovendien zijn er anderen geweest die homoseksualiteit nu net beschouwden als achterlijke vormen van de traditionele cultuur, die onderdrukt moeten worden in de naam van de moderniteit. Dit was het geval in Albanië onder Enver Hoxa, en in de USSR waar in 1936 homoseksualiteit door de commissaris voor Justitie, Nikolai Krylenko, werd verklaard tot een politieke misdaad tegen de Sovjetstaat en het proletariaat. Ook in fundamentalistisch-katholieke Europa zag men het als een tegennatuurlijk fenomeen dat men associeerde met godslastering.
AUTONOMIE EN SAMENWERKING
Gelukkig staat de wereld niet stil en dienen zich een aantal uitdagingen aan. Voor de Holebifederatie zal het er op aankomen om het buiten de steden georganiseerde maatschappelijke leven en de scholenwerking, die op dit moment al uitstekend werk verricht, verder uit te bouwen. Verschillende holebi- en queer-groepen, of het nu gaat om de heuse Holebifederatie, of een queer actiecollectief zoals Klub Radikal, hebben behoefte aan een grote vorm van autonomie. Vanuit heteroland wordt soms de kritiek geuit dat hun niet-soortgenoten zich te veel opsluiten en dat het moeilijk is enige samenwerking tot stand te brengen. De noodzaak om zich afzonderlijk te organiseren, en daar veel tijd en energie in te steken, stuit vaak op onbegrip. Binnen de holebi- en queer-beweging zelf is er daarenboven ook de noodzaak van vrouwen, jongeren en andere subgroepen om afzonderlijke affiniteitsbanden te smeden. De nogal eens gemakkelijk gemaakte opmerking ‘in onze tijden doet het er toch allemaal niet toe’, kan men snel neersabelen met de voorbeelden die we in dit hoofdstuk bespraken. Alhoewel het correct is dat men dient op te letten voor gettovorming, ziet men het veel grotere en prominent aanwezige heterogetto - we gebruiken bewust deze term omdat in deze maatschappelijke ruimte de fluïditeit van seksuele voorkeuren nog niet echt gemeengoed is geworden - nogal eens over het hoofd. Gelukkig is het laatste decennium wel het een en het ander aan het evolueren. Mannelijke stereotiepen verliezen hun monopolie en wordt plaats gemaakt voor De Nieuwe Man. Steeds vaker discussiëren actiegroepen over seksualiteit. Tijdens workshops over dit thema laten holebi’s wel eens vallen dat het uitzonderlijk voorkomt dat ze op iemand van het andere geslacht zijn gevallen. Waarop menig zelfverklaard heteroseksueel persoon zich plots herinnert hoe, járenlang terug, het omgekeerde geval zich ook wel eens heeft voorgedaan. Uitzonderlijk. Of waarop men plots aanvoelt dat de juiste sfeer en ruimte is geschapen om eindelijk eens te kunnen zeggen dat men het niet eens is met de vastomlijnde gender-rol die men haar of hem steeds opkleeft.
EPILOOG : WAT KAN JE ER NU MEE DOEN?
Dit hoofdstuk staat vol met voorbeelden uit de praktijk. Het was expliciet de bedoeling om concreet materiaal te leveren waar iets mee gedaan kan worden. Vast en zeker zijn bepaalde verhalen herkenbaar, misschien kunnen ze inspiratie bieden voor een bepaalde actie of een discussieavond. Wie wil, kan dan ook eens een workshop in elkaar boksen over relaties of seksualiteit. Je kan een van de bovenstaande verhalen bespreken: ben je het eens met de invalshoek, zou je een situatie op een andere manier ‘oplossen’? Een andere mogelijkheid is dat jouw groep eens iemand van de queer-groepen, van de Holebifederatie of van de holebi-jongerengroepen uitnodigt om eens te komen spreken, en waar achteraf de mogelijkheid bestaat om vragen te stellen.
Geselecteerde bibliografie en nuttige websites
VAN RYCKEGHEM, M., Thuiskomen: scenes uit een lesbisch bestaan, Berchem, 1992.
O’ HARA, C., The Philosophy of Punk: More Than Noise, Edinburgh/San Fransisco, 1999.
COCKX, F., TYTGAT, P., Holebi’s in beweging: Praten over homoseksualiteit in onderwijs en vormingswerk, Leuven, 2000.
WARNER, M., The Trouble With Normal: Sex, Politics, and the Ethics of Queer Life, Harvard, 2000
BUTLER, J.P., Gender Trouble, Londen, 1990.
www.holebifederatie.be
www.weljongniethetero.be (holebi-jongeren)
www.qrd.org (Queer Resources Directory)
www.ilga.org (International Lesbian and Gay Association)
www.thinkpink.be.tf (Queer anarcho collectief)
De Mugabe-kwestie:
www.petertatchell.net/international/mugabearrest.htm
www.outrage.org.uk/mugabe99d.htm
